Netwerk luistert naar aardbevingen

Een netwerk van 48 zogenoemde geofoons moet vanaf deze week nieuwe gegevens opleveren over de kleine aardbevingen die regelmatig in het noorden van Nederland optreden, waarschijnlijk als gevolg van de winning van gas. Dat hebben onderzoekers van de TU Delft, de Vrije Universiteit in Amsterdam de Rijksuniversiteit Utrecht vandaag bekend gemaakt.

Geofoons zijn een soort microfoons die gedurende tien jaar geluidsgolven uit de ondergrond zullen opvangen. In het Drentse Exloo zijn de geofoons enkele maanden geleden al vijf meter diep in de grond gedrukt.

Deze week worden ze geijkt en aangesloten op een monitoringssysteem. Daartoe worden eerst kunstmatige geluidsgolven opgewekt, veroorzaakt door het tot ontploffing brengen van ,,een afgemeten hoeveelheid springstoffen''.

Volgens de TU Delft, die het onderzoek coördineert, zijn de trillingen van de opgewekte ,,micro-aardbeving'' zo klein dat ze na een afstand van tweehonderd meter al niet meer te voelen zijn.

Het netwerk van geofoons wordt de komende jaren uitgebreid over alle noordelijke provincies en uiteindelijk in de buurlanden.

Met de metingen hopen de onderzoekers beter te bepalen hoe en waar de aardbevingen ontstaan, en wellicht valt dan ook te voorspellen waar ze in de toekomst ontstaan. De krachtige geluidsgolven die door aardbevingen opgewekt worden, gaan volgens de TU Delft ,,vele kilometers diep, waar ze weerkaatst worden door (hardere) bodemlagen en weer terugkomen naar het aardoppervlak om opgevangen te worden door de geofoons''.

Bijzonder is dat de geofoons zijn aangesloten op een informatienetwerk dat wordt ingericht voor astronomen, het zogenaamde Lofar-netwerk. Met de Lofar-antennes (low frequency array) worden stralingsbronnen in het heelal in kaart gebracht. De antennes zelf zijn heel simpel, maar door hun bijzonder grote aantal (25.000) kan er toch zeer nauwkeurig mee gemeten worden. Het Lofar-netwerk strekt zich uit tot in Duitsland.