Naakte nimf

Ik ben gek op wilde wenkbrauwen. Zware borsteltjes boven ogen die spreken. Wenkbrauwen met haartjes zo lang, dat je er aan kunt sabbelen. Bij een frons buigen ze diep mee, bij een lach staan ze breeduit, als de staart van een pauw. Mijn vrouw had ze, Barbara de Loor ook.

Toen kwam het epileren.

Vrouwen hebben de neiging de natuur te beïnvloeden. Vanzelfsprekend verval is uit den boze. Het kunstmatige verzet zit in potjes, flacons, flessen, sticks, spuitbussen, tubes, doosjes en stiften. Het smeert, het spuit, het masseert. Tevergeefs. Het helpt allemaal niet. Wij mannen kijken er dwars door heen. Wij willen de natuur zien.

Bij het uittrekken van wenkbrauwhaartjes kijk ik liever de andere kant op. De pijngrens van de vrouw is vele malen hoger; met een pincet wordt één haartje gepakt en met een vinnige beweging uit de huid getrokken.

Barbara de Loor epileert al weer een tijd. Weg zijn de borstels in dat piekerende voorhoofd. Ik heb haar een paar jaar geleden verteld dat ik het jammer vond. Ze keek me met lichte verachting aan. De wenkbrauwen waren gestroomlijnd nu, dunner, en eindigden in een puntje. Ze hield de vrije natuur in toom.

Voor een documentaire gingen De Loor en ik uit schaatsen, op de ouderwetse manier. Het globale plan was haar te filmen tijdens de uren van ontspanning. Ze hield van schaatsen op natuurijs, lekker in de buitenlucht. Het was november 2002. We gingen naar een bevroren meer, het Nannewyd, in de buurt van Heerenveen. De cameraman nam een fossiele super 8-camera in de hand en vulde het celluloid met Barbara de Loor in spijkerbroek met wijde pijpen, schaatsend op natuurijs. We zagen een blos opkomen, De Loor trotseerde de kou en het bobbelijs.

We eindigden op een vaart, het schemerde al. De boten lagen ingevroren aan de kant. Het ijs kraakte. De barsten schoten onder haar ijzers door. Barbara gaf geen kik. Ze hoorde hier, buiten op natuurijs.

We moesten mee naar de sauna. Ze lag poedelnaakt op een handdoek en zweette als een otter. De cameraman, de geluidsman en ik stonden onhandig in onze winterkleren in het houten hokje. Onze ruggen werden nat van de hitte. Ik gooide koud water op de hete kooltjes en keek door de lens. Zweetdruppels gleden over haar voorhoofd naar beneden, even tegengehouden door de wenkbrauwen.

Barbara de Loor ging ons voor naar buiten. Het was al donker. Ze ging als een naakte nimf op het ijs van een bevroren vijvertje zitten. Van heel heet naar ijskoud, in een paar seconden. Weer geen kik. Minutenlang gaf haar lijf stoom af. Ze stond in brand, in de vrieskou.

Vanwege een rugblessure haalde ze dat jaar haar niveau niet. Weer niet. Barbara de Loor schaatste jarenlang om het erepodium heen, ze stond er nooit op.

Tijdens de WK in Inzell, afgelopen weekeinde, deed de natuur haar werk. Het vroor, het sneeuwde, de wind voerde de kou uit de omliggende bergen mee over de ijsbaan. Dit was het paradijs van Barbara de Loor. Daar waren de wenkbrauwen, half verscholen achter een sportbril. De regie van de televisie was meesterlijk. Als een vogel mocht je meevliegen boven De Loor. Vanuit de lucht leek het ijs wel craquelé, als de huid van een oude dame. We keken naar het meisje op natuurijs, het meisje dat van geen kou wilde weten. Ze won goud.

Wonderschoon, dat schaatsen in de openlucht. Om te filmen zo mooi. Pak de ouderwetse camera en film. Film! We hebben een schaatsende actrice. Barbara, stop met epileren. De natuur blijft de baas. Et Dieu créa la femme!