Visuele autobiografie Munch

Het levensverhaal van de Noorse schilder Edvard Munch is nu in ruim zeventig schilderijen in Stockhol te zien. Hij schilderde ,,wat hij niet begreep in het leven'', zegt de curator.

Zelfs de kleinste tassen moeten worden ingeleverd bij de garderobe van het Moderna Museet, verder is er van de extra veiligheidsmaatregelen rond de grote Munch-tentoonstelling in Stockholm nauwelijks iets te merken. Geen detectiepoortjes bij de ingang, door de zalen dwaalt een enkele suppoost. Een kinderwagen mag, na enig aandringen, gewoon mee naar binnen.

Bijna alle werken op de tentoonstelling Munch by Himself zijn geleend van het Munch-museum in Oslo. De afspraken waren allang gemaakt toen op 22 augustus 2004 gewapende overvallers de schilderijen Madonna en De Schreeuw op klaarlichte dag uit het museum haalden. Het Munch-museum sloot daarop zijn deuren, maar stond wel toe dat zo'n zeventig schilderijen en tachtig tekeningen en prenten naar Stockholm reisden. Fans van de Noorse schilder zullen hun heil de komende maanden dus in de Zweedse hoofdstad moeten zoeken. Want ook twee belangrijke Munchs uit de collectie van de pas heropende Nasjonalgalleriet in Oslo zijn in deze tentoonstelling opgenomen.

Munch by Himself vertelt het levensverhaal van Edvard Munch (1863-1944) aan de hand van de vele zelfportretten die hij door de jaren heen heeft gemaakt – werken die hij zelf vaak te persoonlijk vond om tentoon te stellen. ,,Veel van deze schilderijen hebben altijd in het depot van het Munch-museum gelegen en zijn nog nooit eerder publiekelijk getoond'', zegt Iris Müller-Westermann, curator van de tentoonstelling. ,,De afgelopen vijftien maanden zijn we bezig geweest de kunstwerken te restaureren, van lijsten te voorzien en achter glas te plaatsen.'' In juni zal de tentoonstelling in haar geheel terugreizen naar Oslo voor de heropening van het Munch-museum. Daarna is Munch by Himself te zien in de Royal Acadamy in Londen.

In de jaren tachtig zag de Duitse kunsthistorica Müller-Westermann voor het eerst enkele zelfportretten van Munch op een tentoonstelling in Hamburg. ,,Ik werd geraakt door de eerlijkheid van de werken. Munch durfde zichzelf bloot te geven, zijn zwakke kanten te tonen. Ik wilde deze man leren kennen en ging op zoek naar een boek over de zelfportretten. Toen ik ontdekte dat zo'n boek niet bestond, besloot ik het zelf te schrijven.'' Ze kreeg een beurs om in Oslo te gaan studeren, leerde Noors en verdiepte zich in Munchs brieven en dagboeken.

Een visuele autobiografie, noemt Müller-Westermann haar tentoonstelling. ,,Munch schilderde vaak zelfportretten als het niet goed met hem ging. Hij zocht naar wat hij niet begreep in het leven, wilde schilderen wat zijn diepste gevoelens waren.'' Wandelend door de chronologisch opgezette expositie zie je het gezicht van Munch langzaam ouder worden. De jongen met de serieuze blik wordt een norse, arrogante man en uiteindelijk een gekwelde grijsaard. Tegelijkertijd vormt de tentoonstelling een blauwdruk van alle stijlontwikkelingen die Munch doormaakte: van het eerste naturalistische zelfportret op achttienjarige leeftijd, via zijn beroemde symbolistische periode uit de jaren negentig, tot het kleurrijke expressionisme in de twintigste eeuw.

Dat Munch zwaarmoedig en nerveus was – hij verloor al vroeg zijn moeder, zusje en vader – was al bekend. Maar dat hij zich ook als een aansteller kon gedragen, vooral in zijn relaties met vrouwen, wordt op deze tentoonstelling pas goed duidelijk. Toen de relatie met zijn vriendin Tulla Larsen in 1902 eindigde omdat Munch als echte bohémien weigerde met haar te trouwen, schoot hij zichzelf in zijn vinger. Nog jaren later zou hij op schilderijen verwijzen naar het dramatische incident, bijvoorbeeld door zichzelf met bloedende hand af te beelden.

Volgens Ylva HillstRÖm, die als assistent van Iris Müller-Westermann werkte aan de tentoonstelling en catalogus, was Munch een meester in overdrijven. Ze wijst naar een schilderij uit 1903 waarbij Munch naakt op een operatietafel ligt. ,,De scène is echt gebeurd. Hij liet inderdaad de kogel verwijderen in een ziekenhuis. Maar het lijkt me onwaarschijnlijk dat hij zich daarvoor moest uitkleden. En ik vraag me af of er zoveel bloed uit één vingerkootje kan komen.'' Op een ander schilderij, uit 1905, beeldde Munch zichzelf af in gelukkiger tijden met Tulla. Later sneed hij het dubbelportret doormidden, als een puber die zijn ex-geliefde uit een foto knipt.

Wie deze depressieve zelfportretten ziet, kan zich moeilijk voorstellen dat Munch op dat moment al wereldberoemd was. Zijn werk was te zien op internationale tentoonstellingen, hij verdiende veel met portretten. In 1906 maakt hij een intens somber zelfportret, zittend in een lege bar achter een fles wijn. ,,Er is veel lef voor nodig om jezelf zo af te beelden'', vindt HillstRÖm. ,,Dit is geen glorieus portret van een gevierd schilder. Munch is hier maar een klein mensje, dat worstelt met zijn demonen.''

Op latere leeftijd trekt Munch zich terug op het landgoed Ekely, even buiten Oslo. In 1918 krijgt hij de Spaanse griep, die aan miljoenen mensen het leven zou kosten. Munch, die altijd dacht dat hij niet oud zou worden, overleeft het en maakt tijdens zijn ziekbed zijn meest genadeloze zelfportretten, zoals De nachtelijke dwaler (1923-24), waarin de kunstenaar de toeschouwer met holle ogen aankijkt. HillstRÖm: ,,Door zijn constante doodsangst had Munch slaapproblemen. Ik kan me voorstellen dat hij tijdens een doorwaakte nacht door zijn huis dwaalde en schrok toen hij zichzelf in de spiegel zag. Je ziet hem denken: ben ik dat echt? Zijn gezicht is een doodshoofd geworden.''

De tentoonstelling eindigt met een zaal die HillstRÖm en Müller-Westermann de dodenkamer noemen. Hier hangt Zelfportret voor het raam (1940) waarin Munch, de mondhoeken grimmig omlaag, zich met heel zijn wezen lijkt te verzetten tegen het naderende einde. Via het venster op de rechterhelft van het schilderij, geheel in grijstinten opgezet, kruipt de winter naar binnen. Maar links staat Munch, omgeven door een warme rode gloed. Hij is nog net levend genoeg om de kou buiten te houden.

Vier jaar later, op 23 januari 1944, sterft Edvard Munch. De volgende dag schrijft zijn collega Max Beckmann: ,,Munch is dood. Hij heeft het nog aardig lang volgehouden.''

Munch by Himself. T/m 15 mei in het Moderna Museet, Skeppsholmen, Stockholm. Di en wo 10-20u, do t/m zo 10-18u. Inl: 0046-8-51955200, www.modernamuseet.se