Iedereen kampioen

Sinds er geen echt wereldkampioenschap meer is, schieten de schertswereldkampioenschappen overal uit de grond. Twee jaar geleden werd in Amsterdam het wereldkampioenschap schaakboksen gehouden. Een van de nevenevenementen tijdens het laatste Corustoernooi was het `wereldkampioenschap na 41. Le8xb5', waar de kandidaten voor dit WK een afgebroken stelling van een partij Aljechin-Euwe uit hun match van 1935 moesten uitspelen. En afgelopen maandag werd het eerste wereldkampioenschap dartsschaak georganiseerd door leden van de schaakclub Groningen. Ze waren kennelijk bang om thuis uitgelachen te worden en weken uit naar hotel Krasnapolsky in Amsterdam.

Dat het koppel Fordham-Kostenjoek kampioen werd raakt mij minder dan de uitslag van een ander wedstrijdje. Gert Ligterink was commentator bij de schaakpartijen en het commentaar bij het pijltjesgooien werd gegeven door Martin Fitzmaurice, die in Engeland een beroemde presentator van deze sport schijnt te zijn. Die twee commentatoren kwamen tegen elkaar uit in de pauze van het hoofdtoernooi. Schaken kon niet, want dat zou Ligterink makkelijk winnen, dus ze gooiden pijltjes, de sport van Fitzmaurice. Dat won Ligterink ook, wat me genoegen deed.

Voorop bij het organiseren van schertswereldkampioenschappen loopt de FIDE, die vorige week weer eens een nieuw ideetje lanceerde: een dubbelrondige achtkamp om het absolute wereldkampioenschap tussen de zeven beste spelers van de wereld plus de FIDE-kampioen Kasimdzjanov. Geld is er nog niet, geen van de spelers heeft toegezegd en het zal ook zeker niet doorgaan, maar de FIDE spreekt gewoontegetrouw al weer grimmig over contracten en deadlines die binnenkort vervallen.

Iedere straat zijn eigen schaakwereldkampioen, dat democratische ideaal komt in zicht. Wie echt de beste is, tenminste deze maand, wordt op het ogenblik in Linares uitgemaakt.

Vorig jaar werd Anand vaak de sterkste schaker ter wereld genoemd. Ik heb het zelf ook gedaan, maar eerlijk gezegd, om die eretitel echt te verdienen zou Anand toch eens een partij met klassieke bedenktijd van Kasparov moeten winnen. Sinds hun match om het wereldkampioenschap in 1995 is dat Anand nooit meer gelukt en hij verloor in die tijd zes keer van Kasparov. In de zesde ronde van het toernooi in Linares was Anand er heel dicht bij om eindelijk weer eens een klassieke partij van Kasparov te winnen, maar die vocht als een duivel en redde zijn huid.

Wit Anand-zwart Kasparov, Linares zesde ronde

1. e2-e4 c7-c5 2. Pg1-f3 Pb8-c6 3. d2-d4 c5xd4 4. Pf3xd4 Pg8-f6 5. Pb1-c3 e7-e5 6. Pd4-b5 d7-d6 7. Lc1-g5 a7-a6 8. Pb5-a3 b7-b5 9. Pc3-d5 Lf8-e7 10. Lg5xf6 Le7xf6 11. c2-c3 0-0 12. Pa3-c2 Lf6-g5 13. a2-a4 b5xa4 14. Ta1xa4 a6-a5 15. Lf1-c4 Ta8-b8 16. Ta4-a2 Kg8-h8 17. Pc2-e3 g7-g6 18. 0-0 f7-f5 19. Dd1-a4 Dit schijnt een nieuwe zet te zijn. Eerst 19. exf5 gxf5 en dan pas 20. Da4 is wel eerder gespeeld. 19...Lc8-d7 20. Lc4-b5 Hoewel niet eerder in de praktijk voorgekomen is deze stelling wel onderzocht en men dacht dat 20...Pb4 21. Lxd7 Pxa2 goed voor zwart was. Anand en Kasparov denken er kennelijk anders over. 20...Tb8xb5 21. Da4xb5 Pc6-b4 22. Db5xa5 Pb4xa2 23. Da5xa2 f5xe4 Dit is in ieder geval niet helemaal in orde voor zwart. Wit heeft duidelijk voordeel. 24. b2-b4 Ld7-e6 25. c3-c4 Dd8-c8 26. Da2-b3 Kh8-g7 27. Tf1-b1 Het begin van een rondvaart Tf1-b1-d1-f1 waarmee wit misschien een deel van zijn voordeel verliest. 27...Tf8-f7 28. Tb1-d1 h7-h5 29. Db3-c2 Dc8-a8 30. h2-h3 Hier en straks lijkt het steeds of wit de pion op e4 kan nemen, maar iedere keer heeft zwart er iets op. In dit geval zou zwart na 30. Dxe4 Lxe3 31. Dxe3 Lxd5 32. cxd5 Da4 goed tegenspel hebben. 30...Lg5-h4 31. Td1-f1 Da8-f8 32. b4-b5 Le6-c8 33. Pd5-c3 Lc8-b7 34. Pe3-d5 Df8-c8 35. Dc2-e2 Weer was 35. Dxe4 niet zo goed wegens 35...Tf4 36. De2 Td4 35...Lb7xd5 36. Pc3xd5 Dc8-c5 Nog steeds wankelt zwart op de rand van een afgrond. Een goede kans voor wit was nu 37. Pc3 Tc7 38. Tb1 en als zwart dan het voor de hand liggende 38...Dxc4 zou spelen, verliest hij na 39. Dxc4 Txc4 40. b6 Ld8 41. Pd5 Tc8 42. b7 Tb8 43. Tb5 gevolgd door Pd5-b4-c6. Een betere verdediging voor zwart zou echter 38...Dd4 zijn. 37. b5-b6 Dc5-d4 38. De2-c2 Kg7-h7 39. Kg1-h2 Tf7xf2 40. Tf1xf2 Lh4xf2 41. Dc2-c1 e4-e3 42. b6-b7 Dd4-a7 43. Dc1-b1 e3-e2 44. Pd5-e7

MmMmMmMm

eGmMBMml

MmMaMmgm

mMmMaMmg

MmGmMmMm

mMmMmMmG

MmMmgcGF

mKmMmMmM

Nog even ziet het er gevaarlijk uit voor zwart. 44...Lf2-g3+ Maar hier werd remise overeengekomen. Na 45. Kxg3 De3+ 46. Kh2 Df4+ geeft zwart eeuwig schaak.