'Over duizenden jaren wonen wij niet meer op deze aarde'

De eminente Britse astronoom Martin Rees rekent meestal in miljarden jaren, maar nu is hij bang voor een technologische ramp in de komende eeuw.

'Ik hoop natuurlijk vurig dat ik ongelijk krijg.'

Angst als goede raadgever: de verbazing in de Engelse pers was groot, toen de Britse kosmoloog en Astronomer Royal Sir Martin Rees ruim een jaar geleden de wereld de wacht aanzegde in zijn boek Our Final Century. Rees is een internationaal gerespecteerde wetenschapper die specialistisch onderzoek naar onverkende verschijnselen in de ruimte, zoals quasars en supernova's, weet te combineren met populair-wetenschappelijke boeken, waarin hij bedachtzaam grote vragen opwerpt: is er één universum, of leven we in een multiversum? Hoe groot is de kans op leven in de kosmos? In Our Final Century klinkt een heel andere stem, de bezorgde stem van een man van de wetenschap die een grandioze toekomst voor de mens bedreigd ziet door - de wetenschap. De boodschap is snoeihard: volgens Rees heeft de mensheid zo'n 50 procent kans de komende eeuw heelhuids door te komen. En de gevaren die ons bedreigen zijn niet afkomstig uit het werkgebied van de astrofysicus, het heelal, maar zijn het gevolg van technologische ontwikkelingen hier op aarde, met de mens zelf als boosdoener. Het zijn gevaren als het broeikaseffect, nucleaire en biochemische terreur, manipulatie met drugs.

Rees, een bescheiden en bedachtzaam formulerende zestiger, die vergroeid lijkt met de universiteit van Cambridge waar hij tegenwoordig de Master van Trinity College is, moet erom grinniken: 'Men dacht dat ik het ging hebben over de dreigende inslag van asteroïden en kometen. Maar dat gevaar is niet groter voor ons dan voor onze voorouders. Beroepsmatig mag mijn blik dan op de kosmos gericht zijn, ik ben net zo bezorgd over wat hier op aarde gebeurt als wie dan ook. Maar in één opzicht verschil ik door mijn werk van veel andere mensen, namelijk dat ik me bewust ben van de enorme mogelijkheden die de toekomst ons biedt. Iedereen die heeft doorgeleerd weet dat wij het resultaat zijn van miljarden jaren evolutie, maar de meeste mensen zijn ook geneigd zichzelf te zien als eindpunt van dat proces. Men spreekt over wat we zullen zien wanneer de zon uitdooft en een rode reus wordt, maar wat vergeten wordt is dat de wezens die op dat moment naar de stervende zon kijken, meer zullen verschillen van ons dan wij van bacteriën. De tijd die voor ons ligt tot het moment dat de zon sterft, is langer dan de tijd die we nodig hadden om tot mensen te evolueren. Maar dat staat nu wel allemaal op het spel. Deze eeuw zal bepalend zijn.'

Weddenschap

Rees benadrukt met klem dat zijn engagement niet plotseling is ontstaan. 'Ik ben me allang bewust van de verantwoordelijkheid van de wetenschapper. De thema's van mijn boek zijn de weerslag van colleges en van lezingen die ik heb uitgesproken op de zogeheten Pugwash-conferenties, waar wetenschappers spreken over de gevaren die de wetenschap met zich meebrengt voor de mensheid.' Door zijn wrange voorspellingen hoopt hij discussie los te maken, zegt hij. In 2002 sloot hij op uitnodiging van het computerblad Wired een weddenschap af: binnen twintig jaar zullen door een menselijke fout of door een terreurdaad met biochemische stoffen een miljoen mensen zijn gestorven. 'Ik hoop natuurlijk vurig dat ik die weddenschap verlies, maar ik probeer duidelijk te maken hoe nieuwe technologische ontwikkelingen in combinatie met steeds hogere concentraties van mensen, zoals in de grote steden in ontwikkelingslanden, grote gevaren met zich meebrengen. In mijn boek behandel ik overbekende thema's als het broeikaseffect, de gevaarlijke manier waarop de mensheid onze biosfeer aan het veranderen is, maar ik leg de nadruk op technologische ontwikkelingen die kunnen leiden tot nieuwe gevaren. Gevaren die net zo groot zijn als het gevaar van kernwapens.

