EEN GEOLIEDE KUNSTMACHINE

Voor de achttiende keer is Maastricht vanaf vandaag weer het jachtterrein van 70.000 kunstliefhebbers van heinde en ver. Zij komen voor de TEFAF, de belangrijkste kunst- en antiekbeurs ter wereld. Hier vindt men tussen de 20.000 en 30.000 kunstwerken met een geschatte totaalwaarde van 1 miljard euro. Vier kopers en één verkoper vertellen over een belangrijke transactie die zij ooit op de beurs deden.

'Het meeste is onbetaalbaar voor gewone stervelingen.

Maar het idee dat je kunt zeggen ” pak het maar in”, zorgt dat de kunst dichter bij je staat.'

Bij een opnamedag van het televisieprogramma Tussen Kunst & Kitsch meldde zich eind 1994 een man met een kistje. Bij de verbouwing van zijn huis, ergens in Brabant, was het kistje achter een muur vandaan gekomen, vertelde hij. Het zat vol bewerkte, pikzwart uitgeslagen stukken zilver. 'Is dat nog wat?', vroeg de man aan Bram Aardewerk, een van de antiquairs die aan het programma meewerkten.

De in antiek zilver gespecialiseerde handelaar bekeek de inhoud van het kistje met grote aandacht. Op een van de fragmenten ontdekte Aardewerk een pijlvormig huismerk. Na een blik in zijn handboeken wist de specialist genoeg: het kistje bevatte een grote schat, een van de weinige bewaard gebleven werkstukken van 'de meester met de pijl', een anonieme zilversmid uit Nijmegen die tussen 1490 en 1510 actief was. Nog nooit had de nu 72-jarige antiquair zulk oud Nederlands zilverwerk in handen gehad. Rooms kerkzilver dat bij de beeldenstorm vermoedelijk was vernield, maar waarvan de brokstukken dankzij een of andere vrome kerkganger vier eeuwen op een geheime plek bewaard waren gebleven.

'Dit is zeker wat', zei Aardewerk tegen de man met het kistje, 'maar niet in deze staat.' Pas na een riskante en kostbare restauratie zou deze monstrans, een met heiligenbeeldjes versierde hostiehouder, een aanzienlijk bedrag kunnen opbrengen, legde de antiquair uit. Na de uitzending deed Aardewerk de man met het kistje een voorstel: hij wilde de helft van de restauratiekosten voor zijn rekening nemen in ruil voor de helft van de opbrengst. Voor die gok voelde de man niets. Liever deed hij de 'ruïne' voor een gering bedrag meteen van de hand.

Een jaar later stond de monstrans na een moeizaam, maar geslaagd herstel te pronk op de meest aangewezen plek, The European Fine Art Fair (TEFAF) in Maastricht. 'Voor die beurs streef je naar het allerhoogste', zegt Aardewerk, 'daar lopen de mensen rond die opgegroeid zijn met kwaliteit, die begrijpen wat ze zien.'

Privé-vliegtuigen

Voor de achttiende keer is Maastricht dezer dagen het jachtterrein van zo'n 70.000 kunst- en antiekliefhebbers. Van heinde en ver, tot uit Japan en Zuid-Amerika, komen ze naar het mecc, het congresgebouw aan de Maas waar de TEFAF elk jaar wordt georganiseerd. Tot in de wijde omgeving van Maastricht zijn alle hotelkamers volgeboekt en bij de toegangswegen tot de stad vormen zich soms files van kunstkijkers. Zelfs op de anders zo rustige luchthaven van Maastricht is het een drukte van belang. Op het vliegveld is plaats voor zo'n zeventig privé-vliegtuigen, maar het is wel voorgekomen dat de vluchtleiding toestellen naar Duitsland of België moest verwijzen.

'De TEFAF is een feest', zegt Ab Eikenaar (60), interim-manager in de transportsector. Voor de private viewing aan de vooravond van de beurs trekt hij altijd zijn mooiste kostuum uit de kast. 'Die opening, dat is meer mensen kijken dan schilderijen, dat heeft de laatste jaren wel hype-achtige trekjes gekregen.' Op weg naar de wintersport gaat hij later vaak nog een keer naar de beurs, ditmaal om van de kunst te genieten.

