`Valsspelers zijn van alle tijden'

Honkbal is nauw verweven met het Amerikaanse levensritme, zegt David Halberstam (70). Dat is volgens de journalist de reden waarom het steroïdenschandaal diep snijdt in de volkspsyche. ,,De honkbalwereld is nerveus.''

Honkballers die steroïden gebruiken, zegt David Halberstam, zijn te vergelijken met frontsoldaten: ze denken dat de kogel altijd een ander treft. ,,Geen honkballer die niet weet dat je lichaam onherstelbare schade kan oplopen als je experimenteert met steroïden. Toch doen ze het. Waarom? Hun kracht neemt toe, naar schatting met dertig procent. Meer kracht betekent meer homeruns. En daarmee: de belofte van rijkdom. Neem Jason Giambi, de ster van de New York Yankees. Hij heeft een wrak van zijn lichaam gemaakt. Maar dat heeft hem een contract opgeleverd van 120 miljoen dollar. Nu probeert hij terug te komen, maar niemand weet hoe goed hij is zonder steroïden. Hij is ziek, of was het. De Yankees weten niet wat ze met hem aanmoeten, de fans zien hem als een cheater, als iemand die hen heeft bedrogen. De paar keer dat hij het vorig seizoen in staat was om te spelen had hij het loopvermogen van een man van tachtig. Zijn lichaam was totaal verstijfd, een nadelige bijwerking van het jarenlange gebruik van steroïden. Giambi heeft gegokt en verloren.''

De 70-jarige Halberstam geldt als een van de beste journalisten van zijn generatie. Zijn specialisaties: defensie en sport. Hij verwierf roem met The Best and the Brightest, zijn klassieke boek over de oorlog in Vietnam waarin hij afrekende met de regering-Kennedy. Sportliefhebbers in de Verenigde Staten kennen hem als de schrijver van een reeks bestsellers over honkbal (The Summer of '49; October 1964), basketbal (The Breaks of the Game; Playing for Keeps) en roeien (The Amateurs). Zijn laatste boek, The Teammates (2003), is een ode aan vier honkballers die na de Tweede Wereldoorlog voor de Red Sox in Boston speelden en een halve eeuw contact onderhielden, lang nadat ze hun laatste – dopingvrije – ballen hadden geslagen.

,,De honkbalwereld is nerveus'', zegt hij in een telefonisch interview op de vraag naar de impact van het steroïdenschandaal in de sport. ,,Spelers, coaches, journalisten; iedereen houdt zijn hart vast, niemand weet hoe wijdverbreid het is, wie er allemaal hebben gebruikt of nog gebruiken en welke doses werden of worden gebruikt. Dat is, helaas, de onaantrekkelijke situatie waarin honkbal zich momenteel bevindt.''

Momenteel bereiden honderden beroepshonkballers zich in de zon van Florida voor op het komende seizoen. Spring training is een terugkerend ritueel, dat dit jaar wordt overschaduwd door analyses van de spieromvang van bovenarmenen, dikke nekken en kunstmatig opgepompte torso's. Het steroïdengebruik onder honkballers was jarenlang onbespreekbaar. Nu is daar ineens verandering in gekomen, door de publicatie van een boek van een voormalige homerun-koning en de uitgelekte getuigenis van Giambi in een rechtszaak tegen het beruchte Balco-laboratorium in San Francisco. Giambi was er jarenlang klant en heeft volgens The San Francisco Chronicle opgebiecht wat hij allemaal spoot en slikte om zijn homerun-potentieel te vergroten.

Giambi komt ook voor in het vorige week verschenen Juiced: Wild Times, Rampant 'Roids, Smash Hits and How Baseball Got Big van oud-honkballer Jose Canseco. Hij is een van de vele honkballers die volgens Canseco in de jaren tachtig en negentig experimenteerden met doping. Canseco, de zelfverklaarde godfather van het steroïdengebruik, is volgens Halberstam ,,geen aantrekkelijke figuur, er zijn weinig mensen die hem bewonderen. Hij had wellicht de geschiedenis kunnen ingaan als een klokkenluider, als de man die de honkbalwereld wakker schudde, maar daarvoor is zijn levenswandel niet zuiver genoeg. Hij wordt ervan beschuldigd zijn boek te hebben geschreven omdat hij in geldnood verkeert. Zijn motieven zijn verdacht gemaakt. Aan de andere kant: pogingen om hem af te schilderen als een jackass zijn niet helemaal gelukt. In de sportwereld doet het verhaal de ronde dat ongeveer de helft van wat hij schrijft waar is. Als dat klopt, is het natuurlijk zeer slecht gesteld met de honkbalsport in Amerika. Er worden nu foto's gepubliceerd van spelers die hij in zijn boek, dat eerste staat op de bestsellerlijst van The New York Times, van het gebruik van steroïden beschuldigt. Hun lichamen worden vergeleken: er is een periode voor Canseco en een periode na Canseco. Wat je ziet is een dramatische toename van hun spieromvang. Alleen al naar aanleiding daarvan ben je geneigd te zeggen: Canseco heeft wellicht hier en daar overdreven, maar hij vertelt in veel gevallen de waarheid.''

