Sint Janskruid

Het artikel over Sint Janskruid (W&O, 19 febr) stelt dat het kruid even goed werkt als een standaard antidepressivum. Na het besproken onderzoek zou Sint Janskruid ten opzichte van de door Linde en collega's uitgevoerde meta-analyse weer `in het voordeel' zijn. Beide stellingen zijn niet houdbaar.

Sint Janskruid, met daarin de werkzame stof hypericine, is in Nederland niet geregistreerd als geneesmiddel. Daarvoor zou het aan twee eisen moeten voldoen. Ten eerste: het middel moet aantoonbaar meer effect hebben dan een nepmiddel (placebo). Ten tweede: het middel moet tenminste even werkzaam zijn als gangbare geneesmiddelen (in dit geval antidepressiva). Uit de genoemde meta-analyse van Linde blijkt dat Sint Janskruid nauwelijks effectiever is dan een placebobehandeling, vooral als gekeken wordt naar grotere (preciezere) onderzoeken. Alleen bij milde somberheid was Sint Janskruid beter dan placebo. De geregistreerde antidepressiva zijn wel effectiever dan placebo. Maar tegelijkertijd blijkt uit de meta-analyse dat er geen verschil is tussen de werkzaamheid van geregistreerde antidepressiva en Sint Janskruid. Van een `voordeel'-positie van het kruid is in elk geval geen sprake. Als de Berlijnse studie wordt toegevoegd aan de meta-analyse verandert er hoegenaamd niets aan de conclusie.

Uit de vorige alinea blijkt dat Sint Janskruid als `niet werkzamer dan placebo' en `even werkzaam als antidepressiva' wordt gekenmerkt, terwijl `antidepressiva werkzamer zijn dan placebo'. Dat is een discrepantie, veroorzaakt door verschillen tussen patiëntengroepen en de onderzoeksmethoden.

Omdat er een redelijk grote kans bestaat dat een depressie vanzelf overgaat binnen 3 maanden, en dat antidepressiva vooral versnelde respons geven bij ernstigere vormen van depressie, is het van belang dat de onderzochte groep `voldoende ernstig' depressieve patiënten onderzoekt en dat de kans dat de depressie spontaan geneest niet al te groot is. In het Berlijnse onderzoek werd weliswaar geselecteerd op matig tot ernstige depressie, maar iedereen met tenminste 2 weken depressie werd in het onderzoek opgenomen. Er werd niet vermeld hoeveel van de patiënten al tenminste 3 maanden ziek waren. Bij dergelijke onderzoeksgroepen is er maar één oplossing om het spontane herstel te meten mogelijk: het toevoegen van een placebo-groep. Dat is niet gebeurd, en zou een beter beeld van het effect hebben kunnen geven.

De methode binnen het Berlijnse onderzoek roept eveneens vragen op. Bijna de helft van de patiënten op antidepressiva kreeg na twee weken een hogere dosis. Hoewel dit ook in Nederland waarschijnlijk veel gebeurt, is dit een irrationele stap. Of dosisverhoging binnen zes weken werkt onderzoeken wij momenteel (www.deMeren.nl), maar het risico van hogere doseringen is dat er meer bijwerkingen optreden, hetgeen kan leiden tot vroegtijdig staken van de behandeling. Dat kan onderzoeksresultaten beïnvloeden. In het beschreven onderzoek werden ten onrechte geen gegevens vermeld over de uitval in de groepen die Sint Janskruid of antidepressiva kregen.

Tenslotte is de dosering Sint Janskruid die in het onderzoek werd gebruikt (900-1800 mg) waarschijnlijk veel hoger dan de doseringen van vrij verkrijgbare Sint Janskruid preparaten In ons ziekenhuis is er de laatste jaren tenminste 1 geval van ernstige psychiatrische bijwerkingen geweest bij gebruik van Sint Janskruid, en er zijn diverse geneesmiddeleninteracties gemeld. Al met al is er voldoende redenen om voorzichtig te blijven met het zomaar gebruiken van Sint Janskruid.