Superforenzen

Polen mogen voorlopig alleen onder strenge voorwaarden in Nederland aan het werk, ondanks de toetreding van hun land tot de Europese Unie. Maar weinig Polen laten zich daardoor weerhouden.

Anita heeft gestudeerd, spreekt haar talen en is lerares in de Poolse stad Katowice. Ze verdient 200 euro per maand. Haar zus Beata heeft alleen de middelbare school afgemaakt, spreekt alleen Pools, maar verdient 1.200 euro per maand. Als schoonmaakster in Purmerend.

Samen staan ze vrijdagavond in het kantoortje van busmaatschappij Eurolines te wachten op de bus. Die brengt Anita (25) straks terug naar Katowice, 18 uur rijden naar het oosten. Anita draagt een brilletje en saaie Poolse kleren, vindt ze zelf. Ze heeft een week bij haar zus gelogeerd en zich vergaapt aan de luxe. ,,Beata heeft alles. Een grote flat, televisie, een gsm. Kijk naar die kleren!'' Beata [26, hippe broek, gympen] lacht verlegen. Anita: ,,Ik snap niet dat ze nog altijd met de bus naar huis reist, want ze kan gewoon het vliegtuig betalen.''

Voor de incheckbalie van Eurolines, achter het Amstelstation, staat een rij Polen. Ze vallen op tussen de Engelse en Amerikaanse toeristen met rugzakken, omdat ze zo stil zijn. De meeste hebben weinig bij zich, want zij zijn niet op vakantie of wereldreis. Zij forenzen. Ze zijn schoonmakers, oppassers, afwassers, timmerlieden, schilders. Ze stappen vanavond in de bus en zijn morgenochtend om acht uur in Poznan, om half twaalf in Lódz of om twee uur 's middags in Warschau. Eurolines biedt drie keer per week vier busroutes van Nederland naar Polen en terug – zo groot is de vraag. Voor 79 euro heb je een promotie-retourtje Olsztyn, 24 uur rijden vanaf Breda.

Beata heeft een Poolse vriendin, Isa, leren kennen in Purmerend. Die is meegekomen om Anita uit te zwaaien. Isa en Beata delen een flat in Purmerend, voor 800 euro per maand, en maken allebei veertig uur per week schoon. Legaal is dat niet nee, zeggen ze met een zenuwachtig lachje.

Polen is sinds mei wel lid van de Europese Unie, maar Nederland heeft vlak voor de toetreding bepaald dat Polen voorlopig nog steeds een werkvergunning nodig hebben. Het kabinet wilde een dam opwerpen tegen goedkope Poolse werknemers, omdat de toestroom anders mogelijk te groot zou worden. Polen zouden oneerlijke concurrentie vormen voor Nederlandse werknemers. En dus krijgen de Polen alleen een werkvergunning voor werk waar niemand voor te vinden is, zoals bepaalde chauffeurswerkzaamheden, werk in laboratoria of seizoenswerk in de land- of tuinbouw.

Voor schoonmaakwerk, inpakwerk en oppassen zijn wel Nederlanders beschikbaar, althans in theorie: werklozen. Dus geeft de overheid daarvoor geen werkvergunningen af aan buitenlanders, als een werkgever er al om zou vragen. Maar dat hoeft een werkgever helemaal niet. Die wendt zich voor dat werk tot de vele illegale uitzendbureaus, tot internet of hij vindt iemand via via.

Beata en Isa maken zich geen zorgen. Vanaf mei 2006 hebben ze geen werkvergunning meer nodig, tenzij de overgangsregeling wordt verlengd.Tot die tijd werken ze wel illegaal. Zij willen Nederlands leren, een Nederlandse man ontmoeten en hier blijven. Nederland is leuk. Beata: ,,Er wonen wel erg veel buitenlanders, maar verder is het fijn.''

