Herstel gaat bevolking niet snel genoeg

De Nederlandse troepen vertrekken uit Irak. De lokale bevolking reageert laconiek. De Nederlanders zijn OK, maar wat zijn de Irakezen er nu concreet mee opgeschoten?

Een Iraaks jongetje steekt lachend zijn duim omhoog in de richting van een groepje zwaarbewapende Nederlandse soldaten; met zijn kleine broertje zwaait hij en maakt hij grapjes, terwijl de patrouillevoertuigen door de modder voorbijtrekken. Dit is een van de laatste Nederlandse militaire operaties in de naar Iraakse maatstaven betrekkelijk rustige provincie Al-Muthanna. Na twintig maanden worden de troepen vanaf volgende week uit Irak teruggetrokken.

De lokale bevolking reageert tamelijk positief op het werk van de `Hollandiyya'. Maar er is ook een vrij algemeen verspreid ongenoegen over veel te trage of helemaal ontbrekende wederopbouw. Dat wordt in gesprekken vaak vertaald in een persoonlijk klaaglied over gewonde familieleden of gebombardeerde huizen en het ontbreken van stroom, twee jaar na het begin van de oorlog. Ten slotte is er een behoorlijke groep mensen voor wie de Nederlandse troepen zonder meer bezettingstroepen zijn.

Tussen de palmbomen en het hoge riet langs de oever van de Eufraat hoeden Iraakse boeren schapen en waterbuffels. Het heeft hier flink geregend de afgelopen dagen en dat heeft de graanschuur van de wereld in een grote modderpoel veranderd. Maar het warme weer zit eraan te komen, en na de zondvloed van de vorige nacht liggen rond de boerderijen overal tapijten en kleren in de zon te drogen.

Ruim anderhalf jaar zijn hier zo'n 1.300 Nederlandse soldaten actief geweest in het kader van de SFIR, de Internationale Stabilisatietroepen in Irak. Het accent lag heel sterk op het verbeteren van de veiligheidssituatie. Daarnaast zijn er in Al-Muthanna tal van civiele projecten opgezet, onder andere een nieuw slachthuis. Er was ook Nederlandse militaire ondersteuning bij het heropenen van scholen en het uitdelen van tandenborstels en speelgoed. Dat heeft volgens de bevelvoerende luitenant-kolonel Frits van Dooren niet alleen dringende nood gelenigd, het was ook essentieel voor het scheppen van een goede verstandhouding en vertrouwen bij de lokale bevolking. De troepen van het Nederlandse bataljon hielpen verder bij het opleiden van het nieuwe Iraakse leger en de politie, en bij het moderniseren van het gevangeniswezen. Er is daarbij bewust veel aandacht besteed aan de communicatie met de plaatselijke bevolking.

Muslim Jabbal is 25, hij is gehandicapt en werkt als schoenmaker in de souq van provinciehoofdstad As-Samawah (zo'n 200.000 inwoners). ,,De Nederlandse troepen zijn best OK, maar met mij gaat het helemaal niet goed. Ik heb grote problemen met mijn gezondheid maar er is geen geld en ik heb ook bij de Nederlandse soldaten tevergeefs om hulp gevraagd'', klaagt Jabbal, wijzend op zijn kapotte rolstoel. Hij denkt niet dat het veel uitmaakt dat de Nederlanders vertrekken of niet. ,,De Britten zullen hier ook komen patrouilleren.'' Rahman Abed Ali, 43, komt er spontaan tussen: ,,Dit zijn goede mensen, die Nederlandse soldaten.'' Fadl Allawi Abdel Karim, 57 en gepensioneerd verpleger: ,,De situatie is hier vooral wat de veiligheid betreft heel rustig. De mensen in As-Samawah werken mee met de politie en het leger en ook met de Nederlandse troepen. Maar hoe komt het dan dat wij, ondanks al die rust en de medewerking, helemaal niets van resultaten zien? Saddam Hussein heeft na de sjiitische opstand en herovering van de stad door zijn Republikeinse garde in 1991 snel werk gemaakt van de wederopbouw, maar de Amerikanen en de Nederlanders zijn kennelijk niet in staat om ons elektriciteit of water te bezorgen.''