'De wetenschap maakt grotere sprongen dan ooit tevoren. De wereld verandert heel snel. De mens zelf verandert ook. De menselijke natuur is duizenden jaren onveranderlijk geweest, maar nu kunnen we onszelf aanpassen door gerichte geneesmiddelen, door genetische manipulatie en wellicht in de toekomst door implantaten in onze hersenen. Dat maakt de toekomst nog minder voorspelbaar. Daar komt bij dat met behulp van nieuwe technologie iemand met de mentaliteit van een verspreider van een computervirus in de nabije toekomst in staat zal zijn een echte catastrofe te veroorzaken. De samenleving heeft daar nauwelijks een antwoord op; die zal zich genoodzaakt zien allerlei dierbare noties van persoonlijke vrijheid en recht op privacy opzij te schuiven. Voeg daarbij dat de nucleaire dreiging weliswaar is afgenomen, maar zeker niet is verdwenen. Terugkijkend op de Koude Oorlog moet je constateren dat er lange tijd een reële kans is geweest dat we het slachtoffer van een nucleaire aanval zouden worden. Men schat het risico dat we gelopen hebben op 20, 30 procent. Door politieke verschuivingen is het heel goed mogelijk dat er deze eeuw een nieuwe confrontatie zal plaatsvinden tussen grootmachten.'

Heeft hij de indruk dat die gevaren onderschat worden? Is dat de reden dat hij zijn waarschuwingen verpakt in harde slogans? 'Ik weet dat het controversieel is. Veel mensen denken, al die onheilsprofeten in het verleden hadden het ook meestal bij het verkeerde eind, dus dat zal nu niet anders zijn. Maar de meeste wetenschappers die op mijn boek hebben gereageerd, onderschrijven mijn conclusies. Mensen zijn geneigd zich al te veel zorgen te maken over dingen die direct op hen betrekking hebben, zoals de veiligheid van auto's, treinen en vliegtuigen. Maar dreigende rampen waarvan slechts een kleine kans bestaat dat ze zullen gebeuren, worden vaak niet serieus genomen. Die gevaren zijn wel reëel. Tijdens de Koude Oorlog hadden we banger moeten zijn dan we in werkelijkheid zijn geweest. Al die tijd maakten mensen zich meer zorgen over die kans van één op de tienduizend dat ze bij een vliegtuigongeluk zouden omkomen, dan over de kans dat de wereld getroffen zou worden door een nucleaire holocaust.'

Status aparte

Dat juist hij, een man van de wetenschap, zich zorgen maakt over de gevaarlijke kanten van de technologie, vindt Rees niet meer dan vanzelfsprekend. 'Mijn voorbeelden zijn Hans Bethe en Joseph Rotblat, twee fysici die betrokken waren bij het Manhattan-project in Los Alamos, waar de atoombom werd ontwikkeld. Ze leven allebei nog en hebben zich ieder op hun manier onophoudelijk ingezet om het grote publiek bewust te maken van de gevaarlijke kanten van hun werk. Er zijn wetenschappers die vinden dat de wetenschap afstand moet bewaren tot het publieke debat, ze eisen een soort status aparte op. Daar ben ik het niet mee eens. Wanneer er nieuwe technologische vindingen gedaan worden die belangrijke veranderingen voor de mensheid inhouden, moet je je als wetenschapper in het maatschappelijke gewoel storten. Je kunt het debat niet alleen aan de media overlaten. Veel nieuwe technologie roept ethische vragen op en het is belangrijk dat er een serieuze discussie plaatsvindt, voordat er politieke beslissingen worden genomen. Wat het stamcelonderzoek betreft heeft men dat hier in Engeland veel beter aangepakt dan in de Verenigde Staten, maar het debat over genetisch gemanipuleerd voedsel is hier verzand in slogans. Commerciële belangen spelen al snel een rol. Daarom is het zo belangrijk dat academici zich uitspreken, die zijn in principe onafhankelijk, ook al sluiten steeds meer universiteiten contracten met bedrijven, vooral in de medische sector. Daar komt bij dat sommige wetenschappers zelf geneigd zijn te overdrijven en allerlei ongefundeerde bevindingen in het nieuws te brengen. In het geval van de zogenaamde koude fusie enkele jaren geleden, een baanbrekende wetenschappelijke ontdekking die groots werd aangekondigd en op niets gebaseerd bleek te zijn, waren de gevolgen niet desastreus, omdat alles nagetrokken kon worden. Maar een artikel over een wondermiddel tegen kanker kan wel veel schade aanrichten. De wetenschapsjournalistiek moet zich geen zand in de ogen laten strooien.'

Maar dan nog - nu de taal van de wetenschap gedemocratiseerd is, lijkt het wel alsof alles bewezen kan worden. Hoe kan het grote publiek onderscheiden wat zinnig is en wat niet? Als een bestsellerschrijver als Michael Crichton een roman schrijft waarin hij stelt dat het broeikaseffect niet bestaat, zullen veel mensen hem willen geloven.