Catch 22

De Nederlandse arbeidsmarkt is populair bij Polen, meer dan de instanties hadden verwacht. Het Centraal Planbureau schatte vooraf dat er in 2004 nog geen 17.000 Oost-Europeanen in Nederland zouden werken met een werkvergunning. Dat werden er, alleen al in de eerste negen maanden van het jaar, 25.000. Uit onderzoek van de Raad voor Werk en Inkomen naar de bouw, land- en tuinbouw en vleesindustrie blijkt dat er daarnaast ook nog eens ongeveer 18.000 Duitse Polen in Nederland werkten. Zij hebben geen vergunning nodig omdat ze vijftien jaar terug een Duits paspoort kregen. Ze wonen (met 400.000 man) in een streek die vóór de Tweede Wereldoorlog bij Duitsland hoorde, vandaar.

Alle andere sectoren lieten de onderzoekers buiten beschouwing. En al helemaal de sectoren, zoals schoonmaak en oppaswerk, waarvoor zelden een vergunning wordt aangevraagd. De illegale Polen die dat werk doen komen in de officiële cijfers dus niet voor.

Het is catch 22: zolang alle belemmeringen van kracht zijn, zal Nederland niet weten hoe groot de animo van Polen is om hier te komen werken. En als de overheid de belemmeringen schrapt, kunnen ze niet wéér worden ingevoerd, ook niet als de Polen vervolgens en masse de weg naar Nederland weten te vinden.

Wat sinds 1 mei wel is veranderd, is het vrije verkeer van díénsten tussen Polen en Nederland. Iedere Poolse timmmerman, kapper of schoonmaker mag hier zijn diensten aanbieden als zelfstandige. Daardoor staan de prijzen in de bouw al fors onder druk, vertelt Henry Kasper, voorzitter van de FNV-bond voor zelfstandige bouwvakkers. Een gewone zelfstandige timmerman, die zich heeft verzekerd, pensioen opbouwt en in Nederland belasting afdraagt, moet volgens hem ten minste 35 euro per uur vragen om van zijn beroep te kunnen leven. Polen die hier een Poolse eenmanszaak hebben, betalen premies en belasting in Polen. Zij kunnen daar makkelijk ver onder gaan zitten. ,,Ik hoor van bemiddelingsbureaus (die opdrachtgevers en zelfstandigen bij elkaar brengen) dat de uurprijs nu rond 23 euro schommelt. Dat is veel te laag.'' Voor de arbeidsinspectie is het volgens Kasper bovendien lastig onderscheid te maken tussen échte Poolse zelfstandigen en illegale zwartwerkers. ,,Ik denk niet dat zo'n inspecteur de getoonde Poolse papieren begrijpt.'' De zwartwerkers – Nederlands of Pools – vragen helemaal weinig voor hun werk: 10 tot 15 euro per uur. Kasper: ,,Dat is een belachelijke prijs. Maar zwartwerkers zijn er altijd al geweest.''

De regels kunnen Zbyszek (43) allemaal niets meer schelen. ,,Ik heb vier jaar geprobeerd legaal werk te vinden in Nederland. Ik heb het opgegeven. Ik dacht dat we na toetreding tot de EU geen werkvergunning meer nodig zouden hebben, maar dat hebben we wel.'' Zbyszek is niet van plan om lang in Nederland te blijven, hooguit nog drie jaar. Hij wil zoveel mogelijk geld verdienen om in Polen een huis te bouwen. En dat lukt aardig. Hij maakt veertig uur per week schoon bij gezinnen in Utrecht. Opbrengst: 400 euro zwart per week. Zbyszek is journalist, was zelfs hoofdredacteur van een blad in Polen. Met schoonmaken in Nederland verdient hij twee keer zoveel als met stukjes schrijven in Polen. ,,Dit werk is bovendien licht, warm en veilig. Ik zag mijn oude journalistenvrienden onlangs weer en die hebben het zwaar. Ze staan onder druk omdat de oplages dalen én ze verdienen slecht.''

Wielki Post

De Nederlandse economie is misschien nog niet afhankelijk van Poolse migranten, de Pius X-kerk in Amsterdam-West is dat wel. De kerk staat tussen de vele flats met schotelantennes in stadsdeel Slotervaart. Hier wonen weinig autochtone Nederlanders, laat staan belijdende katholieken. Op de mis om tien uur komt nog maar een handvol mensen af. Ze zijn met zo weinigen dat ze moeite hebben het schoonmaakrooster na te komen.

