Schaatsers vol vraagtekens naar Turijn

Twee individuele wereldtitels en goud op de ploegenachtervolging wonnen de Nederlanders op de WK afstanden. Zijn ze klaar voor de Spelen?

Het is niet meer vanzelfsprekend dat Nederlandse schaatsers alles winnen. Die conclusie kan worden getrokken nadat op de wereldkampioenschappen afstanden in Inzell de meeste vrouwen hadden gefaald en bij de mannen alleen goud was voor stayer De Jong (tien kilometer). Tevens zorgde het trio Wennemars-Verheijen-Tuitert voor de titel op het nieuwe onderdeel ploegenachtervolging. De verwachtingen waren hoog gespannen, mede door de afwezigheid van de Noorse stayer Grødum en de Amerikaanse allrounder Davis.

De grootste tegenvaller in Inzell was de 1.000 meter mannen, waar drie Nederlanders in de wereldbekerfinale op het erepodium stonden. ,,Die afstand hadden we moeten winnen'', aldus topsportcoördinator Krook van de KNSB. ,,We kunnen ons steeds minder missertjes permitteren. Het is heel bijzonder wat Noorwegen hier mede dankzij de goede psychologische aanpak van coach Mueller laat zien. Twee jaar geleden gaf je geen dubbeltje voor de Noren. We zullen op de Winterspelen op het juiste moment moeten pieken'', aldus Krook.

De magere resultaten in Inzell zijn mogelijk een gevolg geweest van overbelasting door een overdaad aan wedstrijden of selectieprocedures. Zo verkondigde sprintkampioen Wennemars, die alleen goud behaalde in de ploegenachtervolging: ,,Ik ben gewoon leeg. De power is er niet meer. Ik weeg nog maar 75 kilo, vijf kilo lichter dan normaal. Ik heb alles gereden en meer gewonnen dan wie ook.''

Om de druk in het nieuwe seizoen niet meteen op te voeren, heeft Krook voorgesteld dat een plek bij de eerste drie (maximaal twee rijders) op de WK in Inzell of het wereldbekerklassement van afgelopen seizoen recht geeft op deelname aan het toernooi om de wereldbeker van volgend seizoen. Die rijders hebben dan vrijstelling van deelname aan de NK afstanden of een ander evenement dat als selectietoernooi dient. In principe, want de commissie topsport besloot in Inzell pas woensdag de officiële lijst met namen van genomineerden met een voorkeursbehandeling vrij te geven.

Zo bestaan er twijfels over Renate Groenewold, die zich op basis van een redelijke seizoenstart op de drie kilometer een goede klassering toeëigende in het wereldbekerklassement, maar sindsdien weinig of niets heeft gepresteerd. Zeker is wel dat de bond de toppers de vrijheid geeft hun eigen programma in de wereldbekercyclus samen te stellen. Krook: ,,De ISU (internationale schaatsunie, red.) heeft het nodig gevonden voor volgend seizoen een complex, zwaar programma voor de wereldbeker te bedenken. Ze laten de schaatsers maandenlang over alle wereldzeeën trekken. Kennelijk omdat Europa in 2006 de Spelen heeft gekregen. Als je dan ook nog een olympisch kwalificatietoernooi inbouwt, kun je alle toprijders voor Turijn opvegen.''

Feit is dat ook de olympisch genomineerden (status die wordt verkregen na een plek bij de beste twaalf van Inzell of de wereldbeker) zich pas kunnen plaatsen voor de Winterspelen op de KWT (kwalificatiewedstrijd Turijn), waar tot en met de 1.500 meter de eerste vier plaatsen en op de lange afstanden de eerste drie plekken in principe recht geven op een olympisch deelnemersbewijs. ,,Het is mogelijk dat een genomineerde rijder zich dan niet kwalificeert'', zei Krook. ,,We werken nog aan een calamiteitenplan. Stel, Erben Wennemars valt op de ochtend van de KWT uit zijn bed en blesseert, net als onlangs Anni Friesinger, zijn kleine teen. Dan moet er voor hem een mogelijkheid zijn tóch naar de Spelen in Turijn te gaan. NOC*NSF en de KNSB zullen voor 1 mei bekend maken hoe we precies met uitzonderingsgevallen omgaan.''

NOC*NSF moet met de schaatsbond ook nog op een ander gebied in conclaaf. In Salt Lake City was drie jaar geleden al duidelijk dat de organisaties zich in elkaars vaarwater begaven. Sponsorbelangen kunnen daar nu ook weer aanleiding toe geven. Voormalig schaatscoach Henk Gemser, tegenwoordig hoofdbestuurslid topsport van NOC*NSF, ontkende dat van een conflict sprake is. ,,Iedere organisatie heeft zijn eigen partners die voor de Spelen entree zoeken. Daarvoor zullen nog wel enkele gespreksronden moeten plaats hebben.''

Dat hoeft wat betreft Gemser niet voor het kwalificatiebeleid van de schaatsbond. Zelfs niet als dat door een groot aantal ingebouwde drempels zou leiden tot oververmoeide rijders. ,,Het is aan de KNSB de marsroute naar Turijn uit te stippelen'', verklaarde Gemser. ,,Je kunt de absolute toppers af en toe best voorrang geven met bepaalde startfaciliteiten. Maar je ontkomt er niet aan er regelmatig een chronometer bij te houden. We hebben immers in Nederland in de breedte veel subtoppers. Die situatie levert goede reserves op'', aldus Gemser.

En als het interne selectiebeleid van de KNSB leidt tot een gang naar de rechter, heeft Krook daar geen moeite mee. ,,Er ontstaat altijd wel een situatie die je niet kunt voorzien. De rechter van de geschillencommissie van de KNSB besliste dat de regels van de ISU de doorslag geven als er twee rijders gelijk eindigen in het wereldbekerklassement. Maar eerlijk gezegd, snap ik dat nog steeds niet want dat staat nergens beschreven. De zaak is vaak zo complex en de belangen zo groot, dat ik het dan niet erg vind als de rechter er aan te pas komt.''