Eén fit korhennetje kan al genoeg zijn

De Hoge Veluwe wil z'n korhoenders terug. Rekkelijken en preciezen over het uitzetten van gefokte vogels. ,,Als 1 op de 10 overleeft, zijn we al blij.''

Korhoenders scharrelen in hun hok achter de kantoren van Stichting Nationaal Park de Hoge Veluwe in Hoenderloo, opfladderend bij het minste gerucht, onwetend van de discussie die over hen is losgebarsten.

Deze week maakte De Hoge Veluwe bekend dat men wil beginnen met het uitzetten van zo'n honderd gefokte korren per jaar, gedurende tien jaar. De vogel is al een kwart eeuw verdwenen uit het gebied. Een omvangrijke herintroductie moet daar verandering in brengen. Tegelijkertijd kwam er kritiek. Van medewerkers van Staatsbosbeheer, die het uitzetten van gefokte dieren ,,gewaagd'' noemen en van wetenschappers van Alterra, het onderzoeksinstituut voor natuur en milieu in Wageningen, die vermoeden dat de dieren het niet zullen overleven.

Het nationaal park De Hoge Veluwe is ,,geschokt'' door de kritiek, zo zegt directeur S. van Voorst tot Voorst. Niet alleen door de inhoud, maar ook doordat die afkomstig is van wetenschappers die mede aan de voorbereiding hebben bijgedragen door onderzoek te doen naar de genetische eigenschappen van de fokpopulatie. Van Voorst tot Voorst: ,,Hoe kun je nu enerzijds zeggen dat het geen zin heeft om ze uit te zetten, en anderzijds je wel laten betalen voor onderzoek ten behoeve van de herintroductie?''

Een van deze wetenschappers, Hugh Jansman, wijst erop dat de herintroducties van in totaal ruim vijfduizend korhoenders in West- en Midden-Europa allemaal zijn mislukt. De dieren overleven het niet, ze zijn genetisch zo aangepast aan hun gevangenschap dat ze niet toegerust zijn voor leven in het wild. Maar dat ligt anders, zeggen ecoloog Ruben Smit en projectleider Bart Boers van De Hoge Veluwe. Smit: ,,Het herintroduceren van vogels is een hell of a job. Je moet een lange adem hebben en je moet gedegen onderzoek doen naar het gebied waar je de vogels wilt uitzetten.'' Dat is gebeurd, zeggen Smit en Boers.

Al drie jaar zijn er op de Hoge Veluwe voorbereidingen getroffen. Er is vijftienhonderd hectare gevarieerde hei beschikbaar, er zijn kleinschalig beheerde akkers en wildweiden met korhoendervriendelijke vegetatie. De Hoge Veluwe heeft bovendien uit eerdere Europese mislukkingen de les getrokken dat een herintroductie zéér rigoureus moet gebeuren. Vandaar honderd korren per jaar en dat tien jaar lang. Smit: ,,Er gaan er ontzettend veel dood in het wild.'' Boers: ,,Als tien van de honderd het voorjaar halen, zijn we al heel blij.'' Smit: ,,Eén hennetje dat het goed gaat doen, kan voldoende zijn.'' Dat er veel vogels zullen sneuvelen, is ethisch ,,acceptabel'', zegt Boers. ,,de Vogelbescherming is ermee akkoord.''

Hans Peeters van Vogelbescherming Nederland bevestigt dit. ,,Een herintroductie is niet verkeerd. We zijn blij met elk initiatief om een vogel waar het zó slecht mee gaat, te redden. Wel is het jammer dat het een andere ondersoort is dan de oude Hollandse korhoender. Je zou dat faunavervalsing kunnen noemen. Maar ja, de doorsnee vogelaar ziet het verschil toch niet.''

De laatste in het wild levende korhoenders zitten op de Sallandse Heuvelrug. Dáár wil Staatsbosbeheer van het bijplaatsen van gefokte korren niet weten, niet alleen omdat het wellicht zou mislukken, maar ook omdat het genetische karakter van deze Hollandse ondersoort daardoor zou worden bedreigd. Het is een redenering die op de Hoge Veluwe niet opgaat, zeggen ze in Hoenderloo, simpelweg omdat er hier weer vanaf nul moet worden begonnen. Projectleider Bart Boers spreekt over een strijd ,,tussen rekkelijken en preciezen''. Hij noemt de tegenstanders van de herintroductie op de Hoge Veluwe ,,puriteins''.

Bioloog Hans Breeuwer heeft het uitzetplan voor De Hoge Veluwe op z'n merites beoordeeld. Breeuwer is universitair hoofddocent aan het instituut voor biodiversiteit en ecosysteemdynamica van de Universiteit van Amsterdam. Hij zegt: ,,Je kunt vraagtekens zetten bij de wijze waarop wij in Nederland natuur beheren. Het lijkt vaak op tuinieren. Maar áls je vindt dat er korhoenders in Nederland moeten zijn, dan kun je maar het beste pragmatisch zijn. Er zijn nog maar zo weinig korhoenders, dat de kans dat ze uitsterven groot is. Een populatie moet nu eenmaal groot zijn om niet door bijvoorbeeld barre weersomstandigheden in één keer te verdwijnen. En het bijplaatsen van dieren met een andere genetische samenstelling hoeft niet altijd slecht te zijn. Vers bloed kan de fitness van de dieren ook juist verhogen.''