Een uur later komt de kerk tot leven. Dan is de Poolse mis. Een half uur voor aanvang verzamelen zich vele tientallen Polen voor de kerk in de bittere kou. Ze komen uit heel Noord-Holland. Sommigen in Poolse auto's, anderen in Nederlandse, velen met de tram. Ze praten wat bij, maken grapjes en stromen dan in groepjes de kerk in.

Binnen is het warm. Ze slaan een kruis en nemen plaats in de houten bankjes. Alles om hen heen is Pools – de dienstboekjes, de affiches, zelfs de grote letters die voor het spreekgestoelte hangen: `Wielki Post', vastenmaand. Veel van de kerkgangers dragen goede kleren – nieuw en kleurrijk. Ze stralen zelfvertrouwen uit. Een groot aantal niet. Zij stellen zich bescheiden op, gaan in de achterste kerkbankjes zitten. ,,Je kunt zo zien wie hier al lang woont en wie arbeidsmigrant is'', had de Poolse Borga Houben een dag eerder gezegd. ,,De arbeidsmigranten dragen goedkopere kleren en je ziet het aan de handen. Werkhanden, met verf erop.''

Deze kerk draait op ons Polen, zegt Bogda ook. Zij maken schoon, verzorgen de bloemen, betalen de huur. Ze is moeder van drie zoons, getrouwd met een Nederlander, en actief als vrijwilliger in de Pius X. Met een aantal Poolse kennissen zit ze zaterdagmiddag achterin de kerk. De vrouwen hebben net alle kerkbankjes geboend. Hun kinderen krijgen boven bijbelles van de Poolse priester. De ouders van zo'n 150 kinderen huren hiervoor twee keer per maand een ruimte in de kerk. Ook voor de diensten huren ze de kerk. De moeders zijn druk in gesprek. Over een plastic bekertje thee bespreken ze de mogelijkheid een Pools ontmoetingscentrum op te richten. Er is animo genoeg, weten ze. De vraag is alleen: Hoe komen ze aan betaalbare ruimte?

De groeiende Poolse werkgemeenschap is niet alleen interessant voor werkgevers,busbedrijven en kerken. In de sneeuw voor de Pius X-kerk staan ook twee colporteurs van de bank Western Union. Ze klampen Poolse kerkgangers aan met vragen over hun financiën. Of ze al weten dat ze via Western Union veilig hun geld naar Polen kunnen overmaken?

Steenfabriek

Aan Polen héb je tenminste wat, zegt Tom Sijpestijn in Oss. Hij zendt al vijf jaar Duits-Poolse werknemers uit in Nederland, ongeveer 150 op het ogenblik. Ze werken zes weken in Nederland en gaan dan voor een tot twee weken terug naar Polen. Alles legaal.

Sijpestijn: ,,Polen werken hard. En ze halen hun neus niet op voor zwaar werk zoals de meeste Nederlanders. Het is ook logisch: ze kunnen hier met eenvoudig werk zes keer zoveel verdienen als in Polen. Áls ze al werk vinden in Polen, want twintig procent van de beroepsbevolking is werkloos. En de arbeidsomstandigheden zijn hier per definitie beter dan in Poolse fabrieken.''

Hij betaalt ze conform de Nederlandse uitzend-CAO. ,,Ze zijn per uur dus niet goedkoper dan Nederlandse uitzendkrachten. Maar je krijgt als werkgever met Polen veel meer waar voor je geld. Ze komen altijd, ze werken hard, ze zeuren niet. Ook niet als ze ziek zijn. Ze vinden niet dat ze recht hebben op twee weken ziekte per jaar en baaldagen zoals Nederlanders.''

Toch is de mentaliteit van veel Polen, zeker Duitse, al enigszins veranderd binnen vijf jaar, merkt Sijpestijn. De Duitse Polen mógen in Nederland werken, de overgrote meerderheid van de Polen mag dat (nog) niet zomaar. ,,In bepaalde branches, zoals de vleesindustrie, weigeren ze nu te werken. Dat vinden ze vies.'' Ze zijn ook eisen gaan stellen aan hun leefomstandigheden. Drie jaar geleden werden ze gehuisvest in caravans, nu willen ze een huis. ,,We kregen steeds meer concurrentie van andere uitzendbureaus die zich op de Duitse Polen hebben gestort. Dus konden ze kritischer zijn. Ze vragen meteen: `Hoeveel ga ik verdienen? Dat andere bureau betaalt de reis, jullie niet. Krijg ik een goed huis?''' Sijpestijn is overgegaan tot het kopen van huizen die zijn Poolse arbeidskrachten van hem kunnen huren.

