Kwetsbare ouderen zijn electoraal niet interessant

De verpleeghuiszorg haalt eerder zelden de media. Als dit dan toch gebeurt, is dit bij zeer heftige ethische casuïstiek, bij het tonen van curieuze, uitzonderlijke ziektebeelden of om wantoestanden aan te klagen. Het imago dat aldus bij het brede publiek wordt opgebouwd is niet erg positief. Ook in de Tweede Kamer wordt gedebatteerd over wantoestanden die via de media en inspectierapporten met verontrustende titels als `Verpleeghuizen garanderen minimale zorg niet' de vertegenwoordigers van het volk ter ore komen.

Er wordt een beeld neergezet van het verpleeghuis als een plaats waar mensen systematisch in de eigen uitwerpselen liggen, onder de chronisch slecht verzorgde drukplekken zitten, vastgelegd worden zonder een goed onderbouwde reden en nauwelijks te eten en te drinken krijgen.

Gesprekken en debatten tussen zorgaanbieders, ontevreden betrokken families, beleidsverantwoordelijken en politieke oppositie ademen een sfeer uit variërend van grote emotionaliteit tot plat populisme en worden zelden gehinderd door de kracht van de nuance. Je bent als het ware beter af als Irakese krijgsgevangene in Amerikaanse handen dan als Nederlandse verpleeghuispatiënt.

Al te snel wordt na een snelle en dus onvolkomen probleemanalyse de conclusie getrokken dat slecht management de oorzaak is van de problemen in verpleeghuizen.

De verpleeghuiszorg kampt met ernstige problemen. Er moet meer zorg geboden worden voor minder geld. Bewoners met steeds complexere zorgvragen worden opgevangen in verpleeghuizen. In verhouding tot algemene ziekenhuizen en psychiatrische instellingen moeten verpleeghuizen het echter stellen met een belachelijk laag budget. Daar ligt de kern van het probleem. Dat kwetsbare ouderen en chronisch zieken electoraal niet interessant zijn en solidariteit een vies woord geworden is stemt mij somber voor de toekomst.