`We willen de anonimiteit verbreken'

Hoe wordt de shoah herdacht als alle overlevenden zijn overleden? Yad Vashem, herdenkingscentrum in Jeruzalem onderging een grote renovatie, waarbij het persoonlijke, emotionele verhaal centraal staat.

Geschiedenis is ook verhalen vertellen, zegt Avner Shalev, en een nieuw museum in Israël over de shoah moet `lezen' als een mooi geschreven, gelaagd boek en fascineren als een spannende film. Shalev is voorzitter van Yad Vashem, de organisatie voor de herinnering aan de vernietiging van bijna zes miljoen joden in de Tweede Wereldoorlog.

Het klinkt defensiever dan hij bedoelt, maar Shalev, chef-curator van het nieuwe historische museum in Jeruzalem, weet hoe gevoelig op vernieuwingen kan worden gereageerd. Over ruim een week wordt het museum geopend door de Israëlische president Katsav in het bijzijn van Europese, Amerikaanse en Russische regeringsleiders en ministers. Daarna komt het superkritische Israëlische publiek. Hij hoort de verwijten al. Waarom moeten er busjes Zyklon-B, het gas dat in de vernietigingskampen werd gebruikt, geëxposeerd worden? Waarom zijn dagrapporten van SS'ers afgebeeld? Waarom wordt zo weinig gezegd over het oude en het nieuwe antisemitisme? Is het met al die persoonlijke verhalen en videokunst niet te oppervlakkig?

Shalev: ,,We leven in het elfde uur. Nog even en dan zijn allen die de shoah hebben overleefd, gestorven. Als de laatste overlever is gestorven, is de shoah definitief een deel van onze erfenis geworden en moeten wij er voor zorgen dat het ook een deel van onze cultuur blijft. Wil je de nieuwe generaties beroeren dan moet je het persoonlijke, emotionele verhaal vertellen.''

Dat was een decennium geleden toen het denken over een nieuw museum begon geen uitgemaakte zaak. De opening van het US Holocaust Memorial Museum in Washington in 1993 ging gepaard met een lawine van kritiek op het Hollywoodachtige karakter, met de nagebouwde gaskamer voor `the holocaust-experience' en de bergen haarlokken. Er werd gesproken van een `holocaust-show'. Van een concurrentieslag met `Washington' om geld en aandacht wil Yad Vashem niets weten.

,,Onzin, verzinsels. Ik was allang tot de conclusie gekomen dat het anders moest'', bromt Shalev, bekaf na tien jaar denken, twijfelen en wereldwijd, maar vooral in de VS, fondsen werven. Hij heeft moeten knokken over de bouwkosten (56 miljoen) en andere vernieuwingen bij het herdenkings-, onderzoeks-, onderwijs-, en archiefinstituut Yad Vashem. Het oude historische museum van Yad Vashem, waarin de geschiedenis strikt chronologisch aan de hand van vooral Duitse zwart-wit foto's en historische documenten werd verteld, was aan ingrijpende vernieuwing toe. Het was wat kaal geworden, te onderwijzerig, te veel een lange verdediging tegen de holocaust-ontkenners constateerde de Israëlische historicus/journalist Tom Segev.

Elektriciens en timmerlui zijn nog volop aan de slag in de driehoekige tunnel van glad, kaal beton. De Israëlische bouwvakkers vonden vorige week een nest met katjes, die zij `Auschwitz' en `Birkenau' hebben genoemd. Het museum, ontworpen door architect Moshe Safdie, is kruislings op de `Berg van Herinnering' van het Yad Vashem-complex geplaatst. De tenstoonstellingsruimten zijn ondergronds komen te liggen. De bezoeker gaat door een tunnel de diepte in en wordt door de plaatsing van goten met monitoren en memorabilia gedwongen door de galerieën te lopen, zoals Europese joden werden gedwongen door de geschiedenis. Aan het eind van het museum loopt het pad naar boven, naar het felle zonlicht en het terras met uitzicht op de heuvels van Jeruzalem.