Naast zijn werk als manager handelt Eikenaar in kunst. Zijn huis in Rotterdam is een klein museum. Alle muren, van het voorportaal tot zijn slaapkamer, zijn behangen met chic ingelijste schilderijen van 'moderne klassieken' als Karel Appel, Asger Jorn en Francis Picabia. Prijskaartjes hangen er niet bij, maar alles is te koop, zegt Eikenaar. 'Soms hang ik werk op bij wijnproeverijen. Maar het gebeurt ook wel dat ik aan het eind van de middag gebeld wordt door een arts. ''Ab, mijn vrouw is vandaag jarig en ik heb nog geen cadeautje.” Zo'n man gaat even later met drie houten beeldjes bij me de deur uit.'

De interim-manager noemt zijn kunsthandel 'een uit de hand gelopen hobby'. Vijfentwintig jaar geleden begon hij kunst te kopen: grafiek van Rotterdamse kunstenaars van een paar honderd gulden per blad. Als een bezoeker hem vroeg wat hij voor die leuke prenten had betaald, zei hij: 'Wat denk je?' Als dan geantwoord werd '1.500 gulden?', bood hij de grafiek voor 500 of 1.000 gulden te koop aan. 'Als de prijs goed is, gaat afstand nemen van mooie kunst me goed af', zegt Eikenaar.

Hij gebruikte de winst om zijn verzameling op een steeds hoger niveau te brengen. Eerst kocht hij kleine schilderijen van 1.000 gulden, later van 10.000 gulden en ten slotte nam hij ook de horde van 100.000 gulden. 'Het is pretentieus om te zeggen dat je museale kunst in huis hebt, maar daar zit ik wel tegen aan.'

Eind jaren negentig ging de kunstverkoop zo goed, dat hij stopte met werken.

Eikenaar reisde voortaan alle grote kunstbeurzen af: Basel, Lausanne, Palm Beach, New York. Voor zichzelf, maar ook voor mensen met minder vrije tijd zocht hij in opdracht naar bijzondere kunst. Hij kon er goed van leven, tot de beurskoersen drie jaar geleden inzakten, en de kunsthandel opdroogde. Nu heeft hij zich weer als manager verhuurd. 'Ik heb overwogen om een galerie te beginnen. Maar ik vond mezelf te oud. Ik heb meer gezien dan veel anderen, en dan ben je al snel een kenner. Maar ik ben en blijf een liefhebber, geen professional.'

Rondtrekkend circus

Sinds 1994 heeft Eikenaar geen TEFAF meer overgeslagen. Hij zag de kwaliteit van het aanbod in de loop der jaren verbeteren. 'Op alle kunstbeurzen in de wereld zie je dezelfde handelaren, het is een rondtrekkend circus. Maar in Maastricht is het aanbod net iets breder en kwalitatief hoger.'

Kopen doet er hij niet; in Maastricht liggen de prijzen hem te hoog. Aan zijn muur hangt wel een werk van Constant dat zeven jaar geleden op de TEFAF hing. Een forse pentekening uit 1948 die voor een ton in guldens te koop werd aangeboden. Zo'n bedrag had Eikenaar destijds nog nooit voor een kunstwerk uitgegeven. Hij vroeg twee bevriende handelaren om raad. Beiden vonden de tekening te duur. Een van hen wees hem bovendien op een noodzakelijke restauratie.

Een half jaar later hing de inmiddels schoongemaakte tekening in een nieuwe lijst bij een kunsthandelaar met wie hij regelmatig zaken doet. De vraagprijs bleek aanmerkelijk lager dan in Maastricht. Eikenaar kocht de tekening onmiddellijk. 'Al kan ik het niet bewijzen, ik vermoed dat hij hem speciaal voor mij heeft ingekocht.'

