140 meter raggen op een krakende ijsvloer

Bij kortebaanwedstrijden in Uilesprong wordt gehecht aan oorspronkelijkheid. Niks geen startpistool en tijdwaarneming. De starter roept nog gewoon `klaar, af!'.

Hoe functioneel een schaatspak ook is en hoe vertrouwd het geklik van de klapschaats inmiddels klinkt, deze moderniteiten detoneren met de omgeving als er kortebaanwedstrijden in de Friese buurtschap Uilesprong worden gehouden. In een tableau waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan en waar de starter nog gewoon 'klaar, af!' roept, zou je schaatsers op Friese doorlopers en in traditionele kledij aan de start wensen. De realiteit was gistermiddag, dat een jongeman in aërodynamisch sponsorpak, genaamd Gert Jan Pranger, in een besneeuwd decor van weilanden, sloten en knotwilgen de wedstrijd won.

In Uilesprong wordt nog gehecht aan oorspronkelijkheid. Niks geen startpistool of tijdwaarneming; gewoon rijden en niet zeuren. De deelnemerslijst is evenmin een hedendaagse computeruitdraai, maar gewoon een met de hand ingevuld vel papier. Zijn er, zoals gisteren, een oneven aantal van 37 deelnemers, dan past de organisatie het schema daarop aan.

En wanneer de kwaliteit van het ijs zienderogen verslechtert, roept voorzitter Rinze Bruinsma van de organiserende vereniging 'Klein Begin', om tijd te winnen, gewoon vanaf de baan naar de omroeper, dat de gebruikelijke twee onderlinge ritten worden teruggebracht naar één. Improviseren kunnen ze in Uilesprong als de beste; daar hebben ze geen uitgebreide overlegstructuren voor nodig.

Bruinsma wilde voor alles voorkomen, dat op zijn baantje Veenoordse taferelen zouden plaatsvinden. Het doemscenario van het Drentse dorp, waar vrijdag een marathon op natuurijs na drie ronden moesten worden afgeblazen, omdat er zo veel scheuren en gaten in het ijs zaten dat de rijders als kegels omvielen, had voortdurend door zijn hoofd gespookt. Na afloop was Bruinsma opgelucht en slaakte hij een diepe zucht van verlichting. ,,Ik ben dolblij dat het geen fiasco is geworden. Man, wat heb ik daar voor gevreesd.''

's Ochtends, een paar uur voor aanvang, had Bruinsma met enkele bestuursleden nog ernstig getwijfeld of ze de wedstrijd moesten laten doorgaan. Het ijs was niet mooi zwart, maar bros en kraakte op sommige plekken vervaarlijk. Meer op gevoel dan met het verstand werd besloten toch te rijden, zodat de eerste en enige kortebaanwedstrijd voor mannen een dag eerder had Steggerda met een vrouwenwedstrijd al de primeur gehad van deze winter in Uilesprong werd gehouden. Een mooie overwinning op Nijelamer, met welke dorp traditioneel een prestigestrijd om de eerste kortebaanwedstrijd wordt gevoerd.

Kortebaanschaatsen behoort in Friesland tot het cultureel erfgoed, met zelfs de voetballer Abe Lenstra als een van de kampioenen. Volgens overlevering wordt er in de noordelijke provincie langer dan twee eeuwen hard gereden. Aanvankelijk over een afstand van 80 meter, waarna de rijders van baan wisselden en terugreden naar de startlijn, die dan als finish dienst deed. Uit die dubbele rit over 80 meter is de huidige reglementair vereiste afstand van 160 meter voor kortebaanwedstrijden voortgekomen.

Een afstand die in Uilesprong overigens creatief werd gehanteerd. De baan is er dermate krap, dat werd volstaan met een lengte van 140 meter. Maar geen schaatser die klaagde, al was het maar om enige uitloop te hebben. En dan nog viel menig rijder na de finish in de plassen, omdat voluit remmen over een korte afstand op slecht ijs wel heel veel vaardigheid vereist. Een enkeling was zelfs die kunst niet machtig en moest dat bekopen met een duik in de sneeuw.

Het oer-Hollandse tafereel aanschouwend zou je niet zeggen, dat kortebaanschaatsen in zekere zin een veredelde vorm van slavernij is geweest. De sport is ooit begonnen als een initiatief van de gegoede burgerij, die voor hun vermaak het gewone volk liet schaatsen om spek. Daar komt ook de benaming 'spekwedstrijden' voor het kortebaanschaatsen vandaan.

Later werden de kilo's spek vervangen door geldprijzen. En niet de geringste bedragen, want begin vorig eeuw zijn er sprinters geweest die een boerderij bij elkaar hebben geschaatst. Rond 1900 was een hoofdprijs van 100 gulden eerder regel dan uitzondering; voor die tijd een gigantisch bedrag. Relatief hoger dan de prijzenpot van gisteren in Uilesprong. Die was gevuld met 400 euro, verdeeld over vijf prijzen van 150, 100, 75, 50 en 25 euro.

Pas de laatste jaren beleeft het kortebaanschaatsen een opleving. Met de komst van talrijke overdekte banen in de jaren zeventig was de populariteit van het ultrakorte sprinten afgenomen en die van het langebaanschaatsen toegenomen, vooral onder impuls van Ard Schenk en Kees Verkerk. Maar de nieuwe generatie identificeert de kortebaan niet langer met suffigheid, traditie, folklore en romantiek. Zij vinden het juist cool om 160 meter te raggen en daarbij vaak te moeten oppassen niet door de krakende ijsvloer te zakken. Dat geeft een kick en is weer eens iets anders dan stappen, chatten of op de computer spelen.

Dankzij de moeilijke omstandigheden werd het in Uilesprong een onvoorspelbare wedstrijd met een verrassende winnaar: Gert Jan Pranger, een student sociale geografie uit Groningen. Hij was zelf nog het meest verbaasd over zijn zege, omdat Pranger bij kortebaanwedstrijden nooit hoger dan een zevende plaats was geëindigd. Tweede werd Mart Jan Bodegom uit Bergambacht en Johan de Jong uit Sloten was met zijn derde plaats tevens de beste Fries. Dat deed toch een beetje pijn in Uilesprong, waar traditioneel de strijd tussen Hollanders en Friezen op de achtergrond meespeelde.