Kabinet en NMa strijden over `no cure no pay'

Het kabinet verbiedt no cure no pay bij advocaten. Kartelautoriteit NMa stelt dat het verbod in strijd is met de wet. Een unieke situatie. Hoe nu verder?

Jeroen Brouwer is ,,teleurgesteld''. De baas van de beroepsorganisatie van advocaten dacht ,,een elegant voorstel'' te hebben gedaan. Maar het kabinet heeft het beoogde vijfjarige experiment met no cure no pay naar de prullenmand verwezen. Daarbij zou een letselschade- en overlijdensschadeadvocaat alleen betaald krijgen als hij succes zou hebben.

Het zou een uniek experiment zijn. In verreweg de meeste Europese landen is resultaatafhankelijke beloning voor advocaten verboden. Uitzonderingen zijn Finland, Griekenland en Engeland. Volgens Brouwer zagen de beroepsorganisaties uit andere Europese landen reikhalzend uit naar de resultaten van het Nederlandse experiment. ,,We liepen in de voorhoede.''

Maar minister Donner van Justitie ziet niets in een praktijkproef. Volgens het kabinet gaat een goede beroepsuitoefening van de advocaat niet samen met een resultaatafhankelijke beloning. Volgens het kabinet kunnen belangenconflicten ontstaan tussen advocaat en cliënt door het ,,vergaande financieel belang''. ,,De advocaat moet niet naar zijn eigen belang kijken, maar naar het belang van de cliënt'', schrijft het kabinet. Verder bestaat het gevaar dat advocaten uitsluitend kansrijke zaken aannemen, waardoor toegang tot het recht is belemmerd. En tenslotte druist de resultaatafhankelijke beloning volgens de regering in tegen het beleid om een `claimcultuur' te voorkomen.

Het experiment had juist dit soort aspecten moeten onderzoeken. Of zoals Brouwer van de Orde van advocaten stelt: ,,The proof of the pudding is in the eating.''

Maar op de dag dat het kabinetsbesluit wereldkundig werd, kreeg de beslissing een opmerkelijke draai. Kartelautoriteit NMa stelt dat het verbod op no cure no pay in strijd is met de mededingingsregels. De NMa onderzoekt het verbod na een klacht van een letselschadeadvocaat, die zich belemmerd voelt in de uitoefening van zijn vak.

De NMa zegt te betwijfelen of een absoluut verbod op resultaatgerelateerde beloningen de onafhankelijkheid, integriteit en partijdigheid van de advocaat aantast, de pijlers van het beroep. ,,In elk geval voor letselschadezaken zou no cure no pay volgens de NMa mogelijk moeten zijn'', schrijft de NMa.

Met de uitspraak van de NMa staan het kabinet en de kartelautoriteit lijnrecht tegenover elkaar, een unieke situatie. Het besluit van de NMa is echter nog niet definitief. De kartelautoriteit gaat de partijen horen, daarna volgt een definitief besluit.

De vraag is wat er gebeurt als de NMa haar lijn doorzet. De Raad van State zal het kabinetsbesluit waarschijnlijk alleen goedkeuren als het strookt met de Mededingingswet. G. van der Klis van advocatenkantoor Clifford Chance zegt: ,,Donner zal zich toch aan de Mededingingswet moeten houden.'' Mocht de NMa aan haar besluit vasthouden, dan denkt Van der Klis dat de minister van Justitie ,,andere stappen zal moeten overwegen. Bijvoorbeeld een wet in het leven roepen of het aanpassen van de beroepsregels van advocaten.''

Het publiek lijkt het niet eens te zijn met Donner. Uit onderzoek van bureau Boer & Croon blijkt dat 54 procent invoering van no cure no pay ,,maatschappelijk wenselijk'' vindt.