Laat mij weer een goed verhaal vertellen!

Moderne praatjes gaan tegenwoordig vergezeld van een powerpoint-presentatie. Het beeldscherm bepaalt wat wordt gezegd.

Ik draag een rood overhemd en een lichtgrijs jasje. Kleurt goed bij grijsblauwe ogen. En wat ik te zeggen heb is het volgende: Laat u niet knechten door powerpoint. Onstuitbaar rukt de verplichting op dat wie meer dan twee andere mensen iets vertelt, daarbij een elektronische diapresentatie geeft. Genoemd naar de bijna-monopolist, PowerPoint, maar het kan natuurlijk even goed met het gratis OpenOffice Impress – powerpoint is de soortnaam geworden. De spreker spreekt, soms zittend naast een laptop waarvan het scherm meer zijn aandacht heeft dan zijn publiek. Want het scherm vertelt de spreker waar hij het over heeft: dia's met lijsten met trefwoorden, voorafgegaan door puntjes. `Bullet points' in het jargon, zeg maar gerust kogelgaten.

Soms verstopt de spreker zich. Laatst was er een presentatie door de directeur van een organisatie over zijn grootse nieuwbouwplannen. Het was de bedoeling de mensen ervan te overtuigen dat die nieuwbouw ondanks de hoge kosten een onmisbare en feestelijke sprong voorwaarts is.

Een directeur presenteert zich dan overtuigend en offensief, mag je hopen. Deze directeur was niet te zien. De nieuwbouw is namelijk modern en modern vraagt een powerpoint. Voor deze powerpoint moest het licht uit. De directeur was aan zijn stem te herkennen. Toen het licht weer aan ging, zat hij alweer op zijn plaats. Wie is hier de baas?

Dan is er de spreker die een verhaal houdt en de volgende dia aanklikt. En die de dia zijn excuses aanbiedt. Want de spreker is per ongeluk al over iets anders begonnen. Dat was niet de bedoeling, dus terug naar de opmerking die in de lijn van het verhaal haar functie al was kwijtgeraakt. De dia dreigt met kogels. Wie is hier de baas?

Laatst droeg ik een donker pak en een das met veel rood erin. Ik was uitgenodigd om voor een gezelschap van directeuren van 22 Afrikaanse onderwijsministeries iets te vertellen over het gebruik van ICT in het Nederlandse onderwijs in de natuurwetenschappen. Mijn opdrachtgever had er uitdrukkelijk bij gezegd dat ik daar een heel mooie powerpoint bij moest tonen, om duidelijk te maken hoe ver we al zijn met ICT in het onderwijs. Vorm en inhoud dienden hier één te zijn. Normaal heb ik tabellen, schema's en vooral veel plaatjes op transparanten, ik leg op de projector neer wat ik nodig heb, en wat ik nodig heb bepaal ik zelf. Plaatjes zijn onafhankelijk van een taal. Die kun je dus voor allerlei gezelschappen gebruiken, Frans-, Engels- en Nederlandstalige, en je kunt er minutenlang je verhaal aan ophangen. Maar omdat alles op een diskette moest, waren er in mijn powerpoint geen plaatjes, want die kosten te veel schijfruimte.

Er kwam bij dat ik moest blijven zitten, want er was maar één microfoon en die stond vast op tafel. Mijn hart begon te bonzen, mijn mond werd droog, ik kon niet opstaan en lopen, niet gesticuleren, niet met mijn vinger op het projectiescherm een detail in een plaatje aanwijzen, niet lekker ademhalen om de spanning eronder te houden, niet mijn mooie pak met das laten zien. Ik was opgesloten achter tafel en laptop en het scherm van deze computer vertelde me welke dia het publiek zag op het scherm achter me.

Ik keek dus meer dan me lief was naar de laptop en minder naar mijn publiek. Wie er ook de baas was, ik niet.

Na mij hield een oude man een verhaal. Zwarte huid, wit haar, kleurig overhemd. Hij ging zitten, keek ons aan en begon te vertellen. Geen bullet points, geen beamer, geen scherm. Hij was de verteller. Wij luisterden aandachtig.

Van de eerste nascholingsconferentie die ik ooit als beginnende docent bezocht, herinner ik me vooral de werkgroep van een leraar die vertelde dat hij altijd stond als hij iets wilde vertellen, dat hij zichzelf ten voeten uit aan de leerlingen liet zien en zorgde dat hij met smaak gekleed was. Ik ben er op gaan letten, in de jaren die volgden. Laat ik u dit vertellen: 60 procent van je verhaal ben je zelf, 30 procent van je verhaal zijn je plaatjes en proefjes, 10 procent is de inhoud, desgewenst ondersteund door getallen en puntsgewijze opsommingen van trefwoorden.

Meer power to the people en the pictures, minder power to the points.

Natuurkundige, werkt als onderwijsontwikkelaar bij het AMSTEL Instituut, expertisecentrum voor bèta-onderwijs, Universiteit van Amsterdam.