De expositieruimten zijn hoofdzakelijk gewijd aan de gruwelijke realiteit voor de Europese joden; de zigeuners en homo's worden in een hoekje afgehandeld. Aanloop – de opkomst van Hitler, de onderliggende antisemitische ideologie – en afloop – de stichting van de joodse staat Israël in Brits-Palestina – worden eveneens summier behandeld. ,,Het gaat om het grote verhaal van de jodenvernietiging vanuit joods perspectief. We hebben de anonimiteit willen verbreken, het ging om zes miljoen joden met zes miljoen namen.''

Geen medium (video, interactieve monitoren, films, foto's, compacte tweetalige teksten) is onbenut gebleven. Alle moderne regels van de museologie zijn toegepast om de gebeurtenissen en de sfeer in de getto's en de vernietigingskampen zo aanschouwelijk mogelijk weer te geven. Overlevers in Israël zijn opnieuw geïnterviewd in een strak format. Een straatje uit het getto van Warschau is met banken, keistenen en straatverlichting nagebouwd; het karkas van een goederentrein, waarin joden uit alle delen van Europa naar de vernietigingskampen in Oost-Europa werden gebracht en de orginele houten britsen uit de barakken van Auschwitz-Birkenau ontbreken niet. De moorddadige trektocht van Einsatzgruppe C door het zuiden van Wit-Rusland is in beeld gebracht met de dagelijkse rapporten van de commandanten én biografiën van de mannen en vrouwen die langs de rand van zandputten staan, waarin zij na executie zullen worden begraven.

Het duurt even voordat doordringt waar de andere vernieuwing in schuilt. De Israëlische videokunstenaars Michal Rovner en Uri Tzaig hebben impressies van het joodse leven voor en na de oorlog gemaakt. Tzaig gebruikte daarvoor de geschreven getuigenissen van overlevers. Op reusachtige monitoren en in de schaarse foto's van joodse fotografen in bijvoorbeeld Warschau, Lodz en Theresiënstadt, maar vooral door de combinatie met kunst van Charlotte Salomon, Dadaïst Marcel Janco en Felix Nussbaum, krijgt de in zwart-wit gefotografeerde en gefilmde holocaust opeens kleur. De Mickey Mouse- en Sneeuwwitje-tekeningen van kinderen in de kampen versterken dat accent.

,,We hebben onze kunstverzameling van 10.000 schilderijen, tekeningen en schetsen gebruikt zoals geen enkel museum kunst zou kunnen en mogen gebruiken'', zegt Shalev. ,,We hebben houtskoolschetsen, zoals van de dodenmars van Alfred Glück, uitvergroot tot manshoogte, we hebben schilderijen gedupliceerd en tussen de fotografie van de Duitse propagandamachine gezet'', zegt hij bij het rondgaan.

De tweede, opvallende vernieuwing schuilt in de poging Duitse fotografie te verpersoonlijken door de geportretteerden een naam te geven. Dat is niet altijd gelukt, ook niet na uitvoerig onderzoek. Op de beroemdste foto uit het getto van Warschau staat een jongetje met een te grote pet geschokt en vernederd met de armen omhoog te kijken naar de SS'ers. ,,We hebben drie mogelijke namen, maar we zijn er nog steeds niet. We zouden graag willen weten wie hij was'', zegt Shalev.

Het gezicht en naam teruggeven aan de slachtoffers is Yad Vashem gelukt, maar één gevoel beklijft: uit al die musea met steeds méér informatie en persoonlijke details ga je steevast weg met de vraag hoe de shoah in moderne tijden heeft kunnen plaatsvinden. Hoe meer je ervan weet, hoe moeilijker te doorgronden. De holocaustspecialist Shalev herkent dat: ,Heb ik al mijn hele leven.''