Gruwelkabinet Dorrestein

Welke boeken zijn aanraders voor beginnende en volwassen lezers? Welke leeslijstklassiekers hebben de `literaire X-factor'? Een tweewekelijks rondje langs de eeuwige jachtvelden van de fictie brengt Pieter Steinz bij Een hart van steen van Renate Dorrestein.

Buitenstaanders, Vreemde streken, Ontaarde moeders, Verborgen gebreken, Zonder genade, Het duister dat ons scheidt. De titels van de romans van Renate Dorrestein (1954) vormen een mooie samenvatting van haar oeuvre, waarin het kwaad welig tiert onder de oppervlakte van doodgewone levens en happy families. Incest, verkrachting, ontrouw, vernedering, haat en nijd beheersen de levens van de personages, die niet zelden naar drastische middelen grijpen om hun trauma's te verwerken. ,,Het gaat om vergelding en nog eens vergelding'', pleegt Dorrestein over haar romans te zeggen; de schrijfster heeft haar bewondering voor de negentiende-eeuwse gothic novel dan ook nooit onder stoelen of banken gestoken.

`Elke familie heeft haar eigen geheimen en verborgen gebreken' luidde in 1996 de kernzin van Verborgen gebreken. In Een hart van steen varieert Dorrestein opnieuw op Tolstojs beroemde stelling dat elk ongelukkig gezin ongelukkig is op zijn eigen wijze. Ditmaal draait het niet om het sociaal-zwakke gezin van een getraumatiseerd meisje, maar om een buitenwijkse burgermansfamilie die in de jaren zeventig na de geboorte van een vijfde kind volledig desintegreert, tot de dood erop volgt. Het verhaal wordt verteld door Ellen van Bemmel, een werkloze patholoog-anatoom (!) die vijfentwintig jaar na het drama in haar familie weer gaat wonen op de plaats des onheils: de villa kakelbont in de Lijsterlaan waar ze als derde kind (`ik was het cement: ik moest iedereen bij elkaar houden') ooit gelukkig was tussen de professionele knipselarchieven van haar ouders. De 37-jarige Ellen is zwanger, bewust alleenstaand, en al gauw na de verhuizing wegens een dreigende miskraam veroordeeld tot bedrust; ze heeft tijd genoeg om oude foto's te bekijken, het verleden te reconstrueren, te converseren met de schimmen van haar dode familieleden, en antwoord te krijgen op de vraag die haar pijnigt sinds haar twaalfde: waarom ontsnapte zij aan het gruwelijke lot dat haar zusjes, broer, vader en moeder trof?

Dorrestein houdt van suspense, maar de toedracht van de nachtmerrie aan de Lijsterlaan doet ze snel uit de doeken. Na een bladzijde of dertig, waarin Ellen herinneringen ophaalt aan haar harmonieuze (hoewel niet rimpelloze) jeugd, worden we met een plotselinge mededeling wakker geschud: `De politie vond Carlos en mij in de [...] oude kelder, huilend van angst. Sybille, Kester en Ida waren toen al dood. Het schijnt dat ze niet hebben geleden. Ze zaten er op de foto's van het gerechtelijk laboratorium heel vredig bij. Mijn ouders trouwens ook.' Zeventig bladzijden later krijgen we te horen wat we al vermoedden – het zijn de ouders Van Bemmel die zichzelf en hun kinderen hebben vermoord. En nog voor het laatste kwart van het boek kennen we de oorzaak van het drama: de kraamvrouwenpsychose waarin de moeder terechtkwam na de geboorte van haar jongste dochter.

Modelgezin wordt gruwelkabinet – dat is de kortste karakterisering van Een hart van steen. Maar het is de denkwereld van de ik-figuur waarop Dorrestein zich concentreert. Ellen rijst voor ons op als een vrouw die door het onvermijdelijke schuldgevoel van de overlevende een hart van steen lijkt te hebben gekregen; als een nooit helemaal volwassen geworden meisje dat zichzelf lange tijd verantwoordelijk hield voor de ellende in haar familie. Niet vergelding is dit keer Dorresteins thema, maar wat de schrijfster ooit `de psychologie van de achterblijver' noemde. En dat dit thema nog lang niet afgekloven is, bewijzen de recentste romans van Dorrestein: Zonder genade, Het duister dat ons scheidt, Zolang er leven is.

Reacties: steinz@nrc.nl