In Kavakos' viool klinkt de ziel van een volksmuzikant

Terwijl violist Vadim Repin en het Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. James Conlon gisteravond in het Amsterdamse Concertgebouw hun tweede uitvoering van het Vioolconcert van Sibelius gaven, voerde de Griekse violist Leonidas Kavakos hetzelfde werk uit met het Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergiev in De Doelen. Al in 1990 trok Kavakos de aandacht met Sibelius, toen hij als eerste violist toestemming van de nazaten kreeg om de originele versie van diens Vioolconcert op cd te zetten, waarin vooral het langere openingsdeel afwijkt van de door Sibelius zelf herziene definitieve versie. Dat resulteerde in een spraakmakende opname, waarmee Kavakos ook zijn faam als `ouderwets' vioolvirtuoos vestigde.

Nu speelde Kavakos de gangbare versie en die verdedigde hij met vuur. Kleefde er aan de beheerste grandeur waarmee Repin het Vioolconcert van Sibelius vertolkte ook iets afstandelijks, Kavakos stortte zich spontaan op de vertrouwde noten en maakte daar iets heel persoonlijks van.

,,Mijn ideaal ligt ergens tussen het lieflijk vioolspel van Fritz Kreisler en de instrumentale virtuositeit van Leonid Kogan'', verklaarde de violist enkele jaren geleden in deze krant. ,,Maar dat dan vermengd met de manier waarop in dorpen in Centraal Europa nog altijd viool wordt gespeeld. Want in die folklore ligt onze violistische bakermat.''

Kavakos, wiens grootvader en vader volksmuziek op de viool speelden, studeerde zelf bij Joseph Gingold in Philadelphia. De instrumentale virtuositeit die hij daar verwierf, ligt dichter bij het verfijnde, warm genuanceerde spel van legendarische violisten als Zino Franscescatti en Oscar Shumsky, dan bij het spectaculaire kanonsvuur van een vioolvirtuoos als Kogan of de superieure onaantastbaarheid van Repin. Het bijzondere aan Kavakos is dat er inderdaad in zijn charmante vioolspel nog altijd iets doorklinkt van de ziel van een volksmuzikant. Om die reden klonk de Sibelius van Kavakos boeiender, aanstekelijker en soms ondeugender dan de majestueuze Sibelius van Repin.

De impulsieve Gergiev bleek de ideale dirigent om Kavakos' ontwapenende interpretatie tot in de kleinste details te kunnen volgen. Aan Sibelius ging een wat ijzige lezing vooraf van Wagners Vorspiel tot de eerste akte van Lohengrin. Gergiev en het op scherp musicerende Rotterdams Philharmonisch Orkest besloten de avond met een schilderachtige Petroesjka van Stravinsky, die de magische sfeer opriep van de beste films van Fellini.

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergiev, m.m.v. Leonidas Kavakos, viool. Gehoord: 3/3 De Doelen Rotterdam. Herh.: 4, 6/3.