Meester Rutte

Onderwijsinstellingen worden grotendeels gefinancierd op output. Daartoe dienen targets te worden gehaald. Sorry, maar dat is nu eenmaal de taal waarin politici en bestuurders het onderwijs plegen te sturen.

Dat streven naar targets betekent dat iedereen voorbij gaat aan het kernprobleem van het Nederlandse onderwijs, en dat is de kwaliteit. Daar gaat het al jaar en dag mee bergafwaarts. Menige opleiding in het hbo stelt niet meer voor dan een vroegere mbo-opleiding, en voor sommige universitaire opleidingen geldt hetzelfde.

Nederland heeft minder hbo-ers dan in Europees verband is afgesproken. Wil je de instroom vergroten dan kun je de kwaliteit van de vooropleidingen verbeteren, maar dat kost een lieve euro. Daarom wordt gekozen voor een soepeler toelatingsbeleid en worden concessies gedaan aan de eisen. Als je hogescholen en universiteiten financiert op grond van output, dan komt die output er heus wel. Hoe dan ook.

Het ongelukkige van gebrekkige kwaliteit is dat dit voor veel studenten weliswaar lastig is, maar daarnaast ook voordelen biedt, want hoe minder eisend de opleiding, hoe makkelijker het is om af te studeren. Dat studenten niettemin in toenemende mate klagen over de kwaliteit is dan ook veelzeggend.

En wat doet staatssecretaris Rutte? Die gaat verder op de bekende weg van minder lang en meer betalen. Is het nou niet redelijk, vindt hij, dat je over een studie van 4 jaar, niet langer dan 51/2 jaar mag doen? Dat klinkt heel redelijk, maar het blijft natuurlijk gezeur. Het gaat echt helemaal nergens om. Want wat maakt het uit als een student een stage in het buitenland een tijdje langer laat duren, een baantje heeft en daar meer tijd mee bezig is. Altijd leerzaam, is mijn ervaring. Dat dit toch als een probleem wordt ervaren komt doordat de organisatie van het onderwijs geen ruimte laat voor afwijkende situaties. Vooral de studies met veel studenten zitten dusdanig krap in het personeel dat alles wat afwijkt een probleem is. Steeds meer wordt er dan ook gewerkt als op de middelbare school, met iedereen bij elkaar in dezelfde klas. Of, in tegendeel, iedereen werkt zelfstandig aan zijn eigen rekbare doelstellingen, vage competenties en veel zelfevaluatie waarbij het contact met docenten verloopt via e-mail.

Als Rutte een bijdrage wil leveren aan de kwaliteit van het onderwijs steekt hij zijn energie niet in een politiek van alle studenten in de maat anders wordt meester Rutte kwaad, maar gaat hij met ze om de tafel zitten om te bezien wat er gedaan moet worden om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Waarbij ik hem al een beetje op weg wil helpen.

Kleine studies vergen relatief veel personeel wat gaat ten koste van de grote studies, met als gevolg dat het gros van de studenten een onderbemande opleiding volgt met wachttijden voor werkgroepen en beperkte keuzemogelijkheden. Die kleine studies zijn kwalitatief vaak ver onder de maat, omdat ze ter wille van hun overleven alles en iedereen binnenhalen en binnenhouden. Door deze onderlinge afhankelijkheid daalt de kwaliteit op alle fronten: bij de kleine studies vanwege de concessies voor overleven, bij de grote studies door gebrek aan personeel.

De vraag in hoeverre en waar kleine studies worden gehandhaafd moet niet door individuele universiteiten worden bepaald. Dan speelt prestige een rol en dat gaat, zoals we nu ook zien, ten koste van de kwaliteit van alle onderwijs. Die vraag moet Rutte zelf beantwoorden, en vervolgens moet hij die kleine studies, ongeacht het aantal studenten, voorzien van een wetenschappelijke staf die de kwaliteit van de opleiding garandeert. Zo'n ingreep in de autonomie van universiteiten en hogescholen heeft meer zin, maar vergt ook meer moed dan het bedenken van straffen om studenten nog meer in de pas te laten lopen.

lgm.prick@worldonline.nl