`Score moet voor het kind zo gunstig mogelijk zijn'

Veel kinderen komen op een verkeerde school terecht omdat IQ-testen het schooltype bepalen, zei de maker van zo'n test een week geleden. Onder psychologen en scholen bestaat irritatie over de ,,schijnzekerheid van het IQ''.

In november zijn de testen weer afgenomen. De 37 leerlingen in de hoogste klas van de Prof. Dr. I.C. van Houtenschool in de Amsterdamse Bijlmermeer een school voor speciaal basisonderwijs gaan volgend jaar naar het voortgezet onderwijs. Voor die tijd moeten zij een verplichte intelligentietest maken.

Net als in voorgaande jaren heeft directeur Cisca Heijboer ,,gemengde gevoelens''. ,,De testen geven een vertekend beeld van de werkelijkheid. Kinderen die het op school redelijk doen, gaan bij de intelligentietest opeens de mist in.''

En dat is vervelend, zegt Heijboer, omdat er zo veel van de test afhangt. Het ministerie van Onderwijs schrijft immers voor dat het IQ van een kind bepaalt of het straks, na de basisschool, extra zorg nodig heeft. Dat betekent: wie een IQ heeft van 55 tot en met 80 punten, moet naar het praktijkonderwijs. Dat zijn aparte scholen waar leerlingen alleen praktische vaardigheden leren, zoals koken, `omgaan met mensen' of formulieren invullen.

Bij een score tussen de 75 en 90 punten moet de leerling naar het leerwegondersteunend onderwijs in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo). Scholieren volgen het gewone lesprogramma, maar krijgen van de school extra begeleiding om het te kunnen bijbenen.

Omdat de Van Houtenschool een school is voor kinderen met grote leerproblemen, moesten ze in november allemaal de intelligentietest maken. Maar het probleem, zegt directeur Heijboer, is dat de test niet zo gek veel zégt. ,,De scores bij de ene test vallen heel anders uit dan bij andere. Wij zeggen al: heeft hij een SON-IQ of een WISC-IQ? (SON en WISC zijn twee verschillende testen, red.) Daar zit een flink aantal punten verschil in. En vaak komen de resultaten helemaal niet overeen met de adviezen van de docent.''

Dus moet je ,,creatief zijn'', vindt Heijboer. Leerlingen die een lage IQ-score halen en van wie de school denkt dat er meer in zit, wordt gewoon nóg een test afgenomen van andere makelij. De beste score telt. ,,We willen dat de score voor het kind gunstig uitvalt.''

De leerlingen van de Van Houtenschool zijn al aan de beurt geweest, maar de komende weken moeten ook tienduizenden leerlingen in het regulier basisonderwijs een intelligentietest maken. Vorige week kwamen de resultaten van de Cito-toets binnen die 85 procent van de leerlingen moet maken. Wie een slechte score heeft, moet opnieuw getest worden. In 2003 kregen ruim 100.000 leerlingen op basis van hun IQ het stempel `zorgleerling'. Een kwart van hen moest op basis van de test naar het praktijkonderwijs.

Een week geleden sloeg dr. Peter Tellegen, psycholoog en maker van twee van de vijf toegestane intelligentietesten, in deze krant alarm. Het ,,circus'' rondom het testen van leerlingen, zei hij, is ,,volledig doorgeslagen. De testen die hij maakt, worden volgens hem ten onrechte als waterscheiding tussen onderwijsvormen. Daardoor ,,komen nu kinderen in het praktijkonderwijs die daar helemaal niet thuishoren'', aldus Tellegen. ,,Als een kind daar terechtkomt, is het over het algemeen heel moeilijk daar weer uit te komen.''

Sinds de invoering van het vmbo, in 1999, speelt het IQ een cruciale rol bij het bepalen van het schooltype voor moeilijk lerende kinderen. Staatssecretaris Netelenbos (PvdA, Onderwijs) wilde het aantal kinderen in het speciaal onderwijs terugdringen. Die konden beter integreren in het regulier onderwijs. Voor leerlingen die echt niet het niveau van het vmbo aankunnen, is het praktijkonderwijs bedacht. Een IQ-score zou objectief meten welke leerling waar thuishoort.

Het ministerie van Onderwijs wil niet reageren op de kritiek op het gebruik van IQ-testen. Een woordvoerder zegt dat niet het departement, maar zestien zogeheten `regionale verwijzingscommissies' in samenwerking met de Cotan, een commissie van het Nederlands Instituut van Pyschologen, bepalen welke testen worden toegelaten en welke niet. ,,Wij volgen hun adviezen.'' Op het nut van intelligentietesten als meetinstrument wil het ministerie niet ingaan. De Cotan wil evenmin reageren.

Toch is het ministerie van Onderwijs bekend met de onnauwkeurigheid van IQ-testen. Al in 2002 zei toenmalig staatssecretaris Adelmund (PvdA, Onderwijs) in de Tweede Kamer dat ze eens wilde doorpraten over dit ,,gevoelige onderwerp''. ,,Degenen die sociale studies hebben gevolgd, weten hoe een IQ-test werkt. De ene dag is er een andere uitslag dan twee weken later, als je op tijd naar bed bent geweest en een boekje hebt doorgeploegd.'' Het onderwerp is nooit meer ter sprake gekomen in het parlement.

In januari stuurde het Nederlands Instituut van Psychologen een brandbrief naar de Tweede Kamer. De psychologen vinden dat de manier waarop IQ-scores gebruikt worden ,,schijnzekerheid geeft en zorgt voor onverantwoorde simplificatie.''

Want met de testen is van alles aan de hand, schrijven de psychologen. Veel testen hebben ,,verouderde normen''. Doordat ze vaak sterk op taalvaardigheid gericht zijn, zijn allochtone leerlingen in het nadeel.

Maar wat bovenal steekt: de ,,beperkte betrouwbaarheid'' van een aantal testen. Omdat veel scholen, net als de Van Houtenschool, kinderen opnieuw testen als de score tegenvalt, ,,dreigt het gevaar van testen om het testen''.

Misschien, zegt Tweede-Kamerlid Ursie Lambrechts van coalitiepartij D66, zijn intelligentietesten de afgelopen jaren wel ,,veel te rigide'' toegepast. Ze wil er binnenkort met minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) over praten. ,,Het hanteren van IQ-scores past in deze tijd, we zijn op zoek naar harde maatstaven. Maar ik heb het idee dat we met zijn allen aan het doorschieten zijn in ons geloof in objectiviteit. De werkelijkheid zit zo niet in elkaar.''