`Assad had op veel punten gelijk'

De toespraak van president Bashar al-Assad waarin deze zaterdag de terugtrekking van Syrische troepen in Libanon aankondigde, is in zijn hoofdstad, Damascus, goed gevallen.

Juichende mensen, wapperende Syrische vlaggen – de stemming bij het parlementsgebouw in Damascus zat er goed in toen president Assad zaterdagavond zijn toespraak over Libanon hield. Of al die mensen uit eigen beweging kwamen of waren opgetrommeld, is altijd onduidelijk in Syrië. Maar feit was wel dat menig Syriër na de toespraak van mening was dat de president het er niet slecht van had afgebracht.

Buiten Syrië was de directe reactie na de toespraak dat deze veel te lang was, vaag en uiteindelijk maar bitter weinig te bieden had op het punt waar het echt om ging: Libanon. Maar in Damascus was veler gevoel anders, zo bleek bij een rondgang door de stad. ,,Ik houd meer van de president dan voor de toespraak'', zei bijvoorbeeld Mohammed, die gestudeerd heeft, meerdere talen spreekt en de politiek goed volgt. ,,Hij was ontspannen, intelligent, en had op veel punten gewoon gelijk.''

Miljoenen Syriërs hebben de rede gezien: de straten van Damascus waren leeg toen de president sprak en gisteren werd de toespraak op de staatstelevisie keer op keer herhaald.

,,Een goede toespraak'', zei Michel, een christelijke man van middelbare leeftijd. In Syrië geven gezien de dictatoriale omstandigheden de meeste mensen hun achternaam liever niet.

Een flink aantal was zeer te spreken over de aanvallen van Assad aan het adres van de Amerikanen. Zo wees de president de Amerikaanse kritiek dat Syrië de grenzen niet goed controleert, van de hand met het argument dat Syrië dat niet kan, juist zoals Washington zelf niet in staat is zijn grens met Mexico te controleren. Toen de president zei dat Syrië niet tegen de wensen van de Verenigde Naties wilde ingaan zei hij in een bijzin dat elk land dat dat wel doet, uiteindelijk de rekening krijgt gepresenteerd – een directe verwijzing naar het Amerikaanse ingrijpen in Irak en de alsmaar groeiende dodenlijst daar.

Ook konden veel Syriërs de onderhuidse aanval op de Libanese oppositie waarderen. Assad beschuldigde haar van goedkoop marchanderen voor het eigen belang en schroomde niet het woord ,,bazaar'' te gebruiken – een directe verwijzing naar het gevoel dat in Syrië leeft, dat Libanezen koud en commercieel-calculerend zijn en alleen maar aan geld denken.

Maar misschien het meest nog gewaardeerd werd de rechtvaardiging van de Syrische president van een eventuele terugtrekking van de Syrische militairen. Zoals Assad het bracht, leek zo'n terugtrekking niet het resultaat van steeds maar groter wordende druk van buiten. ,,Als je naar hem luisterde kreeg je het gevoel dat Syrië zijn taak in Libanon heeft volbracht, en met opgeheven hoofd het land kan verlaten'', aldus Mohammed.

Assad onderstreepte dat Libanon de Syrische troepen had uitgenodigd en Syrië dus niet als bezetter maar als hulpvaardige buur was gekomen. Ook stond hij uitgebreid stil bij het Arabische akkoord, dat tot stand kwam aan het einde van de burgeroorlog in Libanon. Door een Syrische terugtrekking te relateren aan dat akkoord, gaf Assad de terugtocht een volkenrechtelijk en met name Arabisch cachet – iets wat in een land als Syrië, waar de regering altijd de mond vol heeft van panarabisme, goed valt.