Rees: 'Wat het broeikaseffect betreft lijkt het op de vraag of roken kanker veroorzaakt. Er zijn overtuigende bewijzen genoeg, maar er komen steeds maar tegenargumenten door partijen die veelal door de tabaksindustrie worden gefinancierd. Oliemaatschappijen betalen kritische groeperingen die quasi-wetenschappelijk afdingen op de risico's van het broeikaseffect. Gelukkig niet allemaal: ik was onlangs bij een conferentie over de veranderingen in de biosfeer en de resultaten werden gepresenteerd in het kantoor van Shell. Van het publiek mag je wel vragen dat het zich serieus op de hoogte stelt, dat men het verschil kan zien tussen een onderhoudende sciencefictionschrijver en een expert op het gebied van het broeikaseffect. Als je Michael Crichton als getuige aanroept, dan moet je ook geloven dat er uit DNA levende dinosaurussen te maken zijn.'

Feiten zijn plooibaar

Maar juist in een geglobaliseerde wereld lijkt kennis zo versnipperd dat het iedereen vrij staat in wat dan ook te geloven. Feiten blijken uiterst plooibaar. 'Dat is waar, je kunt er niet van uitgaan dat geschoolde mensen zich ook rationeel zullen gedragen. Sektes als Heavens' Gate en de Realians, die beweren dat ze mensen gaan klonen, zeggen dat ze wetenschap bedrijven, terwijl ze ieder gezond verstand verloren hebben. En internet is een prachtige uitvinding, maar het stelt mensen in staat enkel nog met geestverwanten om te gaan, zodat ze voortdurend bevestigd worden in hun obsessies en vooroordelen. Daardoor nemen ze almaar extremere posities in.

Rees keert zich tegen critici die zeggen dat de wetenschap maar een stapje terug moet doen wanneer er risico's voor de mensheid zijn. 'Ik geloof daar niet in. De wetenschap is moeilijk af te remmen. En ik vraag me ook af of het verstandig zou zijn. Meestal zie je dat dezelfde nieuwe vindingen zowel positief als negatief kunnen worden toegepast. Je kunt de risico's niet vermijden, zonder ook van de goede effecten van een technologische ontwikkeling af te zien. Bovendien kunnen uit negatieve ontwikkelingen ook goede dingen voortkomen. Als kosmoloog ben ik bijvoorbeeld reuze blij met al die geweldige ruimtetelescopen die we nu hebben, maar ik ben me ervan bewust dat we die te danken hebben aan de militaire rivaliteit tussen de supermachten. De voortgang die geboekt wordt in het onderzoek naar kanker en hart- en vaatziekten, komt vooral uit commerciële belangen voort, aangezien het typisch welvaartziekten zijn. Dat heeft weer tot gevolg dat het onderzoek naar tropische ziekten juist achterblijft. Naar aanleiding van mijn boek hebben sommige critici opgemerkt dat ik de problemen wel goed in kaart breng, maar geen oplossingen geef. Maar veel problemen zijn nu eenmaal moeilijk op te lossen. Wanneer gevaarlijke technologie in handen valt van eenlingen of kleine groepen, zal er steeds meer gevraagd worden om surveillance en een transparante maatschappij. Dat er op het gebied van veiligheid en privacy keuzes moeten worden gemaakt, is onontkoombaar. Je kunt niet van allebei honderd procent krijgen.'

Welke keuzen zullen er gemaakt worden, denkt hij? Het antwoord lijkt me voor de hand liggen. 'De balans zal doorslaan naar veiligheid. Er zijn nu al veel meer restricties wat onze persoonlijke vrijheid betreft. De meeste mensen, lijkt het, kan dat ook niet zo veel schelen. In Groot-Brittannië staan in de openbare ruimte meer camera's opgesteld dan in de meeste andere landen en men vindt dat uitstekend. Ik ben ook wel verbaasd hoe gemakkelijk vrienden en kennissen van mij allerlei persoonlijke gegevens over zichzelf op hun website zetten. Dat geeft aan dat het geen grote zorg is.'

Maar er moeten dan toch nieuwe grenzen worden getrokken? Wanneer vormt iemand een gevaar voor de samenleving? Wanneer hij een aanslag beraamt, of wanneer hij de verkeerde boeken leest?

'Vergeet niet dat men menselijk gedrag ook steeds meer zal kunnen aansturen. Je kunt iemands persoonlijkheid over niet al te lange tijd helemaal met biochemische middelen bepalen. En zijn nu al bepaalde drugs waarmee soldaten het slagveld worden opgestuurd, middelen die bepaalde ethische belemmeringen wegnemen.'

