Ze deden vrijwel allemaal weer wat rottigs

Kinderen die hun straf in de jeugdgevangenis hebben uitgezeten, plegen binnen een paar jaar weer een delict. De recidivecijfers zijn schokkend, vindt de minister van justitie. Heeft de gevangenis wel zin?

Als een minister van Justitie zegt dat het strafsysteem failliet is, wordt het interessant. Minister Donner zei het deze week, op een congres over recidive in Amsterdam. Hij noemde de nieuwste cijfers: bijna driekwart van de volwassen ex-gevangenen (73 procent) pleegt binnen zes jaar weer een misdrijf. Van de minderjarigen die in een jeugdinrichting hebben gezeten, gaat 78 procent weer in de fout. De cijfers komen uit een nog niet gepubliceerd onderzoek van het WODC, het wetenschappelijk onderzoeksbureau van het ministerie van Justitie. Volgende week gaat het rapport naar de Tweede Kamer.

De minister noemde de recidivecijfers schokkend en onrustbarend. ,,Het verschijnsel recidive onderstreept dat ons strafsysteem niet meer voldoende afschrikt om herhaling te voorkomen,'' zegt Donner. Maar méér straffen, vindt Donner, of nog strenger straffen heeft weinig zin.

Donner noemde Amerika als voorbeeld. De straffen worden daar steeds langer en strenger, maar het recidivecijfer gaat er gelijk mee op: van elke drie Amerikaanse gevangenen, recidiveren er twee. En nog iets: in de afgelopen dertig jaar is het aantal Amerikanen dat in de gevangenis zit verdubbeld. Het is niet meer 1,3, maar drie procent van de totale Amerikaanse bevolking: ruim acht miljoen gevangenen.

Voor kinderen heeft de gevangenis in elk geval geen zin, zegt kinder- en jeugdpsychiater Theo Doreleijers. Het recidivepercentage van 78 procent lijkt hem gelijk te geven. Onderzoeker Catrien Bijleveld van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving durft zover niet te gaan. ,,Je weet niet wat die jongens hadden uitgespookt als we ze niet hadden opgesloten.''

Bijleveld doet een langlopend onderzoek naar recidive onder jongeren. Binnenkort komt ze met de conclusies. Net als bij het WODC-onderzoek, zegt zij, maken de recidivecijfers niet vrolijk, zo hoog zijn ze. Het WODC heeft gekeken naar alle volwassenen en jongeren die in 1997 zijn veroordeeld. Bijleveld onderzocht alle kinderen die vanaf 1989 de justitiële jeugdinrichting Harreveld verlieten. Het gaat om ruim 250 kinderen, sommigen kwamen daar na een delict, anderen omdat ze door de rechter onder toezicht werden gesteld: ze gaven wél grote problemen, maar hadden (nog) geen delict gepleegd.

Alle onderzochte kinderen, allemaal jongens, zijn in de jeugdinrichting behandeld en daarna weer vrijgelaten. Bijleveld heeft de jongens, die daar vaak voor geweldsdelicten zaten, gemiddeld dertien jaar gevolgd. Bijleveld: ,,We hebben gekeken hoe het met ze gaat na behandeling. Niet daverend. Ze doen bijna allemaal weer iets rottigs.''

Bijleveld heeft ook onderzocht waarom de recidive onder kinderen zo hoog is. ,,Wat was er met ze aan de hand toen ze de inrichting ingingen: zijn ze seksueel misbruikt, verwaarloosd? Zijn hun ouders gescheiden, hebben ze delinquente vrienden, blowen ze?'' Met de meeste jongens is heel veel aan de hand, het zijn `zware groepen' die ernstige delicten plegen.

Welke jongere kreeg welke behandeling en sloeg die behandeling aan, dat is wat ze wil weten. En, welke jongere loopt het grootste risico om het weer te doen. Wat zijn dan de voorspellende factoren? Ze is verbaasd dat dat voor jeugdgevangenissen niet standaard wordt onderzocht. ,,Gewoon systematisch onderzoeken wat werkt voor welk kind. Doe het evidence based, wetenschappelijk. Of doe het net als met medicijnenonderzoek. De ene groep kinderen krijgt de ene behandeling, de andere groep een andere. En dan kijken wat werkt en wat niet.''

Gevangenisstraf, zegt Donner, is niet de effectiefste straf, maar het is wel nodig en soms zelf heilzaam. Vooral als gedetineerden al in de gevangenis leren hun gedrag en hun denken te veranderen. Gedragsinterventies, cognitieve vaardigheidstraining, reïntegratietrajecten.

Kinderen in de gevangenis hebben vooral behandeling nodig, zegt jeugdpsychiater Doreleijers. Want tachtig procent van hen heeft een psychiatrische stoornis. Maar die behandeling krijgen ze vaak niet. De inspectie voor de gezondheidszorg heeft onderzoek gedaan in jeugdgevangenissen: per zestig kinderen zou er een psychiater moeten zijn, maar nu is er een psychiater voor 425 kinderen. Maar op die kritiek zei Donner alleen: ,,We zijn geen psychiatrische klinieken.''