IN EEN VROUWENKAMP IN RUSLAND

Tachtig kilometer van Krasnodar in de noordelijke Kaukasus ligt Dvojenbratski: een paar oude gevangenkampen in onschuldig ogende velden. ik3 is er een van, een oud Goelag-kamp, dat in 1932 is gebouwd op bevel van Stalin.

Er is weinig veranderd: wachttorens, prikkeldraad, zoeklichten. Hier huizen 1300 vrouwelijke gevangenen, van 18 tot 76 jaar oud, met straffen van 6 maanden tot 15 jaar kamp.

Honderd van deze vrouwen zijn geïnfecteerd met het HIV-virus. Iedere arrestant in Rusland wordt gedwongen getest op aids. Tot september vorig jaar zaten de HIV-vrouwen apart om de epidemie te beteugelen. Nu zitten ze bij elkaar, iedereen kent ze en ontloopt ze. De kampkliniek heeft één arts, die niets van HIV weet.

De vrouwen werken in een naaiatelier op het kampterrein.

Ze maken camouflage-uniformen voor het Russische leger. De fabriek draait volcontinu, de vrouwen werken in ploegendienst.

Ze krijgen een beetje geld, dat ze gebruiken voor dagelijkse benodigdheden als tampons en toiletpapier. Veel van de geïnfecteerde vrouwen kunnen niet werken en verdienen dus geen geld. Als enige medische behandeling krijgen ze elke dag melk, die ze vaak ruilen voor toiletpapier. Sinds vorig jaar mei zijn vijf vrouwen aan aids gestorven.

'Deze gevangenis is een aparte staat met eigen wetten. De vrouwen zijn bang om hun mond open te doen, omdat ze dan meteen naar de isoleercel worden gestuurd.

De werkdag is altijd langer dan acht uur en de zieke HIV-gevangenen moeten ook werken. We worden onderbetaald en de prijzen in de gevangeniswinkel zijn hoger dan buiten de gevangenis. Hier kunnen alleen degenen overleven die familie hebben.'

(Uit een brief van HIV-patiënten

Ina Melesjko en Lena Vaigant, oktober 2004).