Duitse Polen Rafal Malek (21) en zijn collega Joachim Skvzypek (47), die drie schoolgaande dochters heeft, zitten niet te wachten op concurrentie van de overige Polen. ,,Dan daalt ons loon.'' Maar de concurrentie begint al wel te komen. Poolse uitzendbureaus zenden ook Duitse Polen uit in Nederland en zij zijn niet gebonden aan de Nederlandse uitzend-CAO. Als de klant (de fabriek) ook niet is gebonden aan een CAO – dat geldt voor ongeveer twintig procent van de Nederlandse bedrijven – dan kost zó'n Duitse Pool minder dan die van Sijpestijn. De klant hoeft hun alleen het minimumloon te betalen. Bovendien hoeft een Pools uitzendbureau het eerste halfjaar alleen belasting en sociale premies in Polen te betalen en dát maakt zulke Polen tot vijftien procent per uur goedkoper dan Nederlanders. Dus werven de Poolse uitzendbureaus Polen die een half jaar lang in Nederland willen werken.

Voor Malek en Skvzypek is arbeidsmigratie een way of life. In het dorp Rozmierka, waar Malek vandaan komt, werkt tachtig procent van de mannen in het westen. Al vijftien jaar, sinds hij klein was. ,,Ik kan thuis niet echt goede sier maken met mooie spullen of kleren, want álle mannen verdienen een westers salaris'', zegt hij. De mannen die in Duitsland werken zijn elk weekend thuis, want Duitsland is dichtbij. Anderen zijn zes weken van huis, tien dagen thuis. Ze reizen met de bus naar Nederland, Oostenrijk of België. Malek piekert er dan ook niet over om in Nederland te blijven wonen – thuis is Rozmierka, waar zijn familie en vrienden zijn.

Malek huurt een huis met zes andere Poolse mannen, onder wie Skvzypek. Voor Skvzypek is dat een hele vooruitgang – tot anderhalf jaar geleden woonde hij in een caravan. Ze sjouwen allebei stenen in steenfabriek Eurostrip in Oss. Ze hebben een soort middelbare beroepsopleiding techniek gedaan, maar daarmee kunnen ze in Polen hooguit 250 euro bruto per maand verdienen. Hier verdienen ze 1.600 euro bruto per maand door zo'n vijftig uur per week te werken. Malek: ,,Het is zwaar werk. Maar beter dan in de vleesindustrie.''

Gaten vullen

Een project in de tuinbouw vorig jaar, bedoeld om Nederlanders met een uitkering seizoenswerk te laten doen, leverde 389 gegadigden op. Terwijl er 100.000 mensen nodig zijn, van wie er vorig jaar ruim 16.000 uit Polen kwamen. ,,Te gek voor woorden'', noemde staatssecretaris Van Hoof (Sociale Zaken, VVD) deze scheefgroei onlangs. Hij wil er via een juridische constructie voor zorgen dat Nederlandse werklozen binnenkort tijdelijk goedkoper te krijgen zijn voor tuinders dan Polen. In een reactie zegt Van Hoof: ,,Ik vind het belangrijker dat we mensen met een uitkering aan de slag krijgen, vóórdat we over de grenzen kijken.'' Is hij soms bang dat ook de Polen in de toekomst aanspraak zullen maken op de sociale voorzieningen hier, zoals uitkeringen? ,,Nee. Ik geloof dat die mensen echt komen om te werken.''

Het aanbieden van goedkope Nederlandse werklozen zal volgens uitzender Tom Sijpestijn weinig zoden aan de dijk zetten. ,,Het gaat werkgevers niet om die euro per uur. Ze willen goede, gemotiveerde arbeidskrachten.'' Het recente rumoer in de Tweede Kamer over goedkope, Poolse werknemers die Nederlanders zullen verdringen op de arbeidsmarkt is kletskoek, zegt hij. ,,Wie verdringen ze dan? Nederlandse werknemers zijn voor veel baantjes niet te vinden. Dáárom ben ik destijds Polen gaan werven. Polen verdringen niemand, ze vullen gaten.''