Zijn huis is bij een luchtaanval zwaar beschadigd. Hij wacht nog altijd op schadevergoeding. Hij heeft, naar eigen zeggen, ook bij de Nederlandse militairen een klacht ingediend.

Saheb Abbas, 55, heeft een koffiehuis in de hoofdstraat. Hij klaagt over het rioolwater in de straat en de stank die zijn café binnenwaait. Maar over het optreden van de Nederlandse troepen heeft hij niets dan lof. En dat geldt ook Uday, 25. ,,Waarom gaan ze hier weg? Ze zijn zo vriendelijk, wij houden van hen'', zucht hij.

In het handelscentrum van de stad, in de Mushraf al-Rashid straat, werkt Sa'ad Ayad, 25, in een internetcafé met 15 computers. Een uur on line kost 75 dollarcent. Hij heeft maar weinig klanten. ,,Het gaat nog altijd bergafwaarts en de mensen zijn al behoorlijk boos op de `bevrijders'. Het zijn allemaal bezetters, of het nu Amerikanen zijn of Britten of Nederlanders. Zij moeten hier weg, allemaal, zo snel mogelijk. Daar heb ik voor gestemd bij de verkiezingen'', zegt Sa'ad.

Hij denkt dat de Nederlandse troepen hier in al-Muthanna anders optreden dan de Amerikanen in Bagdad of de Britten in Basra. ,,Maar dat ligt volgens mij alleen aan het feit dat zij hier toevallig in een veel rustiger regio opereren. Kijk maar: in mei 2004, toen de radicale geestelijke Muqtada Sadr in opstand kwam, gingen zij zich ook als echte bezetters gedragen en vielen ze Sadrs lokale hoofdkwartier binnen. Toen had je meteen de poppen aan het dansen. Sinds de eerste dode onder de Nederlanders viel, is het volgens hem nooit meer goed gekomen tussen hen en de lokale bevolking.

Volgens kapitein Ali Ajil al-Adshan, commandant van de politie in As-Samawah, is de samenwerking met de Nederlandse troepen goed. Maar ook hij plaatst een kanttekening. ,,Wij zijn aan de andere kant heel erg teleurgesteld. Zij hebben hier een unieke kans gehad, maar al die tijd hebben ze eigenlijk niets gerealiseerd. Wij hebben hier bijvoorbeeld maar twee uur elektrische stroom per dag. We weten dat het allemaal ligt aan het feit dat ze alles moeten vragen aan de Britten. Maar uiteindelijk kregen ze alleen kleinigheden voor elkaar. Wat hebben we aan potloden of een laag verf in het hospitaal, als er geen stroom is voor de patiënten?''

Volgens kolonel Van Dooren ligt dat laatste onder andere aan het feit dat er ,,stiekem door de coalitie stroom hiervandaan wordt afgeleid naar Bagdad''. Maar hij ontkent met klem dat er niets zou zijn gerealiseerd. Het leven in de stad komt volgens hem weer helemaal op gang. ,,Het is best begrijpelijk dat de mensen ongeduldig worden, banen willen bijvoorbeeld, maar dat kost tijd, net zoals het verbeteren en herstellen van de riolering in een grote stad als As-Samawah.''

Intussen is al in de praktijk te merken dat de dienst van de Nederlanders geleidelijk door de Britten wordt overgenomen. Bij de poort van Camp Smitty, de grootste Nederlandse basis in Irak, lopen nu Britse soldaten wacht en er zijn opmerkingen te horen als: ,,Ja, dat kan wel zo zijn dat de Nederlanders dat hier toelieten, maar wij Britten doen ons werk op onze manier.''