Europa moet software niet nodeloos juridiseren

Het zou de Europese Commissie sieren als ze zich meer bekommert om de Europese inwoners dan om haar eigen institutionele rechten. In het licht van de referenda over de Europese grondwet is het merkwaardig dat de Europese Commissie hardnekkig vasthoudt aan een ontwerprichtlijn waartegen onder andere de Duitse, Spaanse en Nederlandse volksvertegenwoordigingen zich hebben uitgesproken. Toch heeft de Commissie een verzoek van het Europees Parlement om een nieuwe richtlijn te ontwerpen, afgewezen. Er is in Brussel een institutionele machtsstrijd ontstaan die de betrokkenen niet meer kunnen volgen en die met de zaak zelf niets te maken heeft.

Het gaat om een richtlijn die de patenten op software regelt, een technische kwestie met grote economische gevolgen. Het huidige Europese Patentbureau laat al veel te gemakkelijk patenten toe. Aan die praktijk moet een einde worden gemaakt. Een te losse formulering van een nieuwe Europese patentrichtlijn bestendigt het risico dat triviale patenten worden toegelaten voor software die al is beschermd door auteursrecht. Dan is iemand met een eigen webwinkel patentrechten verschuldigd op betalingen met een creditcard. Alsof Mozart een patent op de symfonie zou nemen omdat hij een dergelijk muziekstuk voor het eerst heeft geschreven. Met een dergelijk patent zou inbreuk worden gedaan op de auteursrechten van andere componisten die dan alleen mogen schrijven als ze een patenthouder hebben betaald.

Voor grote bedrijven als IBM, Microsoft of Philips is dat geen probleem. Zij hebben een onderling machtsevenwicht van claims en advocaten zodat ze patenten onderling tegen elkaar weg kunnen strepen. Maar voor kleine en middelgrote software-ontwikkelaars kan een te ruim geformuleerde richtlijn fataal zijn. De verzekering van de Commissie dat beroep mogelijk is tegen triviale patenten stelt niet gerust. Beroep betekent het inschakelen van dure advocaten tegen bedrijven die veel geld hebben voor juridische procedures. Kleinere bedrijven kunnen zich geen juristerij veroorloven. Alle partijen zijn het erover eens dat Europa niet zo ver mag juridiseren als Amerika.

Het Europees Parlement wil alleen een patent toelaten op software die `natuurkrachten in beweging brengt'. Daarmee worden de aankoop per creditcard en de elektronische winkelwagen uitgesloten. De Europese Commissie en de Europese Raad van ministers hebben op advies van multinationale firma's de heldere definitie van het Europarlement geschrapt en een nieuw, vager voorstel aangenomen.

Het is niet verwonderlijk dat Microsoft hard voor dit nieuwe voorstel lobbyt. Het heeft groot belang bij de exploitatie van patenten. Zo kan dit bedrijf geld in rekening brengen bij klanten die van Microsoft overstappen op een ander systeem dat vermeende Microsoft-patenten zou schenden.

Het Commissievoorstel is ongewenst, omdat het geen heldere definitie geeft van een softwarepatent en dus leidt tot holle claims en dure juridische procedures. Afgelopen donderdag heeft de Tweede Kamer unaniem in een motie aan het kabinet gevraagd om de richtlijn af te wijzen. Komende maandag krijgt de staatssecretaris van Economische Zaken daartoe de kans in de Europese Raad Concurrentievermogen in Brussel. De Commissie moet bewogen worden rekening te houden met het Europees Parlement, zeker drie nationale parlementen en de belangen van kleine en middelgrote bedrijven. Uit veel studies, waaronder een van Deutsche Bank, blijkt dat software-juristerij de innovatie remt. Een nieuwe richtlijn is beter dan de zoveelste amendering van een slechte richtlijn tijdens overleg tussen drie Europese organen. De niet-democratisch gekozen Commissie hoort het parlement te respecteren.