Als dat zo is, waarom krijgen alle Polen die dat willen dan niet gewoon een werkvergunning? Op plekken waar ze aantoonbaar niemand verdringen krijgen ze die al, zegt Hans van Baalen, Tweede-Kamerlid voor de VVD. De overgangsregeling van twee jaar voor de Polen, die mogelijk nog wordt verlengd, noemt hij nadrukkelijk een tijdelijke en eindige maatregel. ,,Andere landen, zoals Duitsland, voerden vorig jaar ook een overgangsregeling in. Wij vreesden dat, als wij dat níét deden, de Polen ongecontroleerd naar ons zouden komen en de situatie onbeheersbaar zou blijken.'' De enige Polen, die al echt Nederlanders (kunnen) verdringen zijn de zelfstandige bouwvakkers, timmer- en andere vaklieden. Maar dát vindt Van Baalen geen bezwaar. ,,Als liberalen zijn wij voor één Europese arbeidsmarkt, vrije concurrentie, eerlijke concurrentie. Als zij legaal onder de prijs gaan zitten, dan is dat voor consumenten alleen maar goed nieuws.''

Wat mag een Pool in Nederland

Fransen, Duitsers, Ieren of andere EU-onderdanen zijn vrij om in Nederland te komen werken. Polen nog niet. Weliswaar is Polen op 1 mei vorig jaar lid geworden van de EU (samen met negen andere landen) maar de `oude' lidstaten hebben besloten dat het vrije verkeer van personen voor hen nog niet volledig geldt. Werknemers uit de nieuwe lidstaten hebben een werkvergunning nodig. Het is doorgaans de werkgever die zo'n vergunning moet aanvragen.

In enkele branches waar tekorten aan personeel bestaan – zoals de tuinbouw – kunnen Polen snel aan het werk. De werkgever krijgt in geval van personeelstekort namelijk binnen twee weken zo'n (tijdelijke) werkvergunning. In alle overige sectoren moet de werkgever eerst aantonen dat hij geen Nederlanders kan vinden voor het werk. En dan duurt het nog drie maanden voordat hij een vergunning krijgt. De meesten beginnen daar niet aan.

De vergunningsplicht geldt in elk geval tot mei 2006. Het kabinet evalueert hem nu en bekijkt of hij nóg langer moet gelden. Doel is een toestroom van Poolse (of Hongaarse, Tsjechische, et cetera) arbeidskrachten te voorkomen. Dit kan niet tot in het oneindige. Uiterlijk in 2011 mogen de lidstaten geen werkvergunningen meer verlangen. De nieuwe lidstaten Cyprus en Malta zijn helemaal van de overgangsregeling uitgezonderd.

Polen mogen hier wel een bedrijf oprichten of zich als zelfstandige vestigen. Het EU-lidmaatschap heeft het eenvoudiger gemaakt beroepskwalificaties erkend te krijgen. Ook kunnen zij met hun Poolse bedrijf hier diensten aanbieden. In de bouw gebeurt dat al. Bedrijven betalen premies en belasting in Polen en verkopen hier een dienst.

Poolse uitzendbureaus mogen Polen in Nederland uitzenden. Een half jaar lang betalen ze in Polen belasting, de zogenoemde 183-dagenregeling. Voor sociale premies is deze termijn een jaar, met mogelijkheid van verlenging. Poolse uitzendbureaus zijn niet gebonden aan de Nederlandse uitzend-CAO.

Vrij verkeer van personen is meer dan toegang tot de arbeidsmarkt. Polen en andere burgers uit de nieuwe lidstaten zijn hoe dan ook vrij om door andere EU-landen te reizen of er te gaan wonen als ze over voldoende middelen van bestaan beschikken. Gezinsleden van een werknemer mogen zich altijd bij de werknemer voegen.

Meer informatie: www.szw.nl rubriek: werk/vreemdelingen

www.overheid.nl rubriek: officiele publicaties, Kamerstukken, publicatienummer 29407