Last van sneeuw? Kou? Op Curaçao schijnt de zon

Voormalig low budget-rugzakker Yaël Vinckx zoekt een weekje zon, zee en zwembad-met-bar in een luxe resort

Het begint op de luchthaven van Curaçao, waar resort Breezes een eigen balie heeft. ,,Jullie gaan zeker naar Breezes'', zegt de dame achter de balie. Ik wrijf de slaap uit mijn ogen en stamel, nog verward van de lange reis: ,,Euhh...''. Maar voor gestamel heeft de dame geen tijd, want achter me rukt een elftal dronken Polen op, ik ruik hun bedorven adem. Oh help, gaan zij ook naar het resort?

De kordate dame heeft inmiddels mijn hand naar zich toegetrokken en... wham! Voor ik het weet, zit er een rood plastic bandje om mijn pols. ,,Volgende!'', roept de dame. Ik draai me om en frunnik beschaamd aan het plastic geval rond mijn pols. Iedereen kan nu zien dat ik, doorgewinterde rugzakker en ervaren low budget-reiziger, in een all-inclusive resort logeer. Zo'n luie vreetschuur, zo'n makkelijk vermaakcentrum, zo'n niets-aan-de-hand plek, zo'n vakantieoord dat steevast met zijn smoel naar het water ligt en met zijn kont naar het achterland, alsof het met de eigenlijke inwoners niets te maken heeft, alsof die er niet toe doen. Zo'n oord dat ik jarenlang heb verafschuwd.

BUSJE STAAT KLAAR

Buiten struikelen we over de taxichauffeurs. Ze trekken aan mijn tas en gillen in mijn oor: ,,Taxi. Taxi. Taaaxiii.'' Dan breekt voor het eerst sinds mijn aankomst op het eiland een glimlach bij mij door. Want deze keer hoef ik geen taxi, ik hoef geen ellenlange onderhandelingen over de prijs aan te gaan, ik hoef mij niet te laten bedonderen. Deze keer staat er namelijk een bus voor me klaar.

Alleen, die bus heeft amper het vliegveld verlaten of hij sputtert, spettert en stopt. Maar deze keer hoef ik ook geen uren te wachten op onderdelen, geen kilometers te lopen in de verzengende hitte met een loodzware zak op mijn rug. Binnen tien minuten rijden diverse taxibusjes voor. En mijn bagage? ,,Die wordt dadelijk naar het resort gebracht'', verzekert de buschauffeur. Nog geen half uur op Curaçao en ik vind het al leuk, zo'n resort.

Op Breezes heeft iedereen zijn eigen appartement. Ons mini-huisje grenst aan een van de vele zwembaden-met-bar en is, dankzij een dagelijkse schoonmaakbeurt vrij van ongedierte. Hier vind ik geen kakkerlakken in mijn bed.

Het strand ligt dertig meter van ons appartement. De volgende ochtend om zes uur (ik heb last van jetlag) zie ik enkele andere resorters op het strand scharrelen. Ze leggen alvast hun handdoeken op de stoelen. ,,Dat betekent dat deze stoel bezet is'', leggen diezelfde mensen mij enkele uren later op boze toon uit.

In het resort is het vrij eten en drinken; je hoeft alleen het rode plastic bandje aan je pols te laten zien. Hier breek je je hoofd niet over wisselkoersen, worstel je niet met stapels vreemde bankbiljetten en krijg je geen rare gerechten voorgeschoteld, zoals gegrilde marmot. Nee, hier eet je 's ochtends bruine boterhammen met kaas, vooruit, plakje tomaat erop; verorber je 's middags een broodje hamburger of een broodje shoarma en loop je 's avonds langs het buffet. Tijdens een tropische regenbui op Curaçao eet ik een bord nasi. En, ook handig, het personeel spreekt Nederlands of Engels.

CONSTANT VERMAAK

De verveling slaat ook niet toe, want er is constant vermaak. De ochtend begint met een les aerobics aan het zwembad, de middag is voor klimmen op de klimrots of zwaaien aan de trapeze. Ook kun je je met je familie of vrienden in een opgevuld nep worstelpak laten hijsen, waardoor je op een sumo-worstelaar lijkt, compleet met plastic pruik – maar die kans laten wij aan ons voorbij gaan, veel te warm.

De avonden worden gevuld met wit vertier door zwarte entertainers: een Antilliaan zingt liedjes van de Beatles, een Antilliaanse groep danst op muziek uit de musical Grease. Soms is er karaoke, dan mogen de toeristen zelf zingen. De jongeren hangen in een speciaal voor hen ingericht jeugdhonk, ook op het terrein. Een diskjockey draait er luide muziek. Op een avond belanden wij er ook, opgezweept door de gin-tonics en tequilla`s. Onze vijftien maanden oude dochter ligt dan al te slapen onder het toeziend oog van een oppas – ook al zo'n service van het resort. Drie dagen op Curaçao en ik vind het steeds leuker worden.

En druk dat ik het heb! Moest ik vroeger halverwege de reis op zoek naar een andere rugzakker om mijn enige boek mee te ruilen, nu heb ik niet eens tijd om een bladzij om te slaan. En dan heb ik amper een Antilliaan gezien, behalve het meisje dat 's ochtends mijn ontbijtbord weghaalt, de vrouw die tussen de middag mijn hamburger bakt en de jongen die aan het eind van de middag mijn cocktail mixt.

Dat kan natuurlijk niet langer; Curaçao moet groter zijn dan dit resort. Dus besluiten we erop uit te gaan. In de hal biedt Breezes een rondrit over het eiland aan, veilig, per bus. Maar dat gaat me, ervaren wereldreiziger, te ver. Daarom rijden we in een huurauto over het eiland, naar Willemstad, naar Westpunt, naar de Jan Thiel-baai. En dat is lang niet zo eng als sommige resorters denken.

AVONTUUR UITGESLOTEN

Maar naarmate de week vordert, gaat het kriebelen. Vijf dagen in het resort en het wordt allengs minder leuk. Want waar blijven de onverwachte ontmoetingen langs de kant van de weg, als je wacht op onderdelen voor de bus? Waar blijven de onbekende gerechten, drankjes die zingen op je tong en even later een storm in je ingewanden veroorzaken? Waar blijven de prachtige tempels die na een angstaanjagende rit door de bergen achter de laatste top opdoemen? Kortom, waar blijven de verbazing en de verwondering die een reis zo vaak de moeite waard maken?

In een resort ontbreken die. Ik geloof zelfs dat het de aantrekkingskracht van een all-inclusive vakantieoord is: dat ieder avontuur en iedere verrassing, aangenaam en onaangenaam, zijn uitgesloten. Aan Breezes ligt het niet. Daar zijn ze allervriendelijkst en allerbehulpzaamst: als onze dochter in een plas staat, ziet de barkeeper als eerste een stekker nabij het water liggen en schiet achter de bar vandaan.

Nee, het ligt aan mij. Ik verlang naar het avontuur, naar het onverwachte, naar de verrassing, aangenaam én onaangenaam. In Breezes zal ik die niet vinden.