En had ik de liefde niet

Is religie echt `ongelooflijk achterlijk' of is er misschien toch iets waardevols in te vinden? Over die vraag werd afgelopen vrijdag in de Balie in Amsterdam gediscussieerd. Het spreekt nogal vanzelf dat mensen die zo'n vraag stellen het antwoord al hebben: er schuilt zeer zeker wat waardevols in religie. De ondertitel van het door het Heyendaal Instituut uit Nijmegen georganiseerde symposium was dan ook: ,,Tegen het demoniseren van religie''.

Er werden verstandige dingen gezegd. Zoals dat religie juist niet op waarheden en zekerheden berust maar juist op zoek is naar de waarheid. Dat er een traditie in de islam bestaat die juist vraagt in plaats van stelt. Dat het belang van rituelen niet onderschat moet worden. Zulke dingen. Er werd gesproken over condooms in Afrika, over terrorisme, over het onvermogen van gelovigen om te twijfelen of zich open te stellen voor andere zienswijzen, over het religieuze fundament van de Verlichting en over waar religie en kunst elkaar naderen. Ook over de karikaturen die van religie gemaakt worden ging het uiteraard, over de onzin die erover beweerd wordt en daarover leek iedereen het enorm met elkaar eens, er wordt veel onzin over religie beweerd.

Allemaal fijn en verstandig en leerzaam misschien ook wel.

's Avonds at ik bij vrienden. De sfeer was niet bepaald religieus, we flapten er van alles uit, dronken daar flink bij, aten verrukkelijk, keken naar hoe de stadswereld buiten door de sneeuw werd ingepakt, en toen hadden we het toch zomaar ineens over waar het nu eigenlijk over gaat in dit leven. Dat bleek helemaal niet moeilijk. De oudste van ons formuleerde het kort en bondig: 1. liefde voor je werk, 2. liefde voor degene met wie je leeft, 3. liefde voor degenen die je nastaan. ,,In willekeurige volgorde'' giechelde zijn vrouw. Die trouwens ook vroeg of niet ergens in dat rijtje iets van bekommernis om de wereld thuis hoorde.

Niemand vroeg of er niet ook ergens in dat rijtje God genoemd had moeten worden. ,,Heb uw naaste lief gelijk uzelf en God boven alles.'' ,,God is liefde.'' Zulke dingen zeiden we niet. We waren dik tevreden met de seculiere liefde.

Het is ook nooit zo makkelijk, die goddelijke liefde. Wat moet je ermee. Hij wordt vaak in enge bijbelcitaten naar voren gebracht (,,Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe'') waardoor je makkelijk blasfemische dingen gaat denken als dat hij zijn zoon best thuis had kunnen houden en dat we van dat eeuwige leven tot nu toe nog niet veel gemerkt hebben. Wat is dat voor liefde waar een zoon aan opgeofferd moet worden? Enfin, dan beland je als snel weer in demoniserende beweringen en voor je het weet heb je toch weer beweerd dat het allemaal heel achterlijk is.

Maar het is niet allemáál achterlijk. Uiteindelijk gaat het om iets echts en waars, maar dat echte en ware is niet gemakkelijk te bereiken noch gemakkelijk uit te drukken. Zwijgen en alleen maar stiekem bij jezelf denken: ,,er is iets echts en waars maar ik zeg er lekker niets over'', is flauw en gemakzuchtig. Het is alleen moeilijk om de dingen die je echt aangaan, waarvan je denkt dat ze op een of andere manier aan de kern raken, onder woorden te brengen. De context is er ook vaak niet naar. Niet voor niets nemen mensen als ze aangevallen worden graag hun toevlucht tot kreten als bovengenoemde, daarachter kun je je verschuilen. Je legt niet je ziel bloot tegenover iemand die alleen maar roept, zoals een strijdbare atheïst als Herman Philipse doet: ,,Bestaat God of bestaat Hij niet? Dat is de vraag!'' en al zeker niet als je dat zelf echt helemaal de vraag niet vindt. De vraag is eerder of het woord `God' iets voor iemand betekent, niet of ergens in de werkelijkheid zoiets als `God' aan te wijzen is.

En waarom zou je trouwens voortdurend over god praten. Belangrijker is toch hoe je leeft – die drie liefdes bijvoorbeeld, aangevuld met wat bekommernis om de wereld.

Toch zie je soms heel goed voor je wat er op de beste manier bedoeld zou kunnen worden met religie. Onlangs verscheen in Nederlandse vertaling het boek Vader Joe van de Britse, in Amerika werkzame satiricus Tony Hendra (oud redacteur van The National Lampoon, mede bedenker van Spitting image). Het boek ziet er totaal niet uit, met een foto van gevouwen handen uit een monnikspij op de omslag. En die titel is het natuurlijk ook al niet. Toch is het een geweldig boek. En is vader Joe, de echte, een Engelse benedictijner monnik, voor wie Hendra dit portret opricht, een geweldige man geweest, van wie je in zijn papieren gedaante gaat houden. Nooit is hij dogmatisch of zeurt hij over wat wel of niet `mag'. Hij doet wel uitspraken die je wilt onthouden en doordenken.

Bijvoorbeeld over gevoelens. Dat gevoelens iets heel moois zijn. Maar dat we er niet voor moeten gaan leven. ,,Ze jagen ons in onszelf terug, begrijp je. Wat ík wil. Wat ík voel. Wat ík nodig heb.'' En dan gaat hij door en praat over de echte liefde. ,,De vreugde om elkaars bestaan. Al die dingen waarin de ander van ons verschilt, en wij van hem of haar.'' En van die liefde komt hij dan natuurlijk weer op God, die zich in de ander manifesteert en hij maakt heel kort duidelijk wat er bedoeld wordt met die vaak genoemde afschaffing of achterlating van het zelf: ,,God is de Ander. Daarom moet het zelf zichzelf in de liefde voor de ander verliezen.''

,,Niet zoals ik wil, maar zoals u wilt'' dus. Eén van de mooiste uitspraken uit de bijbel – niet omdat er zoiets als blinde gehoorzaamheid mee uitgedrukt zou worden, maar omdat het over overgave, aandacht, onbaatzuchtigheid gaat.

En dan is die seculiere liefde die wij daar aan tafel zaten te vieren ook zo verkeerd nog niet. Liefde voor de ander, liefde voor wat je doet – dan gaat het ook over overgave, aandacht en onbaatzuchtigheid. Daar hoef je god niet bij te halen. Misschien is hij daar wel bij, vanzelf. En zo niet, ook goed. Met achterlijkheid heeft het in ieder geval allemaal niets te maken. Wel met goed leven.