XS4All naar rechter om aftapplicht

Internetaanbieder XS4All wil niet langer opdraaien voor de kosten om het netwerk op verzoek van justitie te kunnen aftappen. Het bedrijf begint vandaag een rechtszaak tegen de Nederlandse staat.

Nederlandse internetaanbieders moeten sinds 2001 politie, justitie en inlichtingendiensten inzage kunnen geven in alles wat hun abonnees doen op internet. Het gaat onder meer om de inhoud van de e-mails die een verdachte van terrorisme verstuurt of de websites die een verspreider van kinderporno bezoekt. Internetaanbieders ontvangen een vergoeding per tap voor directe kosten. XS4All krijgt 1.300 euro per tap. Providers moeten echter zelf de investeringen in apparatuur, exploitatie en onderhoud betalen. XS4All heeft in de periode van 2001 tot en met 2004 een bedrag van bijna een half miljoen euro uitgegeven om te kunnen voldoen aan de aftapeisen in de Telecomwet.

XS4All eist dit bedrag terug van de Nederlandse staat. Bovendien zou de rechter moeten verklaren dat de staat alle kosten betaalt voor de technische voorzieningen die de provider heeft gemaakt en nog zal maken om te kunnen voldoen aan de verplichtingen in de Telecomwet. Hoe vaak klanten van XS4All worden getapt mag de provider niet zeggen van justitie. XS4All meent dat kosten voor medewerking aan een strafrechtelijk opsporingsverzoek door de overheid moeten worden gedragen. De opsporing en vervolging van strafbare feiten is een overheidstaak bij uitstek.

Providers en overheid strijden al jaren over de vraag wie het aftappen moet betalen. XS4All zegt in de dagvaarding dat de Nederlandse overheid de ontwikkelingen in internationaal verband voor heeft willen zijn. Daardoor heeft zij de aanbieders aanzienlijke `pionierskosten' opgedrongen. Lang was onduidelijk hoe de aftapplicht technisch en organisatorisch moest worden uitgevoerd.

Op de achtergrond speelt het plan van de Europese ministers van Justitie om telecom- en internetaanbieders te verplichten om op voorhand informatie over alle klanten te verzamelen. De bedrijven zouden zogeheten verkeersgevens één tot drie jaar moeten bewaren. Dit zijn onder meer telefoonnummers die mensen bellen en webadressen die internetgebruikers bezoeken. Deze bewaarplicht kan Nederlandse internetaanbieders miljoenen euro's gaan kosten, becijferde accountantsbureau KPMG eind november.

Telecombedrijven en burgerrechtenorganisaties waarschuwen voor de inbreuk op de privacy van consumenten. Nog voordat zij worden verdacht van een strafbaar feit, zouden burgers al worden geschaduwd. Minister Donner (Justitie) schreef vorige maand aan de Tweede Kamer dat het bewaren van verkeersgegevens volgens hem niet in strijd is met het recht op privacy. Volgens de minister zijn verkeersgegevens van groot belang voor het opsporen van zware criminaliteit.