Geschiedenis in de mode

Geschiedenis is in de mode en het ministerie van Onderwijs niet. Terwijl minister van der Hoeven van Onderwijs overweegt om de betekenis van het vak geschiedenis in het middelbaar onderwijs verder terug te dringen, neemt de historische belangstelling alleen maar toe. Nog geen half jaar na de week van de geschiedenis, waar 300 instellingen aan meededen, begint de boekenweek met als thema geschiedenis. Geschiedenis is een bestseller-onderwerp geworden, figureert in talkshows, nieuws en speciale tv-programma's en belandt in politieke partijprogramma's die oproepen tot een canon van gemeenschappelijke historische kennis.

Door onderwijskundige ontwikkelingen is die gemeenschappelijke kennis uitgehold. Studiehuis is de kroon op de ontwikkeling van het `leren leren', de gedachte dat leerlingen niet zoveel parate kennis meer hoeven te hebben als vroeger omdat ze alles met de hulp van de computer kunnen opzoeken. Leerlingen worden minder getoetst op algemene kennis, maar moeten zich specialiseren op periodiek vast te stellen hoofdstukken uit de geschiedenis, zoals de verhouding mens en milieu. Die kant gaat het al uit.

Nog steeds maken sommige professionele onderwijskundigen bezwaar tegen het idee van een vast raamwerk van gemeenschappelijke kennis. Elk emmertje uit de oceaan van feiten uit het verleden is immers willekeurig geselecteerd. Toch mag dit theoretische bezwaar geen reden zijn om dan maar geen keuze te maken. Ook willekeurig geselecteerde kennis van het verleden leidt tot besef van tijdperken en grotere historische samenhangen die nu steeds meer in het onderwijs ontbreken. Voor de kennis van de hedendaagse samenleving is een historisch raamwerk onmisbaar. Die kennis voorkomt valse nostalgie en bekrompen nationalisme.

Geschiedenis moet meer ruimte krijgen in het onderwijs. Dat is de conclusie uital die publieke aandacht. Leerlingen behoren de kans te krijgen om parate kennis op te doen. Geschiedenis als doorlopend verhaal is aantrekkelijker dan de verbrokkeling in het huidige onderwijs. Het is ook eenvoudiger en minder arbeidsintensief voor leraren en leerlingen dan alle werkstuk-opdrachten van het studiehuis-model.

Er is altijd meningsverschil over de inhoud van een canon. Het zou mooi zijn om iedereen ter wille te zijn en de hele wereldgeschiedenis erbij te betrekken, maar de lesuren en de geheugens van de leerlingen zijn beperkt. Wie Nederlandse geschiedenis als uitgangspunt neemt – en dat is gezien taal en woonplaats onvermijdelijk – moet daar ook Europese en koloniale geschiedenis bij behandelen. Dat is nooit anders geweest. De Tachtigjarige Oorlog is ondenkbaar zonder Britse en Spaanse geschiedenis en de vrede van Münster. Maar hoeveel van het een en van het ander kan het beste worden uitgemaakt door professionele historici.

Geschiedenis wordt nog steeds belaagd door nutsdenkers. Het vak staat op zichzelf en is geen integratiecursus, geen economie, geen sociaal werk en geen maatschappijleer. Een canon hoort veel ruimte te geven voor eigen interpretatie. Leraren en scholen kunnen hun eigen accenten leggen, zolang er parate kennis van grotere verbanden wordt bijgebracht.