Kunstmatigheid

Die nieuwe maakbaarheid is een van de gevaren waar Rees in zijn boek de nadruk op legt. Maar hij heeft weinig geduld met critici die betreuren dat ons leven steeds kunstmatiger wordt, dat we steeds verder komen af te staan van wat we als 'natuurlijk' ervaren. 'Ziet u enig moreel bezwaar tegen plastische chirurgie? Ik heb niets tegen kunstmatigheid, het gaat me om de onvoorziene neveneffecten die deze nieuwe ontwikkelingen kunnen hebben. Mensen kunnen gemanipuleerd worden en aangezet worden tot onverantwoordelijk gedrag, je kunt je greep op de werkelijkheid verliezen. Dat is op zich niet nieuw. Mensen hebben altijd hun werkelijkheid willen veranderen of ontvluchten, alleen worden tegenwoordig de mogelijkheden steeds effectiever en verleidelijker. Maar je moet niet overdrijven. Ik denk bijvoorbeeld dat onze zorg over het klonen enigszins overdreven is. Natuurlijk brengt dat ethische keuzes met zich mee. Die worden nu al gemaakt. Kijk naar het debat over euthanasie. Ik voorspel dat euthanasie binnen twintig jaar als iets vanzelfsprekends wordt gezien. Afgezien van alle genoemde dreigingen beschouw ik de wereld van nu als beter dan ooit tevoren.'

Rees' bezorgdheid over het lot van de aarde lijkt vooral ingegeven door zijn hartstocht als wetenschapper. Beseffen we wel wat we allemaal kunnen verliezen? 'Wanneer je de oorsprong van het universum wilt begrijpen, zul je tot een universele theorie moeten komen. Die hebben we nog niet. We weten niet wat de oorsprong van het leven is en we weten niet waar ons bewustzijn vandaan komt. Veel grenzen aan de wetenschap zijn bepaald door de grenzen aan ons denkvermogen. Daar kunnen computers ons bij helpen. Ze kunnen simulaties maken, maar ze kunnen ook voor ons denken. Computers denken niet zoals wij, maar ze behalen wel goede resultaten. Een schaakcomputer heeft niet de inzichten van een Kasparov, maar kan hem toch verslaan.'

In verschillende van zijn boeken oppert Rees de mogelijkheid van menselijke kolonisatie van de ruimte. Is dat een persoonlijke wensdroom, waardoor de mensheid kan blijven voortbestaan, wanneer het hier op aarde misgaat? 'Als wetenschapper ben ik op dit moment geen voorstander van bemande ruimtevaart, aangezien we het onderzoek beter aan robots en steeds kleinere apparatuur kunnen overlaten. Ook al is het risico dat het misgaat 2 procent, dan nog zal een regering dat niet willen nemen. Het wachten is op privé-ondernemingen, die zullen bereid zijn meer risico's te lopen. Persoonlijk hoop ik wel op ontdekkingsreizen in de ruimte. Het zou toch ook een anticlimax geweest zijn wanneer de Mount Everest alleen door robots was beklommen? Ik denk echt dat over duizenden jaren mensen ergens anders dan op aarde zullen wonen. Of ze ook op mensen zullen lijken, kan ik niet zeggen.'

Rees is een voorstander van onderzoek naar andere vormen van leven in het heelal. 'Binnen vijftig jaar weten we waarschijnlijk hoe het leven op aarde is begonnen en dan kunnen we misschien ook weten hoe onontkoombaar het is dat simpele vormen van leven zich ontwikkelen tot een biosfeer als de onze. Ik weet eerlijk gezegd niet of ik het leuk zou vinden als er elders leven blijkt te zijn. Als er in de kosmos verder geen leven bestaat, is dat goed voor ons kosmisch gevoel van eigenwaarde. De aarde is dan een klein, maar uiterst bijzonder deel van de melkweg. Dan kun je zeggen: wij zijn nog maar het begin. En dat geeft ons nog meer verantwoordelijkheid voor onze aarde.'

Voelt hij zich nooit te neer geslagen wanneer hij nadenkt over alle dingen die hij nooit zal weten, de vragen die hij in zijn leven niet zal kunnen beantwoorden?

'Je moet accepteren dat aspecten van de werkelijkheid buiten ons bevattingsvermogen liggen. Daarom heb ik een hekel aan mensen die roepen dat ze waarheid kennen en daar een dogma van maken. En ook aan mensen die zeggen dat de wetenschap het antwoord op zoveel vragen schuldig moet blijven en dat er dus een religieuze verklaring moet zijn. Een religieus iemand kan net zoveel zinnigs over de oorsprong van het leven zeggen als een automonteur. Maar dat neemt niet weg dat er zoveel dingen zijn die we nooit zullen begrijpen. Voor mij is de wetenschap dan ook in de eerste plaats een bron van verwondering en mysterie.'

Martin Rees: Onze laatste eeuw. Uitgeverij Het Spectrum. O 16,50

[streamers]

'Tijdens de Koude Oorlog hadden we veel banger moeten zijn.'

'Persoonlijk hoop ik wel op ontdekkingsreizen in de ruimte.'

Bas Heijne is redacteur van NRC Handelsblad.

Alex MacNaughton is fotograaf in Londen.