Mijn vader vindt dat mijn dochter moet sterven

Ik geloof net zo heilig in vrouwenrechten als in de koran. Dat had ik als meisje al. We waren thuis met vijf meisjes en één jongen, maar mijn broer kreeg altijd de lekker hapjes. Hoe vaak heb ik daarover geen ruzie gemaakt met mijn moeder! Dan riep ik: `Wij zijn ook mensen!' Maar zij antwoordde: `Je bent een meisje. Je bent niets.'

,,Volgende week is het internationale vrouwendag. Met een demonstratie willen we dan aandacht vragen voor vluchtelingenvrouwen als ik, die slachtoffer zijn geweest van seksueel geweld. Ik wil mijn stem laten horen. In onze cultuur krijgen vrouwen niet de kans een eigen leven te leiden. Daar verzet ik me tegen, dat heb ik altijd gedaan.

,,Ik ben 36 jaar en heb al een zwaar leven achter me. Mijn vader is een Turkse Koerd die naar Libanon was gevlucht nadat hij op de vuist was gegaan met een militair die hem vernederde vanwege zijn Koerdische afkomst. Mijn moeder is een Libanese vrouw. Ik ben geboren in Beiroet. Ik was al jong een leergierig kind, wilde graag alles weten en was dol op boeken. Maar ik mocht maar vijf jaar naar de basisschool. Ik smeekte mijn moeder of ik alsjeblieft naar de middelbare school mocht, maar ze zei: `Waarom? Je gaat toch trouwen.'

,,Midden jaren zeventig ontvluchtte ons gezin de oorlog in Libanon en vestigden we ons in Turkije. Mijn vader kon niet mee, hij werd nog steeds gezocht. Het was een heel moeilijke tijd. We hadden geen geld en eigenlijk kwamen we van de ene oorlog in de andere terecht, want Turkije voerde strijd tegen de Koerden. De politie viel ons lastig. `Waar is je man?', vroegen ze mijn moeder. Ze namen haar mee naar het politiebureau en ze bleef twee dagen weg. Toen ze terugkwam, kreeg ze een miskraam. Maar ze vertelde ons niets. De politie bleef ons lastig vallen en we verhuisden voortdurend.

,,Ik werkte in het naai-atelier van mijn moeder en vond later een baan als secretaresse bij een gynaecoloog. Intussen studeerde ik stiekem. Ik las 's nachts, onder de dekens. Via een schriftelijke cursus haalde ik in het geheim mijn middelbareschooldiploma.

,,Mijn moeder vond het niks, een dochter die altijd met haar neus in de boeken zat. Ze riep: `Ga breien of haken, maak iets voor je uitzet', en gooide mijn boeken woedend in de haard. Maar ik leerde gewoon verder, stiekem, samen met mijn zus. Zij was de beste van de school en is uiteindelijk van huis weggelopen omdat ze wilde studeren in Ankara. Dat is haar gelukt, ze zit nu in het onderwijs. Later heeft mijn moeder wel gezegd: `Ik heb een grote fout gemaakt door jullie niet te laten leren.' Maar ja, dat was later.

Toen ik 24 was, kwam mijn vader terug uit Libanon en veranderde alles. Daarvoor liep ik blootshoofds en in een korte rok rond, nu moest ik een hoofddoek om en een lange rok aan. Mijn vader was woedend dat ik eindexamen had gedaan en verscheurde mijn diploma. Voor straf mocht ik drie maanden niet naar buiten en kreeg ik alleen restjes te eten. En ik moest trouwen. Ik wilde zelf een man kiezen, maar dat mocht niet van mijn vader. Hij zei: Je krijgt een intellectuele man – zoveel rekening hield hij dan nog wel met mij.

,,Onze cultuur is heel streng voor vrouwen. Je kunt als vrouw niet ongetrouwd blijven. Je moet kinderen krijgen. Je kunt niet tegen de wil van je vader ingaan. Je hebt geen bewegingsvrijheid, want de `namus', de eer van de familie, hangt van jouw gedrag af. Ik ben tegen dat hele begrip `namus'. Waarom geldt het niet voor mannen? Waarom hebben zij wel alle vrijheid?

,,Mijn echtgenoot werkte bij een reclamebureau en was zeer actief voor de PKK, de verboden Koerdische Arbeiderspartij. In de drukkerij die bij het reclamebureau hoorde, werden publicaties voor de PKK gedrukt. Ik was ook politiek betrokken en deed werk voor de vrouwenorganisatie. Ik praatte met vrouwen over hun rechten. Zo ben ik altijd geweest.