Afdingen op een beurs is onderdeel van het spel, legt Eikenaar uit. 'Soms krijg je een mooie lijst als geste, soms sluit je een package deal en koop je voor een gering bedrag een tweede schilderij erbij, soms ruil je ander werk in en betaal je wat centjes bij.'

Een flink bedrag van de vraagprijs af, dat is voor veel beursbezoekers de enige zekerheid, zegt Bram Aardewerk, met zijn zoon en dochter voor de achtste keer deelnemer aan de TEFAF. 'Als je daar als handelaar te star in bent, geef je klanten het gevoel dat ze te duur moeten kopen. Maar geloof mij, alle handelaren dekken zich in tegen dit spel, the pleasure of the hunt. Als een vaste klant een keer vergeet af te dingen, krijgt hij van mij gewoon korting.'

Welbeschouwd is afdingen een ritueel zonder betekenis, zegt de zilverantiquair. Om de marktprijs van een voorwerp te kennen moet je full time in de handel zitten, een referentiekader hebben. 'Alleen dan kun je mooi, mooier en mooist van elkaar onderscheiden en weet je wat iets exact waard is.'

Wat verzamelaars het beste kunnen doen, zegt Aardewerk, is kopen bij betrouwbare handelaren, bij antiquairs die waarmaken wat ze beloven. 'Tegen potentiële klanten zeg ik altijd: ” Ik verkoop veiligheid.” Ik ben niet uit op snelle winst, maar ik wil topkwaliteit brengen. Schoonheid verkopen, dat is de leukste manier om dit vak uit te oefenen. Niet alleen heb je dan het plezier van de mooie dingen om je heen, je biedt klanten zekerheid. Wat bij mij is gekocht, neem ik ook graag weer terug. Op deze beurs bied ik een subliem zestiende-eeuws drinkhoorntje aan van het 'Groote Vischkopersgilde' uit Dordrecht. Dat heb ik net teruggekocht van de erfgenamen van een oude dame aan wie ik het elf jaar geleden had verkocht. Zo gaat dat soms. Eerst ervaar je de triomf dat je iets hebt verworven. Dan komt de vreugde van het laten zien, daarna de lol van het verkopen en vervolgens de blijdschap dat je een mooi stuk weer terugziet.'

Wereldformaat

Sinds de start in 1988 groeide de TEFAF uit tot een beurs van wereldformaat. Dat kwam in de eerste plaats door het internationale karakter. De in Maastricht gevestigde Robert Noortman en The Blue Elephant spelen als enigen een thuiswedstrijd. Maar Johnny van Haeften Ltd, Angela Gräfin von Wallwitz, Sperone Westwater en Jaime Eguiguren komen graag over uit respectievelijk Londen, München, New York en Buenos Aires. Dit jaar is in Maastricht plaats voor 201 deelnemers uit 14 verschillende landen. En de wachtlijst met grote namen uit de kunstwereld is lang.

Ook het gevarieerde aanbod op de TEFAF, ontstaan door een samenvoeging van de schilderijenbeurs Pictura en een antiekbeurs, valt in de smaak bij kunstliefhebbers. Met een groot aanbod van schilderijen van Vlaamse en Nederlandse oude meesters bouwde de beurs in de beginjaren haar reputatie op. Maar inmiddels zijn de grote Italiaanse, Spaanse, Franse, Duitse en Engelse meesters net zo goed vertegenwoordigd. Wie meer om moderne kunst geeft, heeft eveneens keus te over. In Maastricht hingen de afgelopen jaren zoveel doeken van Picasso, Matisse en andere twintigste-eeuwse grootheden dat het lijkt of zij nog steeds actief zijn. Maar net zo imponerend is het aanbod van Egyptische kunst, middeleeuwse manuscripten, oude meubelen, etnografica, porselein, zilver en juwelen.

