Sneeuwknijn

Afgelopen zomer in een opwel- ling gekocht: een vrouwelijk hangoorkonijn. Ze dut met haar hoofd op een pantoffel, knaagt graag op computerkabel en is dol op sneeuw.

Woensdagmiddag, half twee; er wordt op het raam geklopt, ik open de deur en drie gehoofddoekte en twee bloothoofdse meisjes zingen in koor: ,,Dahaag meneer, mogen we alstublieft met Nicky spelen?''

Mwah, brom ik, dat lijkt me geen goed idee.

,,Maar ik heb allemaal lekkers bij me, twee winterwortels en een maïskolf!'', roept de een. ,,En ik heb brood- en pizzakorsten!'', joelt de ander. ,,Ik wil haar alleen maar even aaien'', fluistert een bedeesd hoofddoekje, een bebrild doekje stottert: ,,Ki-kikke kook.''

Afgelopen zomer, op een snikhete dag, kocht ik in een opwelling een twee maanden oud, vrouwelijk hangoorkonijn. Wekenlang lag ik al te zieltogen; er moest iets veranderen. Wegens allergie vielen hond en kat af. Een goudvis doet denken aan ademnood – daar had ik nou juist tabak van. Het koppeltje grasparkieten, waarmee ik jarenlang het leven in het buitengebied deelde, werd steevast opgegeten door hermelijnen, bunzingen of marters. Een huiskonijn leek de oplossing.

Begin augustus deed Nicky haar intrede en het eerste wat zij deed was de o van konijn opeten. Anderhalve maand woonde zij in een op de lange kant gelegde kartonnen doos in de woonkamer. Een week later constateerde de longarts, aan de hand van bloedonderzoek, mijn allergie voor konijnenharen. Sindsdien huppelt zij overdag in de tuin, likt 's avonds urenlang mijn enkels en dut daarna in met heur hoofd op mijn pantoffel. Vrijwillig springt zij tegen bedtijd in haar metalen slaapkooi.

,,Knijn Moet Blijven'', mailde geliefde, toen zij hoorde van de perikelen en het plezier dat ik aan het dier ontleende. ,,Als zij je maar van je depressie afhelpt. Sla die longspecialist maar op zijn kop!''

Nu, een half jaar later, is Nicky zo groot als een tekkel zonder staart en blijkt de kruidentuin te zieltogen. Tijm, koriander, dille, peterselie, lavas, salie, bonenkruid en majoraan: alle opgepeuzeld. De sneeuwklokjes staan echter fier te bloeien. Binnenkort komen de narcissen, tulpen en krokussen in bloei. De huismusfamilie die in mijn beklimopte fietsschuur woont, `gevederde Tokkies' volgens geliefde, oogstte vorig jaar de krokusmeeldraden (saffraan) – dit jaar zal `knijn' hen voor zijn.

Midden december brak paniek uit. Nicky was loos; precieser: kwam 's avonds niet binnen terwijl het tien graden vroor. Tot diep in de nacht liep ik in kamerjas te bibberen in de maanverlichte tuin, rammelend met sleutelbos en klak-klakgeluidjes makend. De volgende ochtend bleek zij de nacht te hebben doorgebracht in de studeerkamer, had voor het eerst de trap bedwongen maar durfde er niet meer af. Inmiddels is zij eerder boven dan ik en weet zij ook de deur van de o zo stevig ogende slaapkooi te openen. Oplossing: veiligheidsspeld.

Een paar dagen later stond `knijn' minutenlang bij de tuindeur te aarzelen. Buiten was alles wit. Omdat ik het koud kreeg, gaf ik haar een kontje. Even later zag ik hoe zij zich wentelde in de sneeuw, languit gelijk een stadshond op het strand.

Na het kraken van de kooi, en het bedwingen van de trap, ontstond de eerste schade. Eerst knaagde zij in de werkkamer het snoertje door dat de pc verbindt met de telefooncontactdoos. In de studeerkamer, een dag later, de kabel tussen tekstverwerker en printer. Laatstgenoemde misdaad veroorzaakte een fietstocht langs vijf (5) computerwinkels omdat de tekstwerker vijftien jaar oud is en volgens huidige opvattingen dus antiek.

Resteert de vraag hoe de jongedametjes wisten van Nicky's bestaan. Niets blijft geheim in een vooroorlogse volkswijk. Onze achtertuintjes gaan in elkaar over, soms is er een meter hoge afrastering. Mijn vitaal bejaarde buurvrouw was zo gecharmeerd van mijn dartelende `knijn' dat zij twee hennetjes aanschafte. Van het een komt het ander. Vroeg of laat wordt het platteland een kinderboerderij.