Hockeyclub wil af van toeval

Met twee nieuwe hoofdsponsors en een professionele toekomstvisie is Amsterdam het prototype van de moderne hockeyvereniging. ,,Wij zijn marktleider.''

De ouders die wekelijks de duizend jeugdleden van hockeyclub Amsterdam aanmoedigen, weten het vermoedelijk zelf niet, maar ze spelen een cruciale rol. Voor hun kinderen natuurlijk, maar ook voor de sponsors. ,,Daar zitten allemaal mensen uit het bedrijfsleven tussen, die hun kinderen van de pupillen tot de A-teams volgen. Families zijn het hart van hockey, en die zijn goud waard voor sponsors'', zegt voorzitter Jons Hensel van de oudste hockeyclub (1892) van Nederland.

Penningmeester Sander van 't Noordende en hij hebben zojuist ABN Amro als hoofdsponsor en shirtsponsor bij de mannen (landskampioen) voor vijf jaar weten te binden. Aan een club met ruim 2.000 leden, die al jaren een noodgedwongen (individuele) ledenstop kent. Een club ook die kan pronken met een begroting van bijna 1,3 miljoen euro, vijf fulltime-medewerkers en tientallen sponsors, die gezamenlijk tweederde van dat budget mogelijk maken. Hensel, met gepaste trots: ,,Wij zijn marktleider in het hockey; onze kracht is ons zakelijke netwerk. De tijd dat de vader of de oom van een jeugdlid voor een paar duizendjes op het shirt kwam te staan, is echt voorbij.''

Hij ziet het contract met de bank als een nieuwe fase in de ontwikkeling van Nederlands snelst groeiende teamsport in het algemeen en zijn club in het bijzonder. ,,Onze sport is superbelangrijk aan het worden. Kijk naar de NOS die de samenvattingen van het betaald voetbal is kwijtgeraakt. Daar ligt een grote mogelijkheid voor ons: diezelfde NOS heeft het schaatsen ook groot gemaakt.''

In 1999 trad Hensel aan als voorzitter. Hij trof een ingedutte club aan die, murw gebeukt door de geruchtmakende Brinkman-affaire (spelersopstand), ook nog eens in de financiële problemen zat (schuld vier ton), mede door het ontbreken van sterke sponsors. Zijn eerste daad, als onderdeel van het Amsterdam 2000-project, was het bijeenbrengen van 5 miljoen euro voor een nieuw clubhuis en vijf nieuwe kunstgrasvelden. ,,Toen zagen de leden dat er `iets' gebeurde; er ontstond enthousiasme, leden raakten weer betrokken bij hun club. Destijds hebben we geld in het complex gestoken, nu willen we in mensen investeren.''

Zijn doortastende, bedrijfsmatige aanpak stond haaks op de vastgeroeste clubcultuur met haar tenenkrommende amateurisme, en leverde Hensel niet louter vrienden op. Maar inmiddels zijn de dagen voorbij dat hij werd afgeschilderd als `de poenerige voorzitter, die de hele dag aan zijn eigen erectie loopt te kleien', zoals columnist en hockeywatcher Youp van 't Hek het vier jaar geleden in deze krant verwoordde. Hensel heeft leergeld betaald: tussentijds een buitenlandse sterspeler `invliegen' doet hij niet meer. ,,Waar het om gaat, is visie en vervolgens de implementatie daarvan, maar dan ingebed in een herkenbare omgeving.''

Hij heeft de wind in de rug. Beide uithangborden van de club, heren- en dames-1, draaien al jaren mee in de top. Bovendien heeft Amsterdam een krachtige partner/beschermheer in de vorm van de Nederlandse hockeybond, die zijn leden de laatste jaren een professionele(re) grondhouding voorschrijft. Amsterdams business-to-business-aanpak geldt niet voor niets als een lichtend voorbeeld, en niet toevallig gaf Hensel al presentaties bij collega-hoofdklassers Bloemendaal en Laren.

Voortschrijdende professionalisering van het kader is het kernpunt in het nieuwe vijfjarenplan. Zo richt de club binnenkort een Raad van Advies op. Bondscoach Maurits Hendriks van Spanje, vijftien jaar geleden bij Amsterdam begonnen als assistent-trainer, gaat leiding geven aan de commissie, en met enige regelmaat het beleid tegen het licht houden. Hensel: ,,Wij willen de vrijwilligers niet buitenspel zetten, maar we willen voorkomen dat zodra een radertje om wat voor reden dan ook even niet functioneert, de hele boel vervolgens vastloopt. Onze leden eisen kwaliteit; die krijgen ze.''

Ook de jeugd, want de talentontwikkeling er zijn plannen voor een Hockey Academy krijgt een impuls, en dat is geen overbodige luxe: bij zowel de mannen- als de vrouwenselectie speelt amper `eigen kweek'. Als een gearriveerde topclub in een studentenstad oefent Amsterdam een natuurlijke aantrekkingskracht uit, waar andere clubs jaloers op zijn. Maar, aldus Hensel: ,,We willen en we moeten het fundament verstevigen, want ook op dat punt geldt: we willen het toeval uitbannen.''

Hensel is in het dagelijks leven de hoogste baas bij Helios, dat wereldwijd voor de lepels en plastic borden in vliegtuigen zorgt, en de 53-jarige Amsterdammer kijkt dan ook verder dan eigen landsgrenzen. ,,De Amerikaanse sportzender ESPN heeft onlangs in India een professionele competitie opgezet, die in één wintermaand wordt afgewerkt. Ik heb met de bank al zitten filosoferen dat wij de winterstop met de mannenselectie best in India willen doorbrengen. En laat dat land nou ook nog van groot belang voor ABN Amro zijn!''

Hoeveel geld de bank in Amsterdam steekt, moet geheim blijven. ,,Om er geen vrijblijvende affaire van te maken, hebben we afgesproken maandelijks overleg te hebben'', zegt penningmeester Van 't Noordende (41). Bij voetbalclub Ajax, waar ABN Amro eveneens hoofdsponsor is, lijkt het eenvoudiger: veel zakelijke cliënten laten zich graag paaien met een bezoek aan de Arena. Maar zijn die mensen ook te porren voor een regulier bezoekje aan het Wagener-stadion? ,,Wij hebben daar met de directie in de Amsterdamse regio goede afspraken over gemaakt. Concreet betekent dat dat de directeur in Diemen of Amstelveen ook met een wensenlijstje bij ons kan aankloppen. Bijvoorbeeld met een bedrijventoernooi op ons complex.''

Vedior is met ingang van komend seizoen shirtsponsor bij de vrouwen, en het uitzendbedrijf neemt de taak op zich om de selectieleden bij te staan in hun maatschappelijke loopbaan. ,,Wij betalen niet de hoofdprijs voor onze spelers en dat willen we ook niet. Liever ze echt op weg helpen dan zomaar de portefeuille trekken.''