`Meeste jonge delinquenten zijn gestoord'

Schaf het jeugdstrafrecht af, zegt kinderpsychiater Doreleijers. Veel opgesloten jongeren hebben een stoornis. ,,Behandel ze als ze nog kleuters zijn.''

Theo Doreleijers, kinder- en jeugdpsychiater, hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, zegt dat hij moet oppassen om niet emotioneel te worden. ,,Ik ben arts. Mijn hart ligt hier.'' Hij vertelt hoe zinloos het is om jongeren met psychiatrische stoornissen op te sluiten in een justitiële jeugdinrichting.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg schreef vorige week aan de minister van Volksgezondheid dat jongeren in justitiële jeugdinrichtingen vaak niet de behandeling krijgen die ze nodig hebben. Er wordt vaak niet gekeken of ze psychiatrische stoornissen hebben. Of het gebeurt niet professioneel. En als er stoornissen worden vastgesteld, worden die meestal alleen bestreden met medicijnen.

De Inspectie vindt dat de psychiatrische zorg in jeugdinrichtingen snel beter moet worden. Dat vindt Theo Doreleijers ook, en hij is blij dat de Inspectie nu heeft vastgesteld wat kinder- en jeugdpsychiaters al jaren zeggen. Maar hij vindt het nog belangrijker om te voorkómen dat jongeren met psychiatrische stoornissen naar een justitiële jeugdinrichting moeten. Want dan is het, zegt hij, veel te laat.

Meer dan tachtig procent van de jongens die tot gevangenisstraf is veroordeeld, heeft een stoornis, zegt Doreleijers. En die stoornis wordt bijna altijd op kleuterleeftijd al zichtbaar. ,,Al het geld dat we nu besteden aan rechtbanken en gevangenissen zouden we veel beter kunnen besteden aan zo vroeg mogelijke diagnostiek en behandeling.''

Schaf het jeugdstrafrecht maar af, zegt hij. Er is nog nooit aangetoond dat veroordelen en gevangenzetten helpt. Doreleijers: ,,Wat wél helpt – dat is bewezen – is ingrijpen als kinderen al jong asociaal en agressief gedrag vertonen.''

Vijf procent van de kinderen wordt agressief geboren, zegt Doreleijers. Het wordt steeds duidelijker dat agressie in hun biologie zit. Minder cortisol in hun bloed waardoor ze geen stress voelen als ze die wel zouden moeten voelen – bij slaan of bijten. En minder serotonine, waardoor ze impulsiever zijn.

Maar het heeft weinig zin om de cortisol- en serotoninespiegels te meten, want die hóéven niet tot gestoord gedrag te leiden. Of dat gebeurt, zegt Doreleijers, ligt aan de omgeving waarin die kinderen opgroeien.

Is die ,,voldoende beschermend'', dan worden ze vrachtwagenchauffeur, straaljagerpiloot of diepzeeduiker. Maar is de omgeving slecht – geen grenzen, geen liefde, geen opvoeding – dan worden ze, zegt Doreleijers, ,,tijdbommen''. Dat zijn de kinderen die op hun achtste vaak al met de politie in aanraking komen en zich op hun twintigste tot een psychopaat blijken te hebben ontwikkeld. En daar is weinig meer aan te doen.

Ouders, crècheleidsters, artsen van het consultatiebureau – die kunnen al heel vroeg zien of kinderen asociaal en agressief zijn, veel vaker en erger dan andere kinderen. ,,Een vader of moeder die daarover klaagt, moet serieus genomen worden'', zegt Doreleijers. ,,Niet zeggen: dat gaat wel weer over. Maar: laten we het eens een tijdje bijhouden. Hoe vaak? Hoe erg?''

Echt zorgelijk wordt het, zegt hij, als een kind ,,proactief agressief'' is. ,,Een kleuter die zit te broeden op een kans om een ander te grazen te nemen.'' Als die kleuter ook niet kan samenspelen, niet kan delen, nooit met een ander kind rekening wil houden, dan is de kans dat zich een stoornis ontwikkelt groot.

Artsen van consultatiebureaus interesseren zich er steeds meer voor, zegt Doreleijers. Hij merkt dat op de nascholingscursussen die hij geeft. ,,Zij zien ook dat er in de psychosociale gezondheidszorg nog veel te verbeteren valt.'' Hij vindt dat de consultatiebureaus veel meer tijd zouden moeten krijgen om zelf op zoek te gaan naar kinderen met zich ontwikkelende gedragsstoornissen. En hij vindt dat kinderen die door het consultatiebureau worden verwezen naar Jeugdzorg of de Geestelijke Gezondheidszorg de ,,hoogste prioriteit'' zouden moeten krijgen.

Doreleijers en zijn groep doen nu onderzoek bij vierhonderd acht- tot elfjarigen die een of meer keer door de politie zijn opgepakt. Van hen hebben 64 een geweldsdelict gepleegd. ,,En dan heb ik het niet over een blauwe plek bij het slachtoffer.'' Uit een parallel lopend onderzoek, zegt hij, zal duidelijk moeten worden of deze kinderen in hun biologie stoornissen vertonen die met hun agressiehuishouding te maken hebben. ,,Díe kinderen moet je er meteen uithalen en gaan behandelen.''

Dat gebeurt nu niet. Sommige acht- tot elfjarigen die met de politie in aanraking zijn geweest, gaan naar de STOP-reactie, een soort HALT-bureau voor kinderen. ,,Voor de kinderen die een stoornis hebben, is het veel te weinig. Die trekken zich daar niets van aan.'' Een paar jaar later zitten ze in een justitiële jeugdinrichting.

Om dát te voorkomen, moet er ,,onconventioneel'' gedacht worden. ,,Bied ze met een beetje dwang een behandeling aan. Zet ze als beloning op een voetbalclub. Laat ze naar een andere school met andere vriendjes gaan. Zeg tegen ouders: wij betalen dat zomerkamp, als u naar de cursus parent management gaat. Waarom niet? Als je niks doet, kost het de maatschappij later nog veel meer geld.''