Hogerhuis tegen antiterreurwet

Het Britse Hogerhuis heeft gisteravond met ruime meerderheid een omstreden antiterreurwet van de regering verworpen. Het betekent een gevoelige nederlaag voor premier Blair en de pas onlangs aangetreden minister van Binnenlandse Zaken, Charles Clarke.

Ruim tweederde van de aanwezige Hogerhuisleden was van oordeel dat de regering ten onrechte de bevoegdheid naar zich toe probeert te trekken om personen die van terrorisme worden verdacht zonder tussenkomst van een rechter te beperken in hun bewegingsvrijheid. Een amendement om het opleggen van beperkingen uitsluitend aan de rechterlijke macht over te laten kreeg steun van 249 Lords, terwijl slechts 119 zich hiertegen verklaarden.

De regering had de afgelopen weken de eigen voorstellen al aanmerkelijk afgezwakt. Zo zou huisarrest zonder vorm van aanklacht nog slechts door de regering mogen worden opgelegd als een rechter daar vervolgens binnen een week mee zou instemmen. Maar de regering behield zich het recht voor mensen zonder verdere opgaaf van redenen te belemmeren bij het gebruik van telefoon en internet of om ze te laten schaduwen.

De concessies van de regering gingen de leden van het Hogerhuis echter niet ver genoeg. Ze willen ook dergelijke inbreuken op de persoonlijke vrijheid slechts toelaten als een rechter daaraan zijn fiat heeft gegeven. Pijnlijk voor Blair was dat de prominente jurist Lord Irvine, door de premier vaak aangeduid als zijn leermeester, eveneens tegen de voorstellen van de regering stemde.

Het is nog niet duidelijk hoe de regering-Blair zich uit de huidige benarde situatie wil redden. Ze staat bovendien onder aanzienlijke tijdsdruk. Een oude wet, die de regering wel toestond mensen geruime tijd zonder vorm van aanklacht op te pakken, loopt namelijk volgende week maandag af. Op grond daarvan wordt thans nog een elftal buitenlandse verdachten van terrorisme zonder vorm van proces vastgehouden.

De Law Lords, het hoogste Britse rechterlijke college, bepaalden in december dat de huidige regeling onwettig is, onder meer omdat die ten onrechte een onderscheid maakt tussen buitenlanders en Britten. De regering kreeg tot 14 maart om met een betere regeling voor de dag te komen.

Ze zal nu in hoog tempo een compromis in elkaar moeten timmeren, dat zowel het Lagerhuis als het Hogerhuis tevreden stelt. Anders moeten de elf verdachten die nog vastzitten op vrije voeten worden gesteld.