`Britten kiezen zekere voor onzekere in Al-Muthana'

Het Britse leger in Al-Muthana heeft scherpere gedragscodes dan het vertrekkende Nederlandse. ,,Maar ze moeten ons wel met respect behandelen.''

De politiechef van de Irakese provincie Al Muthanna lijkt een hard hoofd te hebben in de verdere vreedzaamheid van zijn gewest, nu de Nederlandse militairen gisteren het militair gezag hebben overgedragen aan de Britten. ,,We hebben de boodschap aan de Britten overgebracht, dat ze ons net als de Nederlanders met respect moeten behandelen'', zegt generaal Karim. Dat zou in hun eigen voordeel kunnen zijn: ,,De Nederlanders hebben van ons immers ook respect teruggekregen.''

Maar de politiechef betwijfelt of de zorg voor de veiligheid in deze rustigste provincie van Irak net zo goed aan de Irakezen zelf zou kunnen worden overgelaten na het vertrek van de Nederlanders, die meer dan 3.300 Irakese veiligheidsagenten hebben opgeleid. ,,Het is hier nog niet volledig veilig. We hebben meer mensen en meer materieel nodig.'' Dus zegt hij, net nadat hij in functie de gezagsoverdracht met vlaghijsen en toespraken op de basis Camp Smitty heeft bijgewoond, te kunnen leven met het feit dat de Britten op Camp Smitty bij As Samawa, en elders in de provincie, de Nederlandse troepen vervangen.

Nadat Nederland, tot Britse ergernis en verwondering, niet bereid bleek langer in Irak te blijven dan de eerder overeengekomen twintig maanden, nemen de Britten het zekere voor het onzekere. De ceremoniële gezagsoverdracht van gisteren was nog slechts een formaliteit: de Nederlandse soldaten zijn al deels weg – op Camp Smitty verblijven nog 500 van de 650 die hier eens gelegerd waren. Hun plaats wordt ingenomen door 500 Britse soldaten die hiervoor aan dienst elders in Irak zijn onttrokken – tijdelijk overigens, want in mei komen er 450 Australiërs om de Nederlanders te vervangen.

De Nederlandse soldaten die er nog zijn, houden zich grotendeels bezig met het afbreken van de boel en het voorbereiden van de konvooien richting vaderland. De inventaris van Camp Smitty is deels verkocht aan de Britten, à raison van 1,5 miljoen euro.

Het patrouilleren door de provincie hebben de Britten inmiddels al van de Nederlanders overgenomen. De Nederlandse militairen valt meteen een verschil in stijl op: waar de Nederlanders in open jeeps probeerden een zoniet vreedzame, maar dan toch minder agressieve indruk te maken, nemen de Britten ook in dit opzicht het zekere voor het onzekere en verschansen zich in hun voertuigen. Ook hun gedrag op Camp Smitty is anders: waar de Nederlandse militairen, nu er al vele maanden geen dreiging van mortiergranaten op het kamp is, ontspannen rondlopen in hun gevechtspak en in hun vrije tijd ook rustig een zonnebad nemen, is het de Britse militairen ten strengste verboden hun scherfwerende vesten ook maar één minuut uit te doen.

En de Britten hebben, in tegenstelling tot de Nederlanders, geen budget voor sociale, goodwillbevorderende activiteiten in de provincie, heeft mevrouw Bodoor, voorzitter van de plaatselijke vrouwenvereniging van As Samawah al begrepen. Ook zij was, op uitnodiging en in burqa, aanwezig bij de gezagsoverdracht, maar ziet het vertrek van de Nederlanders met lede ogen aan. ,,De Nederlanders hebben bijgedragen aan het herstel van het door de oorlog verwoeste vrouwenhuis. Maar van de Britten heb ik nog niets gehoord.''

In de twintig maanden van de Nederlandse militaire aanwezigheid hebben, verdeeld over vijf lichtingen, in totaal 7.000 militairen dienst gedaan in Al Muthanna, memoreert chef defensiestaf Dick Berlijn, de hoogste Nederlandse militair, in zijn toespraak bij de gezagsoverdracht. Hij brengt de twee Nederlandse doden en vier gewonden ter sprake, en prijst de militairen omdat zij – ook na deze verliezen – ,,niet het verkeerde pad'' zijn opgegaan maar hun opdracht in dezelfde, deëscalerende geest zijn blijven uitvoeren. ,,Het is veelzeggend dat een eenheid snel de draad weer oppakt'', aldus de generaal, ,,en niet extreem of anders reageert.'' In de context van een samenleving met tribale trekken, zegt Berlijn, zijn de Nederlanders de afgelopen maanden natuurlijk ,,de sterkste stam geweest''. Ze hebben zich echter gerealiseerd dat het niet nuttig zou zijn om die kracht ,,continue te profileren''.

Minstens even belangwekkend vindt Berlijn het, dat ook in de Nederlandse samenleving naar aanleiding van de twee bij aanslagen omgekomen militairen niet de roep om terugtrekking uit Irak weerklonken heeft – er ontstond alleen enig debat over de vraag of het niet beter zou zijn om in voertuigen met pantserplaten te gaan patrouilleren. Maar dat is niet gebeurd, omdat het de filosofie van de Nederlandse aanwezigheid zou doorkruisen.

,,De Nederlanders gaan als vrienden hier weg'', vindt de generaal. Dat is bij de Britten straks nog maar helemaal de vraag, vindt een bij de gezagsoverdracht aanwezige Irakees, die anoniem wil blijven: in tegenstelling tot de Nederlanders maken de Britten deel uit van de bezettingsmacht waartoe ook de Amerikanen behoren, en ook het gegeven dat de Britten de voormalige kolonisator van Irak zijn, zet bij voorbaat kwaad bloed. Na de verkiezingen van 30 januari jongsleden, waarop de Nederlanders met hun vertrek hebben gewacht, verandert mogelijk de politieke context in Irak: van een strijd tussen ordehandhavers en terroristen naar een openlijker machtsstrijd tussen etnische groepen of delen daarvan, wellicht uitmondend in burgeroorlog. Maar als het gebeurt zal dit chapiter zich dus zonder de Nederlanders voltrekken. Hun resten nog slechts de problemen van de terugtrekking – geen ongevaarlijke zaak.

In totaal 663 Nederlandse militaire voertuigen en 1.100 containers met spullen worden over de weg naar Koeweit gebracht. De konvooien vinden steeds overdag plaats, onder bescherming van Apache-helikopters. Van vijandelijk vuur zal dus vermoedelijk geen sprake zijn, de zorgen gelden voornamelijk explosieven langs de kant van de weg. Van Koeweit wordt het materieel naar Nederland verscheept.

Dan is het Nederlandse militaire avontuur in Irak – afgezien van vijfentwintig militairen die in Bagdad meedoen met de NAVO-trainingsmissie voor het Iraakse leger – definitief voorbij.