Het beeld

Mark Anderson is een jonge Brit, opgegroeid in Zuid-Londen en werkzaam in de muziekindustrie. Op grond van zijn uiterlijk heeft hij reden aan te nemen dat zijn Caraïbische voorouders ooit uit Afrika kwamen. Geavanceerd DNA-onderzoek maakt het mogelijk vrij nauwkeurig de oorspronkelijke plaats van herkomst te traceren, iets waar in de eerste hausse van pelgrimages van Afro-Amerikanen – na de tv-serie Roots (1977) – alleen nog maar van viel te dromen.

De gisteren door Dokument (NCRV) uitgezonden documentaire Het geheim van mijn voorouders volgt Mark bij zijn naspeuringen. Dat wil zeggen, de eigenlijk Motherland: A Genetic Journey geheten, veelvuldig bekroonde film van Archie Baron, die in 2003 op IDFA te zien was, volgde drie Britten van Afrikaanse afkomst en duurde twee keer zo lang als de tot de anekdote van één persoon teruggebrachte NCRV-bewerking. Misschien dat daarom de impact van de film niet zo groot is als de explosieve en verrassende inhoud zou doen verwachten.

De eerste schok is namelijk dat in de rechte patrilineaire lijn Marks DNA verwijst naar Midden-Europa. Er hoeft in de stamboom maar één blanke vader een kind bij een slavin te hebben verwekt, of je zit elf generaties terug niet in Kameroen maar in Oostenrijk. Zoiets zou bij een kwart tot een derde van de DNA-geteste zoekers naar een Afrikaans verleden het geval zijn.

De teleurstelling is zo groot dat Mark naar de Amerikaanse hoofdstad reist om ook zijn matrilineaire DNA te laten onderzoeken. Daar heeft een voor een kaart van Afrika gezeten geneticus een troostrijke mededeling. Zonder veel specificatie of bewijsvoering meldt deze dat Marks verre betovergrootmoeder wel eens een Kanuri uit Niger zou kunnen zijn. Meteen belt hij zijn moeder en vertrekt de volgende dag naar West-Afrika.

Daar wacht op de grens van Niger, Tsjaad en Nigeria een nieuwe gefnuikte voorstelling: het landschap is geen jungle of savanne, maar min of meer woestijn. En de conversatie met de Kanuri in een op goed geluk gekozen dorpje verloopt door taalproblemen moeizaam, ook al verwelkomen ze Mark wel hartelijk als verloren zoon. Met hulp van een Deense antropologe zoekt hij een nieuwe Kanuri-naam uit: Kaigama, dat lijkt hem wel wat, want die naam is verbonden met de geschiedenis van een tot de hogere stand behorende slavenaanvoerder. In een ceremonie ontvangt Mark zijn nieuwe naam van de Kanuri, en hij vertelt geroerd eindelijk `thuis' te zijn gekomen, niet langer vervreemd van zijn eigenlijke identiteit.

Mooi zo! Maar er volgt nog een verrassing, die `de complexiteit van de slavernijgeschiedenis' aantoont. De antropologe neemt Mark/Kaigama mee naar Zinder, een voormalige koningsstad. Daar verneemt hij in audiëntie bij de sultan dat de naam Kaigama inderdaad zeer bekend is. Hij was degene die namens de toenmalige heerser opstandige Kanuri gevangennam en uitleverde aan de Europese slavenhandelaren. En zo dreigt de nieuwbakken prins toch weer een kikker te worden.