Rouwkwikstaart

De benaming rouwkwikstaart is een treffend voorbeeld van `antropomorfisme', de toekenning van menselijk kenmerken aan andere wezens. Alsof deze donkere, Britse variant van de witte kwikstaart (Motacilla alba) aldoor in de rouw zou zijn. Dat is natuurlijk niet zo. Net als zijn evenbeeld de witte kwikstaart is deze grondvogel van zo'n achttien centimeter een levendige verschijning langs landweggetjes en in het oude boerenland. Beide soorten hebben een lange staart, spits snaveltje en zijn levendig zwart-wit getekend. De rouwkwikstaart heeft een diepzwarte en geen grijze rug, zoals de continentale vorm (de witte). Het opmerkelijkst is de lange, altijd beweeglijke en telkens opwippende – de `kwikkende' – staart waarmee de vogel aandacht trekt. Alleen in het prachtkleed is de rouwkwikstaart goed te onderscheiden met het overheersend zwarte, want ook leefgewoonten en biotoop zijn hetzelfde. Ze bouwen het nest in een muurholte of in een schuur en leven van kleine insecten. Om de herkenning nog lastiger te maken kruisen de witte en de rouwkwikstaart met elkaar, zodat er tal van bastaardvormen rondvliegen. Dan heb je dus de witte rouwkwikstaart of de rouwende witkwikstaart.

Illustratie: Rein Stuurman (Zien is Kennen!)

freriks@nrc.nl