,,Maar al hadden we dezelfde politieke ideeën, er was geen liefde tussen mijn man en mij, geen warmte. Al op de derde dag van ons huwelijk hadden we problemen. Hij was de hele dag weg en al zijn geld ging naar de PKK. Ik had een naai-atelier met vier machines en dat was erg druk, zeker toen ik op een bepaald moment zwanger werd van mijn eerste kind, een zoon. Ik vroeg mijn man om hulp, maar hij kwam zelden thuis.

,,Hij werd verschillende malen opgepakt door de politie. Totdat ze ons, op een herfstdag in 1996, samen oppakten. Toen ze mijn man en mij en afvoerden in verschillende auto's wist ik al dat er iets vreselijks zou gebeuren. Op het politiebureau vroegen ze of ik af wist van de politieke activiteiten van mijn man. Ik zei ja. Vervolgens namen ze me mee naar een gevangenis aan zee. ,,We brengen je naar een rustige plaats'', zeiden ze. Ze blinddoekten me en bonden mijn handen vast. Twee mannen namen me mee naar een ijskoude kelder. Ze kleedden me uit, smeten me op een stenen tafel en verkrachtten me, twee uur lang.

Ik vind het moeilijk je dit te vertellen. Maar ik moet mijn verhaal doen, want deze dingen gebeuren nog steeds en dat moeten jullie weten. Seksueel geweld is voor de Turkse autoriteiten een wapen tegen de Koerden. Verkrachting is een politieke daad. Een Koerdische vrouw die verkracht is, mag van haar familie niet blijven leven, want zij is een vlek op de familie-eer. Mijn vriendin, die brood bakte voor PKK-strijders, is hetzelfde overkomen als ik. Ze moest zelfmoord plegen, anders zou ze door haar familie zijn gedood.

,,Toen de mannen in de kelder klaar met me waren, bloedde ik vreselijk. Ze zeiden dat ik moest opstaan, maar ik kon niet lopen. `Dan moet je kruipen', zeiden ze. Maar ik weigerde. Wat had ik nog te verliezen na wat ze met me hadden gedaan? Ze zeiden: `We hebben met jou gedaan wat we wilden en wat hierna met je gebeurt, interesseert ons niet'. Ik zei: `Bravo.'

,,Ik werd geblinddoekt in een auto geduwd en op een flink eind lopen van mijn huis afgezet. Vriendelijke mensen, tegen wie ik had gezegd dat ik gevallen was, brachten me thuis. Mijn moeder had meteen door wat er was gebeurd. Ze zei: `Je vader mag je zo niet zien, want dan vermoordt hij je.' Mijn vader, die ook actief was voor de PKK, droeg altijd een pistool bij zich.

,,Na korte tijd kwam ik erachter dat ik zwanger was. Ik probeerde het te verbergen, maar mijn moeder had het door. Ik wilde abortus plegen, maar ze haalde me over het niet te doen. Ze zei: `Als je dat doet, weet iedereen dat het een kind van een verkrachting is.' Maar het kind groeide in mijn buik en uiteindelijk zei mijn moeder: `Ga naar Duitsland. Je vader en je broer zullen je doden als ze er achter komen. Duitsland heeft een sociaal systeem.' Mijn man, die twee maanden was vastgehouden door de politie, was inmiddels via Duitsland naar Nederland gevlucht, dus Nederland werd mijn bestemming. Geld voor de reis was geen probleem. Wij hadden het financieel goed. Pas in Nederland ben ik arm geworden.

,,In Nederland kwam ik terecht in een opvangcentrum en zag ik mijn man terug. Ik moest aan een ambtenaar van de IND mijn verhaal vertellen, maar ik was doodsbang dat mijn man erachter zou komen dat ik was verkracht en dat ik zwanger was van een van mijn verkrachters. Dus vertelde ik die ambtenaar een onduidelijk verhaal. Hij keek me stuurs aan en was helemaal niet geïnteresseerd in mij.

,,Ik vertelde mijn man niets, maar hij voelde dat er iets aan de hand was. Hij zei: `Er is iets met je gebeurd, vertel me wat het is.' Maar ik zweeg. Hoewel ik geblinddoekt was toen ik werd verkracht, had ik toch een glimp van een van mijn verkrachters opgevangen. Hij was blond. Toen mijn dochter werd geboren, bleek ze blond. Mijn man zei: `Dit kind is niet van mij', en hij weigerde haar te erkennen.

