`Mooi schrijven mag, bronnenonderzoek moet'

Hans Renders is directeur van het nieuwe Biografie Instituut in Groningen. ,,Gepraat over de literaire waarde van de biografie is de dood in de pot.''

,,Er is de afgelopen jaren een hausse geweest aan nieuwe biografieën. Dat schreeuwt om theorievorming.'' Aan het woord is de directeur van het nieuwe Biografie Instituut aan de Rijksuniversiteit Groningen, dr. J.W. (Hans) Renders. Renders, die als docent geschiedenis en theorie van de journalistiek al aan de RUG was verbonden, promoveerde in 1998 op een biografie van Jan Hanlo. Vorig najaar verscheen zijn biografie van Jan Campert. ,,Te vaak verschijnen er biografieën die dat predikaat eigenlijk niet verdienen,'' vindt Renders. ,,Denk aan het zoveelste boek over Ruud Gullit of Britney Spears. Een biografie moet iets verduidelijken wat je niet op een andere manier naar boven kunt brengen. Als persoonlijke omstandigheden niet van invloed zijn op iemands wapenfeiten, moet je geen biografie schrijven maar bijvoorbeeld een monografie.''

Vanuit de wetenschap is de biografie altijd gewantrouwd, aldus Renders. Pas de laatste tijd is de universiteit het als `academisch genre' gaan zien, en wordt het normaler voor historici of neerlandici om te promoveren op een schrijver of een historische figuur. Voorbeelden hiervan zijn Elsbeth Etty (op Henriette Roland Holst), Dik van der Meulen (Multatuli) en Paul van der Steen (Jo Cals). Met de komst van het Biografie Instituut lijkt de biografie zich in Nederland definitief binnen de muren van de universiteit te hebben genesteld.

Het belangrijkste doel van het instituut is om de biografie te voorzien van een `theoretisch fundament', legt Renders uit. Dat heeft vooral betrekking op het proces dat voorafgaat aan het daadwerkelijke schrijven: het bronnenonderzoek. Renders: ,,Of je nu over een schrijver of over een prinses schrijft, je baseert je altijd op historisch onderzoek. Het is niet de bedoeling om een handleiding met tips te maken, maar we willen de biograaf wel helpen bij het beantwoorden van de vragen die hij zichzelf stelt.''

Renders maakt een duidelijk onderscheid tussen de wetenschappelijke biografie, gebaseerd op gedegen bronnenonderzoek, en alle andere biografieën. ,,Er verschijnt veel slechts. Te vaak wordt een biografie `literair' opgeschreven, vanuit de gebiografeerde. Johan Huizinga waarschuwde al tegen de vie romancée, en dat genre dreigt terug te komen'', aldus Renders. ,,Het resultaat wordt er oncontroleerbaar door. Al dat gepraat over de literaire waarde van de biografie is de dood in de pot.''

Dat sluit echter niet uit dat het boek mooi geschreven moet zijn, stelt Renders, en ook niet dat er kan worden gepsychologiseerd. ,,Psychologiseren is een verantwoorde manier om je onderzoeksveld te vergroten,'' aldus Renders. In mei organiseert het Biografie Instituut een congres waarop psychologen en biografen met elkaar in gesprek gaan over de functie van psychologiseren. Renders: ,,Wanneer een biograaf het oeuvre van een schrijver in diens biografie betrekt, gaat iedereen op zijn achterste benen staan. Maar onder psychologen en psychiaters is het heel gebruikelijk om literaire bronnen te beschouwen als case studies. James Joyce is door Carl Jung op basis van Ulysses psychotisch verklaard.''

Renders en zijn Biografie Instituut zijn sinds september 2004 actief op de Groningse universiteit. Studenten volgen vakken bij het instituut, en een promovendus is bezig om een biografie van Tweede Wereldoorlog-geschiedschrijver Lou de Jong te schrijven. Bij het openingscongres dat volgende week plaatsvindt, en dat in samenwerking met het Fonds voor de Letteren is georganiseerd, wordt voor het eerst naar buiten getreden. Centraal thema is de necrologie, en de waarde ervan voor de biograaf. Opvallend is dat zowel journalisten (Henk Hofland, Peter Brusse) als schrijvers (Jeroen Brouwers) als wetenschappers (Doeko Bosscher, Sophie Levie) acte de présence geven. Het illustreert hoe interdisciplinair de biografie is, verklaart Renders. ,,De vraag is wat een biograaf kan leren van de necrologieën die over zijn onderwerp zijn geschreven. Necrologieën geven vaak een gunstig beeld, terwijl biografieën de neiging hebben tot debunking.''

Het openingscongres van het Biografie Instituut vindt plaats op 9 en 10 maart in het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen. Inl. 050-3635816 of www.rug.nl/let/biografieinstituut.