Voetbaloorlog

We konden er natuurlijk op wachten dat in de necrologieën van Rinus Michels zou staan dat hij ooit heeft gezegd: voetbal is oorlog. Als iemand zoiets kenmerkends heeft gezegd, kun je daar als necrologieschrijver niet omheen. En dus lazen we in De Telegraaf: ,,Zijn uitspraak: `Voetbal is oorlog' maakte hem een icoon.'' De Volkskrant meldde: ,,Wat hij deed, was een voorwaarde voor succes introduceren: meedogenloosheid. Oftewel: `Voetbal is oorlog.''' En deze krant schreef: ,,Een nadeel van zijn geharnaste opvattingen was wel dat zijn bekende kreet `voetbal is oorlog' door menigeen binnen en buiten de lijnen al te letterlijk is opgevat. Michels heeft daardoor helaas ook bijgedragen aan de verruwing van de voetbalsport.''

Maar heeft Michels dit ook werkelijk gezegd? En zo ja, waar en wanneer dan precies? Dat is nooit definitief vastgesteld. Er zijn wel verschillende pogingen gedaan om het te achterhalen, laatstelijk nog door Jaap Engelsman, een autoriteit op het gebied van citaten. Hij raadpleegde voetbalboeken, knipselarchieven en Bert Hiddema, de voornaamste biograaf van Michels, maar zonder overtuigend resultaat. Engelsman ontdekte wel dat Michels in 1967 in een interview heeft gezegd: ,,Voetbal blijft ten slotte een gevecht.'' In 1971 kwam Michels met: ,,Voetbal is de strijd tussen twee teams.'' En in 1973, toen hij Barcelona trainde, zei Michels over het spel aldaar: ,,Hier vechten ze in de meest ruime zin van het woord. Met voetbal heeft het niets te maken.''

Michels zelf heeft een en ander verschillende keren nadrukkelijk ontkend. Dat leverde, in diverse necrologieën, enige relativeringen op. Zo schreef Jaap Bloembergen in deze krant: ,,`Voetbal is oorlog', antwoordde Michels begin jaren zeventig op een vraag van een kritische journalist. Het beroemde citaat heeft hem zijn hele leven achtervolgd. Volgens hem was de uitspraak niet juist weergegeven.'' Paul Onkenhout schreef in de Volkskrant: ,,Michels heeft er alles aan gedaan die uitspraak te relativeren, later. Hij bedoelde slechts te zeggen dat voetbal geen spel is, maar een operatie die met militaire precisie moet worden uitgevoerd.'' En in Het Parool schreef Harry ten Asbroek: ,,`Voetbal is oorlog' was de beroemdste uitspraak van de bij leven al legendarische coach, die echter zo veel meer te vertellen had. Hij betwistte de term `voetbaloorlog' tot in lengte van jaren. `Uit zijn verband gerukt. Ben ik twintig jaar ten onrechte mee achtervolgd.'''

Er is nog even gedacht dat `voetbal is oorlog' terugging op een titel boven een column van Michels in het voetbalweekblad 1-0. Ik heb dat ooit in deze rubriek aangestipt. Ook dat spoor is inmiddels nagetrokken en het resultaat is: 0-0. Dus geen kop `voetbal is oorlog' boven een column van De Generaal. Wel schreef Michels op 25 december 1970, onder de kop `Het verschil tussen sport en topsport': ,,In zijn werk moet de topvoetballer veel van zijn persoonlijkheid, van zijn mens zijn, thuis en in de kleedkamer achterlaten. Omdat het spelen van een wedstrijd (aan de top) een primitieve zaak is. Om de weerstanden te overwinnen zijn allerlei agressieve eigenschappen nodig. Zoals bij een soldaat aan het front. [...] Wat de man in menselijk opzicht minder wordt, wint hij aan gevechtskracht.''

Je kunt dat bloeddorstige generaalstaal noemen, maar er staat niet ,,voetbal is oorlog''. Ik hou het erop dat Michels het inderdaad nooit zo heeft gezegd. Dat neemt overigens niet weg dat hij groot gelijk had, hoewel ik soms de indruk heb dat er door de supporters harder wordt geknokt dan door de troepen op het veld.

J-Woorden Maar liefst 1.900 mensen hebben de moeite genomen om het enquêteformulier op www.onzetaal.nl naar `Het beeld van de joden in de Nederlandse taal' in te vullen. Voor wie het al gedaan heeft: heel veel dank! Voor wie het gemist heeft: het kan nog een tijdje.