Dit jaar kunnen bezoekers zich bijvoorbeeld verheugen op een in 1629 door Jan Lievens geschilderd portret, gemaakt in de tijd dat hij een atelier deelde met Rembrandt. De Amsterdamse antiquair Salomon Stodel heeft een zeldzame luiermand van opengewerkt Delfts aardewerk, die op de bodem is gedecoreerd door Adriaen van Ostade. En bij de sectie juwelen, met gevoel voor drama La Haute Joaillerie du Monde genoemd, toont Graff uit Londen een spectaculair collier waarin de Golden Star Diamond is verwerkt, een van de grootste diamanten ter wereld. Gemiddeld worden op de beurs tussen de 20.000 en 30.000 voorwerpen te koop aangeboden, met een geschatte verkoopwaarde van ongeveer 1 miljard euro. Over de omzet doet de beursorganisatie traditioneel geheimzinnig. Vier jaar geleden sprak de perschef direct na afloop van 'enige honderden miljoenen guldens', al voegde zij daar in een adem aan toe: 'Het kan ook goed een half miljard worden als Robert Noortman zijn Rembrandt van tachtig miljoen verkoopt.' Daar komt nog bij dat veel koopovereenkomsten pas na afloop van de beurs worden gesloten. Om belastingtechnische redenen, of omdat musea doorgaans wat meer tijd nodig hebben voor de financiering.

Dat laatste gold bijvoorbeeld voor de eerder genoemde zilveren monstrans, vertelt Pieter Roelofs, conservator oude kunst bij Museum Het Valkhof in Nijmegen. Het museum kocht de hostiehouder van 'de meester met de pijl' op de TEFAF van 1996. Maar pas twee maanden na de beurs kon het museum, na forse donaties van de Vereniging Rembrandt en de eigen Vereniging Vrienden de benodigde 140.000 gulden aan de antiquair overmaken.

De 32-jarige conservator gaat al voor de vijftiende keer naar de TEFAF. Als student ging hij naar Maastricht om zijn kennis te toetsen. Nu gaat hij in de eerste plaats voor de contacten. 'De beurs is een belangrijke plek voor het aanhalen van banden tussen wetenschappers, musea en de handel. De lijnen zijn kort, daar wissel je kennis uit. Soms kun je handelaren helpen met een toeschrijving of de duiding van een kunstwerk. Daar staat dan tegenover dat je als museum getipt wordt als een belangrijk stuk op de markt komt.'

Roelofs noemt de TEFAF 'een grote uitstalkast, een kunstmachine waar je door de bomen soms het bos niet ziet'. Helaas moet hij de moderne galeries links laten liggen om zich te kunnen concentreren op de oude kunst en de kunstnijverheid. Twee dagen loopt hij er rond, om te genieten, en omdat je nooit weet wat je tegenkomt. Stel er duikt plotseling een schilderij van Jan van Goyen op, een nieuw gezicht op de Valkhofburcht in Nijmegen, of een zilveren of tinnen voorwerp dat een lacune in de museumcollectie kan vullen. Dan moet Roelofs meteen actie ondernemen. Bij de betreffende handelaar zou hij meteen laten weten dat Het Valkhof belangstelling heeft. Daarna zou hij de leden van de aankoopcommissie van het museum waarschuwen. Als iedereen positief is, begint ten slotte het onderhandelen over de prijs. De eerste keer ging hem dat krampachtig af, maar al doende heeft hij bijgeleerd, zegt Roelofs. 'Ik zit op de knip, ons budget is beperkt.'

Gestolen

De TEFAF geniet een voorbeeldige reputatie. Vijf jaar geleden liet de ambassade van Nigeria bij een Belgische kunsthandelaar beslag leggen op vijf eeuwenoude terracotta voorouderbeelden. En op diezelfde beurs zorgden Italiaanse inspecteurs voor opschudding door onaangekondigd en in alle drukte onderzoek te doen naar antiek dat volgens een tipgever gestolen was. Onbeduidende rimpelingen in de geschiedenis van de Limburgse beurs. Kunstkopers komen juist zo graag naar Maastricht, omdat ze er niet bang hoeven te zijn voor vervalste of gestolen kunstwerken. Niet alleen zijn de handelaren streng geballoteerd, ook worden alle aangeboden werken voor aanvang van de beurs beoordeeld op kwaliteit, authenticiteit en conditie. Dit keuringswerk gebeurt door een groot team van internationale experts. Afgekeurde voorwerpen (minder dan 1 procent) gaan voor de duur van de beurs achter slot en grendel.

