Schrijver kan beter ondernemer worden

In het boekenparadijs schrijft de schrijver boeken. En omdat de uitgever zijn boeken uitgeeft en de boekhandelaar zijn boeken verhandelt, kan de schrijver er nog van leven ook. Met zijn drieën verdelen ze de opbrengst. Zo kan de schrijver blijven schrijven, de uitgever blijven uitgeven en de boekhandelaar blijven handelen.

Maar het paradijs bestaat niet. De schrijver die verwacht dat de uitgever voor hem of haar zorgt is naïef. Contracten worden per boek opgemaakt en zijn geen overeenkomsten voor het leven. En dus is de uitgever even naïef als hij denkt dat iemand voor wie hij geen jaarsalaris en pensioen regelt, eindeloos bij hem zal blijven.

Uitgevers zijn `culturele ondernemers', al is het uitgeven van Nederlandse auteurs dankzij de minieme investeringen vrijwel risicoloos. Veel uitgevers schepen hun niet-bestsellende schrijvers immers af met een voorschot van hooguit 1500 én met smoesjes: ons taalgebied is klein (met 22 miljoen lezers in Nederland en Vlaanderen, en nauwelijks analfabetisme?), de boekenmarkt is overvol (een luxeprobleem, dat als `pluriformiteit' door de uitgevers zelf in stand gehouden wordt), het aantal lezers daalt (CPNB-cijfers blijven een groeiende boekenmarkt aantonen). Een verkoopbevorderend promotieplan maken ze niet: in het `echte' bedrijfsleven heet dat kapitaalvernietiging. Misschien komt er wel een positieve recensie in de krant. En anders levert de ramsj nog wel wat op. Het boek waarop de schrijver zijn best heeft gedaan, fungeert voor deze uitgevers als kraslot.

Je hebt zelfs – vaak kleine – uitgevers die niet investeren in bekende auteurs. Deze liggen dientengevolge nauwelijks in de boekhandel. Joost mag weten waar zo'n auteur in dat geval van moet leven. De ontevredenheid bij zo'n auteur groeit en op een gegeven moment gaat hij zijn heil elders zoeken. Maar: door het voortdurende bezuinigen en reorganiseren bieden de grote uitgeefconcerns evenmin garanties. Door de mentaliteit op de boekenmarkt is de schrijver de risicodragende ondernemer in de branche geworden.

Mocht de exploitatie van het boek iets opbrengen, dan nóg trekt de schrijver nog aan het kortste eind: van de winkelomzet gaat standaard zo'n 90 procent aan zijn neus voorbij. En desondanks pleit de Literaire Uitgevers Groep er in een notitie van 20 oktober 2004 voor dat schrijvers (en vertalers, agenten en boekhandels) inschikken ter wille van de uitgevers.

Vreemdgenoeg betalen uitgevers echter wel tienduizenden dollars aan voorschot en promotie voor romans van `veelbelovende' onbekende Britse of Amerikaanse auteurs. Die boeken moeten eerst nog vertaald worden en daarna gepromoot en opeens kan alles: auteursbezoek met duur ticket, hotel, etentjes etc. Die schijnbare ondernemingslust is pure vrees om de nieuwe J.K. Rowling, Donna Tartt of Dan Brown te missen.

Om onze cultuur te beschermen hebben we in Nederland een laag BTW-tarief voor boeken en een vaste boekenprijs. Nederlandse auteurs profiteren daar op deze manier nauwelijks van. Door hun gebrek aan cultureel ondernemerschap beschermen Nederlandse uitgevers er vooral de Angelsaksische boekencultuur mee. Waarom die tienduizenden euro's niet in een Nederlandse auteur geïnvesteerd? Met goede promotie wordt díe onbekende toch ook bekend? En dan kun je die toch in het buitenland als `veelbelovend' verkopen?

Omdat de schrijver toch al risicodragend ondernemer is geworden, kan hij zich ook maar beter als ondernemer gedragen. Zijn uitgever is immers slechts één van zijn geldschieters. Laat hem maar concurreren met tijdschriften, bedrijven of instellingen die zijn schrijfvaardigheid wel in klinkende munt betalen en buiten dat onrendabele boekhandelskanaal om verkopen. Op die manier verwerft de auteur mogelijk wel een inkomen dat hem in staat stelt zijn oeuvre verder te ontwikkelen.

Er zijn overigens uitgevers die niet het boekhandelskanaal vol plempen met hun overproductie en uit ongeduld maar met hagel schieten. Zij presteren wel goed en leveren maatwerk. Zij zijn scherpschutters van kaliber die geduldig en met vaste hand aanleggen en die het lef hebben niet alleen boeken, maar ook geld uit te geven. Zij maken van debutanten auteurs die van de pen kunnen leven en investeren ook in wegbezuinigde, weggetreiterde en anderszins ontevreden auteurs die overstappen en tonen commitment. Door vakkundig, enthousiast en smaakvol uitgeven verdienen ze de zogenaamd gewaagde voorschotten ruim terug en slagen ze erin hun auteurs een fatsoenlijk inkomen te bezorgen. Kijk, dat is cultureel ondernemerschap.

Paul Sebes is literair agent.