Het begin

Al om zeven uur vanmorgen hebben sommige kinderen de stoere en daarom felbegeerde gebitsbeschermer in de mond gestoken. Het is half tien, een van de twee trainingsochtenden voor de hockeyende benjamins van de Utrechtse omnisportvereniging Kampong kan beginnen. Ongeveer vijftig van de honderd kinderen zijn op komen dagen, de meesten van hen zijn door hun ouders per auto aangevoerd. Die gaan het komende uur koffie drinken en bijpraten in het clubhuis, die zichtbaar tegen hardhandig gebruik bestand is. Het kunststofveld is doordrenkt met regenwater, de lucht ziet er dreigend uit, maar regenen zal het niet meer. De smetteloos geklede en gekapte kindertjes, van wie enkelen de kraagjes van hun bodywarmers overeind hebben gezet, worden door de trainster en jeugdleden in groepen verdeeld. Maken onder hun geduldige leiding een rondgang langs allerlei spelletjes en oefenvormen. Soms moet er op pijnlijke knietjes worden gewreven, moeten er snikkende kinderen worden getroost. En het strikken van natte veters is ook zo'n steeds weer terugkerend karweitje. Het blijft wonderlijk dat hier, evenals bij het roeien, geen enkel kind van allochtone afkomst te ontdekken is, hoewel de volkswijken van Utrecht vanaf hier zichtbaar zijn. Na afloop is er limonade en wordt er door de niet af te matten benjamins ook nog eventjes flink gehockeyd op de tribune en in het clubhuis.

Dit is de negende aflevering over kinderen en sport.