Het honkbalschandaal heeft hem niet persoonlijk geraakt. ,,Valsspelers zijn van alle tijden. Werpers spuugden op ballen om ze meer effect te geven, spelers sleutelden aan hun honkbalknuppels. Nu zijn hun lichamen aan de beurt. Het is zinnig om de valsspelers los te koppelen van de sport.'' Hij houdt nog steeds van honkbal, ook als de beschuldigingen van Canseco kloppen: ,,Daarvoor is de sport te veel verweven met het Amerikaanse levensritme. We hebben lange zomers, waarin niet veel gebeurt. Honkbal is daar voor mij onlosmakelijk mee verbonden. Het schandaal met de steroïden maakt daar ook geen einde aan. Ook deze zomer wordt er weer honkbal gespeeld. Daar komt bij dat ik geen doorsnee fan ben. Ik houd van het duel tussen de werpers, van wedstrijden met lage scores. Een well-pitched game vind ik aantrekkelijk. De meeste mensen komen naar het stadion om homeruns te zien slaan. Zij hebben alle reden om zich nu bedrogen te voelen. Niemand die meer weet of een bal die het veld is uitgeslagen niet afkomstig is van een speler die heeft zitten rotzooien met steroïden.''

Wie wil begrijpen hoe diep het steroïdenschandaal snijdt in de Amerikaanse psyche, moet volgens Halberstam een duik nemen in de sportgeschiedenis. ,,Van de drie grote sporten in Amerika, honkbal, football en basketbal, heeft honkbal de diepste wortels. De sport werd populair door de opkomst van radio als massamedium. Honkbalverslagen pasten bij radio, zoals football bij uitstek een televisiesport is. Er hangt om honkbal dus een aureool van traditie dat ontbreekt bij football en basketbal. Het idee dat je vader, grootvader en overgrootvader keken en luisterden naar de sport, schept een band.

,,Een wezenlijk onderdeel van die band is het element van de statistieken. In football en basketbal hebben die bijna niets te betekenen, honkbal is er mee vergroeid. Hoeveel homeruns een speler sloeg, het aantal keren dat hij het eerste honk bereikte, het aantal seizoenen dat hij actief was, zijn slaggemiddelde; het zijn cijfers die van vader op zoon worden doorgegeven. Ze dienen als vergelijkingsmateriaal. De prestaties van nieuwe spelers worden met behulp van statistieken afgezet tegen die van hun voorgangers. Aan die traditie dreigt nu een eind te komen: als homeruns tot stand zijn gekomen met hulpmiddelen hecht niemand nog waarde aan records en cijfers. Een sport die een deel van zijn waarde ontleent aan de band met het verleden heeft zichzelf aanzienlijke schade berokkend door die band door te snijden. Het bijhouden van records is voortaan wellicht nutteloos. Dat is het meest trieste element van de huidige situatie.''

Geruchten over steroïdengebruik onder spelers deden al lang de ronde. Toch is er pas dit jaar ingegrepen: dit seizoen zullen voor het eerst alle honkbalprofs worden getest. Wie positief is, moet het tien dagen zonder honkbal en salaris stellen. Wordt een speler een tweede keer betrapt, dan volgt een schorsing van dertig dagen. En derde overtreding levert een uitsluiting van zestig dagen op. Bij een vierde vergrijp staat een speler een jaar langs de kant. ,,Het is een teken dat iedereen van de ernst van de situatie is doordrongen'', zegt Halberstam. ,,In andere sporten is het gebruik van steroïden al lang aan banden gelegd, maar in honkbal hield de machtige spelersvakbond dat lang tegen. In voorgaande seizoenen werden compromissen tussen de vakbond en de honkbalbond gesloten die geen praktische betekenis hadden. Gebruik van steroïden was niet toestaan, maar het testen van spelers was aan zoveel restricties onderhevig dat het praktisch gezien niets voorstelde. Daarmee werden precies de verkeerde spelers in bescherming genomen: niet degenen die dopingvrij speelden, maar degenen die verdacht waren. Er kon hun niets gebeuren.''

En dan was er nog een reden om niet in te grijpen. ,,Midden jaren negentig was er een langdurig salarisconflict tussen de eigenaren en de spelers. Het seizoen werd voortijdig beëindigd. Dat zette veel kwaad bloed bij de fans, die de sport links lieten liggen. Een paar jaar later werden ze weer enthousiast, door de strijd om homeruns tussen twee spelers die tot de verbeelding spraken: de Ierse Amerikaan Mark McGwire en de Puerto-Ricaan Sammy Sosa. Nu is er op z'n minst de verdenking dat beiden in hun recordjacht niet dopingvrij waren. Destijds was de bond vooral blij met de positieve aandacht die de tweekamp genereerde.''

Wie wil weten welke richting het steroïdenschandaal opgaat, doet er volgens Halberstam goed aan de verrichtingen van superster Barry Bonds in de gaten te houden. ,,Hij heeft min of meer toegegeven steroïden te hebben gebruikt. Daarmee staan zijn prestaties op losse schroeven. Naar verwachting breekt hij binnenkort het homerun-record (dat nu nog op naam staat van Babe Ruth, MdG). Hoeveel is dat nog waard? Bonds wordt nu al overal uitgejouwd. Hij is een extreem onaantrekkelijk persoon, somber, dwars, hij behandelt iedereen even slecht, zijn trainer, het publiek, het maakt hem niet uit. Tot nu toe is hij ermee weggekomen, omdat hij geldt als een van de beste spelers in de honkbalgeschiedenis, zo niet de allerbeste. Nu is die situatie veranderd. Hij wordt in de gaten gehouden, leeft onder een vergrootglas. Als onomstotelijk komt vast te staan dat hij zijn kracht ontleende aan steroïden, wat gebeurt er dan? Nu al hebben fans er veel voor over om hem in het stadion te kunnen uitschelden. De vraag is wat er gaat gebeuren op de dag dat hij het record breekt. Dan zou de steroïden-mess wel eens een nieuwe dimensie kunnen krijgen.''