Moslima, begrijp kledingtaal en laat hoofddoek thuis

De reizende commentator Maarten Huygen bepleit in zijn column in Opinie & Debat van 19 februari, tolerantie voor de hoofddoek. Het past in de Nederlandse traditie om dingen te verdragen waar je het niet mee eens bent, vindt hij. Was het maar zo simpel.

Een van de aardigste sociologische studies over kleding is `The language of clothes' van de Amerikaanse Alison Lurie, verschenen in 1981. Kleding is een taal zonder woorden, die door iedereen wordt gebruikt en begrepen, stelt Lurie in haar inleiding. ,,Lang voordat ik u op straat, in een vergadering of op een feestje dicht genoeg ben genaderd om met u te kunnen praten, heeft u me door de kleding die u draagt, laten weten wat uw sekse, leeftijd en afkomst is, en me waarschijnlijk ook belangrijke hoewel soms misleidende informatie verschaft over uw beroep, herkomst, persoonlijkheid, opvattingen, smaak, seksuele voorkeur en stemming.''

Twintig jaar voordat de Europeaan zich ongemakkelijk ging voelen bij de aanblik van gehoofddoekte vrouwen, gaf Lurie inzicht in het wereldwijd verbreide verschijnsel van de geheel westers geklede niet-westerling, die niettemin het hoofd blijft tooien op niet-westerse wijze: ,,De Japans-Amerikaanse vrouw in westerse kleding maar met een bewerkelijk Japans kapsel, of de in Oxford afgestudeerde Arabier die bij zijn Londense maatkostuum een tulband draagt, vertellen ons treffend dat hun ideeën en opvattingen die van de oosterling blijven.'' De tooi van het hoofd toont wat er in de hersenpan omgaat.

De personeelschef die een gehoofddoekte sollicante afwijst, maakt gebruik van the language of clothes. Hij wil geen werkneemster die openlijk te kennen geeft zich niet thuis te voelen in de westerse maatschappij. Maar dat is geen Berufsverbot, zoals Huygen dit noemt. Kom op, moslima's, begrijp die `kledingtaal'. Laat je hoofddoek thuis. Toon dat je erbij wilt horen en ,,je kansen wilt grijpen'' om met Màxima te spreken. Dan heb je zo een stageplaats of een baan.