Het laatste taboe

Het valt Albert Verlinde op dat cabaretiers een fluwelen behandeling krijgen in de vaderlandse pers

We lijken in Nederland geen heilige huisjes meer te kennen. Het koningshuis is ontheiligd sinds bekend werd dat vliegenier Bernhard vooral dol was op buiklandingen op 19-jarige vliegvelden. Politici zijn ontheiligd sinds onze premier de Harry Potter-look a like-verkiezing won en de Nederlandse sterren zijn verworden tot Tokkies en Patty Brards.

Mijn gevoel van euforie was dan ook groot toen ik in februari ineens het laatste heilige huisje ontdekte; de cabaretier.

Javier Guzman werd in één klap bekend. Letterlijk en figuurlijk. Hij haalde de voorpagina's van kranten; de cabaretier zou het slachtoffer zijn van zinloos geweld. Hij was na een avondje stappen in elkaar geslagen. De kranten waren helemaal klaar voor een nieuwe demonstratie dat je in Nederland niet meer vrij voor je mening uit kunt komen. Totdat de cabaretier, die zijn roem voornamelijk dankt aan de Sinterklaasconference, een leuke surprise in petto bleek te hebben. Hij bleek helemaal niet om niets in elkaar geslagen te zijn. In RTL Boulevard haalden we langzaam maar zeker de waarheid boven tafel. Javier bleek een kwade dronk te hebben. Had een geschiedenis van huiselijk geweld. Zou in het uitgaanscircuit al vaker het middelpunt zijn geweest van relletjes. De zinloos-geweldoptie leek al snel knock-out geslagen. Dat hij vervolgens ook nog eens de politie aanvloog die hem sommeerde huiswaarts te keren, én de officier van justitie beledigde, maakte het verhaal van zinloos geweld alleen maar ongeloofwaardiger. Ik durf er mijn moeder om te verwedden dat als Frans Bauer de voorpagina had gehaald als slachtoffer van zinloos geweld, en als vervolgens twee dagen later gebleken was dat hij een leugen had verteld, dat de kranten er bovenop gedoken waren.

Maar als het een cabaretier betreft, wordt het stil in Nederland. We laten hem zonder commentaar zielig zijn verhaal doen in Netwerk en dat is het dan. Hoe kleinzielig het kleinkunstwereldje is blijkt wel uit het feit dat de manager van Javier – de heer Frans Ruhl, in een ver verleden de rechterhand van Wim Kan – mijn directe baas bij RTL 4 de heer Leo van der Goot belde, omdat wij Javier zwart wilden maken en of de directeur daar niks aan kon doen. Terwijl ik alleen de waarheid probeerde te achterhalen. Nee, dan ben je als cabaretimpresario een ware voorvechter van het vrije woord!

Toen ik zat na te denken over de merkwaardige voorkeursbehandeling die de heer Guzman van de vaderlandse pers gekregen had, kwam er nog een voorbeeld naar boven. Youp van 't Hek. Zijn rijbewijs was in beslag genomen nadat hij veel te hard gereden had. Nou mag iedereen van mij doen wat hij wil. Maar als je als cabaretier een paar jaar geleden de barricaden op springt om Patrick Kluivert, die tijdens een race door de bebouwde kom een schouwburgdirecteur doodreed, aan de paal te nagelen, dan is het op zijn minst opportunistisch te noemen als je veel te hard over een provinciale weg rijdt en je alleen maar mazzel hebt dat je daarbij niemand doodrijdt. Ik rij ook wel eens te hard, maar tientallen kilometers boven de maximumsnelheid uitschieten speel ik niet klaar.

Krijgt orakel Van 't Hek op zijn sodemieter omdat hij deze overtreding begaan heeft? Nee hoor, hij mag zelfs in zijn column grappen maken over het feit dat je nou eenmaal snel uit Zeeland weg wilt, dat hij nu een lekker ding als chauffeur heeft en dat domme blondjes van Hart van Nederland en RTL Boulevard hem niet meer lastig moeten vallen met kritische vragen. Hoe durfden ze.

Nee, het is duidelijk, we leven in een land waar de cabaretiers heilig zijn en de kritische vragen alleen gesteld mogen worden aan politici, zangers, acteurs en het koningshuis. Maar ik zal nooit meer op dezelfde manier luisteren naar een pittige conference van Javier over zinloos geweld of Youp van 't Hek over burgermannetjes in hun snelle wagens. Het lachen is me even vergaan.