`Het gaat over verlies en melancholie'

De Canadese groep Arcade Fire, die deze week optreedt in Amsterdam, zingt op `Funeral' met omfloerste arrangementen.

Op het gloedvolle, van de geslaagde ambities bol staande debuutalbum Funeral bewijst de Canadese groep Arcade Fire eer aan enkele overleden familieleden. Met zijn hoge, dwingende stem, gegoten uit de mal van David Byrne (Talking Heads), gaat Win Butler zijn band voor in een reeks kunstig gearrangeerde, dramatisch aangezette liedjes.

Win Butler en zijn broer William werden geboren in Texas, als kleinzonen van Alvino Rey (eigenlijk Alvin McBurney), een succesvol bandleider en pionier van de elektrische gitaar uit het vooroorlogse swing-tijdperk. Ze spoelden pas in Montreal aan na omzwervingen langs New York en Boston. Het is niet zozeer de stad die hem bevalt, maar de mensen die hij daar aantrof, vertelt Win. Hij ontmoette er een aantal in muzikaal opzicht gelijkgestemde zielen, zoals zijn latere vrouw Régine Chassagne, nu zijn creatieve partner in Arcade Fire. Haar exotische afkomst belijdt ze in het bijna cajun-achtige, deels in het Frans gezongen liedje Haïti.

De groep vertoont enige overeenkomsten met stadgenoten The Dears: beiden koesteren excentrieke zang, afgepaste orkestraties en ambitieuze, maar ambachtelijke songstructuren. Maar Butler houdt vol dat hij The Dears amper kent. Zijn groep onderhoudt nauwere banden met het muzikaal afwijkende, instrumentale postrock-collectief Godspeed You! Black Emperor, van wie men voor Funeral enkele strijkers leende.

Win Butler zegt over het weidse muzikale spectrum dat zijn groep aanboort: ,,We hebben een interessante groep mensen bij elkaar die allerlei invloeden meebrengen, van middeleeuwse muziek via New Order tot Motown. Dat is toch niets nieuws? The Beatles en David Bowie jatten ook al van Motown. Oude muziek ligt als invloed minder voor de hand, dat is waar. Bij ons zit het vooral in de harmonieën, daar gelden compleet andere regels dan in de klassieke muziek. Het is meer Régines afdeling, zij is ook erg gecharmeerd van de hedendaagse componist Arvo Pärt.''

Funeral is niet voor niets de titel van het debuutalbum van de groep, dat aan de overzijde van de oceaan al maandenlang menigeen in zijn ban houdt en hier pas sinds afgelopen maand uit is. In de periode voor de opnamen hadden de bandleden te maken met meerdere sterfgevallen in de familie. ,,Het is geen conceptplaat over de dood, maar als je zoiets meerdere keren achter elkaar meemaakt, kruipt het toch in je achterhoofd als je songs aan het schrijven bent. Dan gaat het wat vaker over verlies en melancholie, hoe wil je dat tegenhouden? Toen we terugkwamen van de begrafenis van mijn grootvader besloten we om de plaat zo te noemen, omdat de nummers zichzelf aan elkaar leken te binden. Zoiets moet je niet met opzet doen, want dan wordt het al snel geforceerd.''

Het is niet alleen vanwege de rouw om overleden verwanten, dat familiebetrekkingen zo'n belangrijke rol spelen bij Arcade Fire. Met zijn echtgenote Régine vormt Butler immers de as van de groep, waarin ook zijn jongere broer William een belangrijke rol speelt. ,,Als je jarenlang heel intensief in een band met elkaar optrekt en opeengepropt zit in de toerbus, kun je beter zorgen dat je elkaar mag. Al zal ik niet iedereen aanraden om dan maar met je groepsleden te gaan trouwen, maar voor ons werkt het. Ik kan me niet anders voorstellen. Régine en ik werken bijna permanent aan muziek, het is onze manier van leven.''

De songs krijgen hun opmerkelijke, even nerveus als omfloerst klinkende arrangementen pas in de studio. ,,We strooien niet willekeurig met strijkerspartijen. Bij het schrijfproces dient de gewenste instrumentatie zich eigenlijk al aan, soms vraagt een liedje om strijkers, soms om een piano of een accordeon. Régine laat dat instrument bijna klinken als een strijkinstrument. Op die manier krijg je frisse invalshoeken.''

The Arcade Fire: Funeral (Rough Trade, distr. Konkurrent)

Optreden: 11/3 Melkweg Amsterdam