De centrale ligging van Maastricht heeft zeker ook aan het succes van de beurs bijgedragen. Net als de luxueuze opzet. Voor de duur van slechts tien dagen verrijst op de zuidoever van de Maas een oogverblindend museum, waar de bezoekers schaamteloos in de watten worden gelegd. De handelaren sparen kosten noch moeite om hun winkels er zo aantrekkelijk mogelijk te laten uitzien. De een tovert zijn stand om tot een marmeren paleis met in livrei gestoken portiers voor de deur, de ander hangt zijn zeventiende-eeuwse doeken in een stijlkamer of toont Egyptische mummies in dromerig sfeerlicht. De brede lanen in het antiekstadje zijn geplaveid met hoogpolig tapijt en omzoomd met een Keukenhof aan bloemen. En wie het kunstkijken even moe is, kan zich op een bankje of bij een van de champagnebars verpozen met een strijkorkestje.

Vooral de eerste dagen trekt de beurs een kapitaalkrachtig publiek. Bezoekers die net zo makkelijk het benodigde muntje voor de juffrouw van de retirade betalen als de 7 miljoen euro die vereist is voor een Chinees bronzen paard uit de Han-dynastie. Zonder blikken of blozen tonen handelaren prijslijsten met vele nullen of ze drukken zwijgend een pocketcalculator met het verlangde bedrag onder je neus.

Gouden Gilde

Sjoerd van den Berg (59), adjunct-directeur van het Concertgebouworkest, gaat elk jaar tweemaal naar de TEFAF. Zijn eerste bezoek is altijd zakelijk van aard. De openingsdag van de beurs is voor hem als fondsenwerver heel geschikt om te netwerken, om 'de juiste mensen' te porren voor het Gouden Gilde, het particuliere sponsorfonds van het Concertgebouworkest. Van den Berg: 'Veel vermogende en kunstminnende Nederlanders die in Brussel, Curaçao, Zwitserland of aan de Rivièra wonen, komen naar de beurs in Maastricht. Daar drink ik graag een glas mee.'

Een paar dagen later reist Van den Berg nogmaals naar Maastricht, nu om samen met zijn partner van het kunstaanbod te genieten. 'Zo'n beurs is nog leuker dan een museum, omdat alles te koop is. Niet echt natuurlijk, want het meeste is onbetaalbaar voor gewone stervelingen. Maar het idee dat je kunt zeggen ''pak het maar in”, zorgt toch dat het dichter bij je staat.'

Twee keer heeft Van den Berg in Maastricht iets gekocht. Twaalf jaar geleden viel hij bij galerie Lieve Hemel voor een stilleven van een appel, geschilderd door Olav Cleofas van Overbeek. Vier jaar terug deed Van den Berg een veel grotere aankoop. Bij een galerie uit München zag hij een zestiende-eeuws altaarstuk, een 60 centimeter hoog, uit pijnboomhout gesneden portret van de heilige Maximiliaan. 'Zo mooi, ik viel er meteen voor', zegt Van den Berg, als kind een trouw bezoeker van de Sint-Jan in Den Bosch.

Na overleg met zijn partner vroeg hij twee bevriende kenners het beeldhouwwerk te beoordelen. Toen zij hem sterkten in zijn keuze, liet hij een ervaren taxateur de onderhandeling doen. 'Ik had een erfenisje gehad en voor het resterende bedrag heb ik een lening afgesloten', vertelt hij. 'Maar ik heb er nog geen dag spijt van gehad. Dat beeld verrijkt mijn leven, het geeft enorm veel sfeer in huis.'

