In Tripoli geen cederrevolutie

In Noord-Libanon klinkt geen anti-Syrisch protest zoals in Beiroet. ,,Wij laten zien dat er ook mensen zijn die anders denken.''

In de tweede stad van Libanon is van een revolutie geen sprake. In het noordelijke Tripoli hangen geen posters van de drie weken geleden opgeblazen ex-premier Rafiq Hariri. Er wordt niet met Libanese vlaggen gezwaaid, zoals in Beiroet. Er zitten geen goedgeklede jongeren te protesteren tegen de Syrische bezetting in tenten op het centrale plein.

Tripoli, een overwegend sunnitische stad waar ongeveer 450.000 mensen wonen, heeft niet geprofiteerd van de wederopbouw van Libanon. In tegenstelling tot het glimmende centrum van de hoofdstad Beiroet is Tripoli vaal en grauw. De disco's, Diortassen en dollars van Beiroet, zijn in Tripoli getto's, hoofddoeken en devaluerende Libanese ponden.

De `cederrevolutie', zoals de Verenigde Staten de na de aanslag op Hariri begonnen demonstraties in Beiroet hebben gedoopt, heeft geen wortel geschoten in dit deel van het land. Sterker nog: er heerst woede over de manier waarop de Libanese oppositie de aandacht op zich heeft gevestigd en Syrië onder druk zet.

Daarom is zakenman Fawaz Hamze (55) zaterdag naar het huis van Omar Karami gegaan, de pro-Syrische premier die vorige week onder druk van de demonstraties is opgestapt. Met de handen in de zakken staat hij in een lange rij van circa duizend wachtenden die allemaal Karami willen zien. Officieel moet hij vandaag worden gecondoleerd met de dood van zijn zus, maar Hamze – en velen met hem – wil ook laten zien dat hij de premier tot het einde steunt.

,,Het noorden van Libanon en Syrië zijn één'', zegt Hamze. ,,De oppositie gebruikt de dood van Hariri voor politiek gewin.'' Niet voor niets waren er vorige week rellen in Tripoli, toen Karami tot aftreden werd gedwongen. ,,De demonstranten in Beiroet claimen de stem van het volk te vertolken, wij laten zien dat er ook mensen zijn die anders denken in dit land.''

Karami's woordvoerder, dr. Khaldoun al-Sharif, vreest dat andere opinies dan die van de oppositie verdrinken in de maalstroom van de internationale media. Volgens hem zoomen de televisiezenders CNN en BBC in op een paar honderd demonstranten op het Plein van de Martelaren in de hoofdstad. ,,Op de televisie lijkt het dan alsof er 120.000 mensen op de been zijn. Dit is de nieuwe manier waarop er tegenwoordig oorlog wordt gevoerd'', zegt hij. ,,Er zijn vandaag 20.000 mensen bij meneer Karami geweest. Het zijn allemaal zijn aanhangers. Waarom is dat niet op de televisie?''

In de wijk in het oosten van Tripoli waar de shi'itische alawieten wonen, maken de 30 leden van de alawitische jongerenbeweging zich op om naar de toespraak van Bashar al-Assad te kijken.

[Vervolg LIBANON: pagina 5]

LIBANON

'Ik voorspel grote problemen voor Libanon'

[vervolg van pagina 1]

Ze voelen zich extra betrokken bij de verhoudingen tussen de twee landen omdat de regerende clan in het buurland ook tot de alawitische sekte behoort. Er wonen ongeveer 120.000 alawieten in Libanon (in totaal 4,3 miljoen inwoners). In hun verder kale clubhuis staat de oude kleurentelevisie al op de Syrische zender. Een schilderij van de familie Assad, getooid met spiegelende zonnebrillen, aan de muur.

,,Als Syrië zich terugtrekt, komt er een nieuwe burgeroorlog'', zegt een van de aanwezigen somber. De rest maant hem slissend tot stilte. Als Assad in beeld verschijnt, klapt iedereen zijn handen stuk. ,,Hij is de koning van de Arabieren!'', roept iemand. Als de Syrische president aankondigt dat het land zijn circa 14.000 militairen geleidelijk zal terugtrekken, begint iedereen weer automatisch te klappen. ,,Wat doen jullie nu?!'', vraagt de leider van het jeugdcentrum, Ali Haidar Radwan, boos. ,,Dit is helemaal niet goed.''

Na de toespraak rent iedereen de straat op om daar te betogen vóór Assad en tegen de Libanese oppositie. ,,Met ons bloed en ziel zullen we je verdedigen, Assad!'', roept de menigte. Er wordt in de lucht geschoten en gedanst onder de portretten van de Syrische leider.

De nieuwe machtsverhoudingen in Libanon moeten zich nog uitkristalliseren, maar een christelijk kopstuk uit de burgeroorlog (1975-1990) voorspelt problemen. Vanuit Tripoli slingert een lange bergweg met haakse bochten omhoog naar het maronitische dorp Ehden. De eerste lentebloemen zijn al tussen de rotsen verschenen, op de bergruggen staan kleine wouden van cederbomen. De meeste maronieten in dit gedeelte van Libanon zijn pro-Syrisch, anders dan de maronieten in Beiroet, die juist weer tegen de Syrische aanwezigheid in het land zijn.

In een van de prachtige villa's die hier overal staan, woont Robert Franjieh. Zijn huis kijkt uit over een bijbelse vallei die al decennia door zijn machtige familie wordt gecontroleerd. Het was zijn vader, Sleiman Franjieh, die als president van Libanon in 1976 de Syriërs uitnodigde om het land binnen te trekken.

,,Nietzsche zei het al: de toekomst behoort aan degenen met de meeste kennis van het verleden'', zegt Franjieh nadat hij zijn collectie schilderijen van Roy Lichtenstein heeft laten zien. Het `nieuwe Libanon', de eenheid tussen de verschillende religies waarmee de oppositie koketteert, is volgens hem oppervlakkig. ,,Denk maar niet dat één van die christenen die nu huilend zijn rozenkrans op het graf van de sunnitische Hariri legt, wil dat zijn dochter met een moslim trouwt'', zegt hij.

Volgens Franjieh, wiens neef demissionair minister van Binnenlandse Zaken is, zijn de Verenigde Staten bezig met een stille regimewisseling in Libanon. ,,Ze willen een pro-westerse overheid die vrede kan sluiten met Israël'', zegt hij. Het is spelen met vuur in Libanon waar bijna ieder dorp een verschillende religie of politieke overtuiging aanhangt.

,,Sinds drie maanden zijn alle verschillende groepen in Libanon nieuwe wapens aan het kopen. Wij ook'', zegt Franjieh. ,,Gezien ons verleden voorspel ik grote problemen voor Libanon in de toekomst. Onze broze status quo van de afgelopen jaren is bruut verstoord.''