Donorsysteem maakt niet uit

De Kamer stemt vandaag over het systeem voor orgaandonatie. Uit onderzoek blijkt dat het voor de beschikbaarheid van organen niet uitmaakt welk systeem men hanteert.

De Tweede Kamer zou vanmiddag stemmen over een voorstel om van het huidige toestemmingssysteem voor orgaandonatie over te stappen op het in West-Europa gebruikelijker bezwaarsysteem. Bij een toestemmingssysteem geeft iemand zelf aan of hij donor wil zijn, bij een bezwaarsysteem is iedereen donor tenzij hij bezwaar maakt.

Uit vergelijkend landenonderzoek van het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (Nivel) blijkt dat het voor het aantal bruikbare donoren niet uitmaakt welk systeem wordt gebruikt. ,,Het beslissysteem is geen relevante factor voor de donorefficiency'', zegt dr. Friele die het Nivel-onderzoek leidde.

De rol van de nabestaanden is evenmin van invloed op het aantal donororganen. Van de tien door Nivel onderzochte landen kunnen alleen in Oostenrijk de nabestaanden niets veranderen aan de beslissing van de overledene.

Nederland neemt een middenpositie in als het gaat om het aantal orgaandonaties als percentage van het aantal voor donatie geschikte overledenen. Zo'n 7 procent van het aantal mensen dat in een ziekenhuis sterft door een hersenbloeding, een verkeersongeval of een ongeluk – de voorwaarden voor het geschikt zijn als orgaandonor – doneert. In Zweden is dat percentage met 4,8 laag en in Spanje met 10,4 zeer hoog. Friele vermoedt dat dit komt doordat in Spanje sneller organen worden uitgenomen dan elders, terwijl dit altijd leidt tot transplantatie. Uit cijfers van de Nederlandse transplantatiestichting blijkt dat nu zo'n 1430 mensen op de wachtlijst staan voor een donororgaan.

voor en tegenpagina 2