Annabelle Birnie (36) deed de afgelopen vijf jaar drie aankopen op de TEFAF. De hoofdconservator van de bedrijfscollectie van de ING Groep, een 20.000 werken tellende verzameling die zich richt op figuratieve Nederlandse kunst, deed haar laatste aankoop in Maastricht vorig jaar: een groot schilderij van Michael Ryan, een impressie van het Concertgebouworkest onder leiding van dirigent Riccardo Chailly. Het hing in Maastricht nog nat aan de muur bij kunsthandel Borzo uit Amsterdam, toen de conservator een rode stip liet plakken bij het 18.000 euro kostende doek. Inmiddels siert het een wand op de achtste etage van het futuristische hoofdkantoor van de ING Groep, de 'Poenschoen' langs de a10 in Amsterdam. 'Een prachtig doek', zegt Birnie, 'een nieuw onderwerp binnen Ryans oeuvre en bovendien sponsoren wij het Koninklijk Concertgebouworkest.'

Lekker eten

ING organiseert al dertien jaar recepties en ontvangsten op de kunstbeurs. Koffie, een lezing, bezoek aan de beurs en dan lekker eten. Veel leuker dan een dagje voetbal, tennis of paardrijden, is de redenering die ook andere bedrijven aanhangen. Zo'n vierduizend relaties en prospects, mensen die ING graag als klant zou willen hebben, worden in Maastricht verwacht. Na een lezing over de hoogtepunten op de beurs kunnen de gasten rondkijken. Vier kunstexperts van de financiële instelling zijn beschikbaar om desgewenst, als service van het huis, te helpen bij aankopen.

Annabelle Birnie: 'Vorig jaar waren we bij ongeveer veertig transacties betrokken. Sommige klanten hebben vragen over de prijs of de conditie van een kunstwerk. Soms onderhandelen we namens iemand. Nee, we financieren geen aankopen. We leiden klanten rond die dat niet nodig hebben. Bovendien is ons advies om niet te lenen voor kunst, maar te kopen van geld dat je nergens anders voor nodig hebt.'

De afdeling Art Management Services van ING is ook de rest van het jaar beschikbaar voor vragen op kunstgebied. Klanten die in kunst willen investeren met een winstoogmerk, verwijst Birnie door naar de collega's van de beleggingsafdeling. 'Dat soort vragen wordt veel gesteld de laatste tijd. Natuurlijk kunnen wij aangeven welke aankopen een betere en welke een minder goede rendementsverwachting hebben. Maar kunst als alternatief voor aandelen raden wij ten zeerste af. Ik weet dat banken wel kunstfondsen zijn begonnen, maar wij doen dat niet. Van financiële instellingen mag je een rendementsprognose verwachten. Dat kan niet met kunst. Hang het naast je stoel en geniet ervan.'

Ten slotte biedt de TEFAF nóg een attractie die in geen enkele folder staat vermeld: de mooie mensen. Het oog blijft snel hangen aan een Engelse kunsthandelaar die zijn onberispelijke krijtstreepkostuum combineert met handgeborduurde lichtblauwe pantoffels, of aan de Nederlandse galeriehouder drs. Loek Brons die de dikdoenerij van sommige van zijn collega's de afgelopen jaren zo prettig relativeerde door te tracteren op rolletjes pepermunt of café noirs ('Neem een koek van Loek').

Zeker zo kleurrijk zijn sommige bezoekers. De beurs is een dagje uit, een gelegenheid waarvoor vooral de vrouwelijke bezoekers zich graag kleden. Op de TEFAF zie je bijvoorbeeld meer hoeden dan in de Ridderzaal op prinsjesdag. Alleen die oogverblindende dames maken de reis naar Maastricht al de moeite waard.

TEFAF, in het MECC in Maastricht van 4 t/m 13 maart, dagelijks van 11 tot 19 uur. Op zondag 13 maart tot 18 uur. Toegangsprijs: 35 euro per persoon (incl. catalogus), 52,50 euro voor twee personen

Arjen Ribbens is redacteur van NRC Handelsblad.

Thijs Wolzak is fotograaf.

[streamers]

'Die opening, dat is meer mensen kijken dan schilderijen.'

'Als een vaste klant een keer vergeet af te dingen, krijgt hij van mij gewoon korting.'

Afgekeurde voorwerpen gaan voor de duur van de beurs achter slot en grendel.

'Kunst als alternatief voor aandelen raden wij ten zeerste af.'