,,Vier maanden na de geboorte van mijn dochter werd mijn man uitgezet naar Duitsland, omdat hij daar aanvankelijk asiel had aangevraagd. In Duitsland stuurden ze hem terug naar Turkije, waar hij meteen werd gearresteerd. Toen hij vrij kwam, vluchtte hij opnieuw naar Nederland. Ik herkende hem niet terug. Er was niets van hem over. Hij was totaal kapot. Hij zat in altijd maar in elkaar gedoken in een hoekje en de kinderen mochten geen lawaai maken.

Later hoorde ik van een dokter, die meende dat ik op de hoogte was, dat mijn man ook is verkracht. Verschillende malen. Ze hebben hem vreselijk te grazen genomen met een fles met zout en alcohol erin. Hij schaamde zich daar zo voor, dat hij het nooit aan mij heeft verteld. Mijn man en ik konden elkaar niet troosten. We hadden elke dag ruzie en die ruzies liepen zo hoog op dat ik een aparte kamer kreeg in het asielzoekerscentrum.

,,Op een bepaald moment begon hij onze zoon op te eisen. Toen pakte ik een mes en zei: `Of ík ga eraan, of jíj. Maar de kinderen blijven bij elkaar.' Uiteindelijk hebben ze me voor mijn veiligheid ondergebracht in een ander asielzoekerscentrum. We zijn nu gescheiden, maar ik ben nog steeds bang dat hij me mijn zoon zal afnemen.

,,Ik heb de IND nooit de waarheid kunnen vertellen en dus is mijn asielaanvraag afgewezen. In 2002 werd ik met mijn kinderen op straat gezet en heb ik in Duitsland asiel aangevraagd. Toen stortte ik volledig in. Ze hebben me twee maanden in een psychiatrisch ziekenhuis opgenomen en mijn kinderen ondergebracht bij een gezin. En vervolgens werd ik in februari 2003 Duitsland weer uitgezet. Stond ik 's nachts met twee kinderen op een bitter koud station. Een Koerdische man heeft ons tijdelijk opgevangen.

,,Ik was toen volledig kapot, zat onder de medicijnen en huilde de hele tijd. Maar ik ben langzamerhand weer opgekrabbeld. Nog steeds leef ik elke dag met wat er met me is gebeurd. Ik droom er elke nacht over. Maar ik houd me staande om mijn kinderen. Om mijn dochter vooral. In het begin was het heel moeilijk voor me haar te accepteren. Toen ze net geboren was, wilde ik haar niet voeden. Maar een aardige Nederlandse psychologe zei tegen mij: `Je moet vechten, want je dochter kan er niets aan doen. Ze is heel lief.' En mijn dochter ís heel lief. Ik vecht nu voor haar, ik vecht voor haar leven. Want mijn vader heeft mij gebeld en gedreigd: `Je dochter moet sterven. Als je ooit terugkomt in Turkije met haar, doden wij jullie alletwee.' Mijn broer heeft geroepen dat mijn dochter een schandvlek voor de familie is. Hij is naar ons op zoek. Ik ben erg bang. Op straat verberg ik me onder mijn hoofddoek.

Ik heb nu een vluchtelingenorganisatie gevonden die me in contact heeft gebracht met een advocaat die me helpt met een nieuwe asielaanvraag. Ik slik minder medicijnen, ga leuke dingen doen met de kinderen. Ik woon op twee kamers van de noodopvang. Van een vluchtelingenorganisatie krijg ik soms een beetje geld en van de kerk krijgen we zo nu en dan een voedselpakket. Ik heb mezelf Nederlands geleerd, met behulp van een lesboek, maar ook door goed naar mijn kinderen te luisteren. Wat ook heeft geholpen, is dat ik consequent Nederlandse televisie kijk en voornamelijk contact heb met Nederlandse mensen. Ik heb me aangesloten bij de vrouwengroep van de vluchtelingenorganisatie en ben actief geworden bij hun project voor vluchtelingenvrouwen die slachtoffer zijn geweest van seksueel geweld. Voor de demonstratie van dinsdag heb ik maskers en capes genaaid.

,,Ik leid een moeilijk leven, maar toch zit er nog steeds vechtlust in me. Want zo ben ik. Zo ben ik altijd geweest. Er zijn wel momenten geweest waarop ik aan zelfmoord dacht, maar ik heb gekozen voor het leven. Want als je dood bent, kun je je stem niet meer laten horen.''

Uit angst voor eerwraak wil de geïnterviewde anoniem blijven

Wilt u reageren? Stuur uw reactie naar zbrieven@nrc.nl of schrijf het Zaterdags Bijvoegsel, Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam