De witte wereld

Het sneeuwt. De witte onschuld bedekt de sporen. De verraderlijke witheid strijkt de werkelijkheid glad. Het zijn wordt onzichtbaar. Het witte is een instantie met de bevoegdheid om het werkelijke over te verven. Het resultaat is een blanco bladzijde waarop weer een nieuwe werkelijkheid, een nieuw verhaal kan worden opgetekend. De onaantastbare witte kleur creëert een onnatuurlijke toestand. Hoeveel waarheid verbergt een witte pagina?

Van de mens wordt beweerd dat deze een onbeschreven blad is. De witte schepper reikt de voorwaarden aan waaronder een nieuw begin kan worden gemaakt. Daarna schrijft iedereen zijn eigen zinnetjes, verhaaltjes en melodieën op deze blanco werkelijkheid. De tirannie van onschuld gaat in het wit gehuld.

De bruid wordt ook wit gekleed. Zij wordt geacht onschuldig te zijn. Alleen draagt haar lichaam nog de sporen van een verleden dat zich tegen wit verzet. ,,Ik ga nooit trouwen en ik zal ook geen trouwfeest geven'', zei ik lang geleden tegen mijn moeder. ,,Waarom niet?'', vroeg zij.

Moppelend beweerde ik dat het onfatsoenlijk is wanneer mensen gaan feesten ter gelegenheid van khater khahi. Het is een metafoor, je zou het kunnen vertalen als verliefd zijn. Maar de letterlijke vertaling van deze metafoor luidt als volgt: (beminnende) wil tot een herinnering. Khater betekent `voor', maar omdat dit woord een sterk verband heeft met het woord Khate-re oftewel herinnering, mag khater poëtisch gezien ook als herinnering vertaald worden. Een machtig spel: de ander (geliefde) is een herinnering.

Terug naar mijn moeder. ,,Als ik een vrouw voor je heb gevonden, kleed ik haar voor je in een witte bruidsjurk, dan is ze helemaal van jou'', zei ze.

Volgens mij was ze in haar hoofd al aan het feesten. Als een afschuwelijke chagrijnkop zei ik tegen haar: ,,Ik schaam me. Het is toch walgelijk dat mensen gaan feestvieren, omdat ik khater khah ben en later iets ga doen met dat meisje.'' ,,Laat dat khater khah zitten, maar weet je wat je gaat doen met dat meisje?'', vroeg zij. ,,Neen'', zei ik op besliste toon. Een oriëntaalse moederlijke schaterlach is het dodelijkste wat je kan overkomen.

Ik werd heel lang gepest met dat ellendige khater khah-verhaal. Mijn moeder was een prototype van wat men tegenwoordig een mannenfantasie noemt: moeders die de mannenheerschappij in stand willen houden.

Gelukkig heeft zij nooit een meisje voor mij kunnen kopen en ik heb ook nooit een trouwfeest gegeven.

Dit was niet de eerste confrontatie tussen ons. Vóór die tijd, al bij mijn besnijdenis, ook zo'n witte gebeurtenis, hadden wij een indrukwekkende botsing. Het ging zo: op mijn vijfde werd ik door haar onder valse voorwendselen naar een medisch centrum gebracht waar ik vervolgens werd besneden. Het was een slagveld, omdat oriëntaalse kinderen een buitengewoon schaamtegevoel wordt aangeleerd ten aanzien van het essentiële onderdeel dat achter een onderbroek schuilgaat. Het uitdoen van een onderbroek in het bijzijn van anderen was en is heiligschennis.

Het was dramatisch. Immers, allen die mij eergevoel hadden geleerd, waren bezig dat te schenden. Mijn onderbroek werd gescheurd – de rest weet ik niet meer. In een wit bedje werd ik wakker. Ik durfde niet naar `dat ding' te kijken. Het leek in ieder geval op iemand met een witte tulband.

Moeder besefte dat ze mij een paar dagen niet al te dicht mocht naderen.

Maar we hadden een kamerhuurder, een meisje dat aan de politieacademie studeerde. In mijn belevenis was zij erg mooi. Zij kwam als eerste bij mij en met verhalen lukte het haar mij tot rust te brengen. Nu kan ik met zekerheid twee dingen vaststellen: a) door die besnijdenis was ik erg depressief geworden, en b) ik was khater khah geworden op dat meisje.

Later ontdekte ik dat het besnijdenismonster ook bij een aantal andere wijkgenoten had toegeslagen. Samen, alsof we oorlogsveteranen waren, gingen we in een steegje plassen en elkaar informeren over de toestand waarin `dat ding' verkeerde. We hadden daarvoor één woord: de raket. De geschiedenis van het dingetje werd weggevaagd, en het witte verbond was tot stand gekomen. Hoe dan ook zal ik niemand snijden, laat staan besnijden.

Een lijkwade is ook wit. Daarmee wordt de schuld bedekt. In werkelijkheid wordt het verhaal van een individu gewit in het aangezicht van het Opperwezen. Volgens een Perzisch gezegde gaat een meisje als een witte bruid naar het huis van haar man en zij verlaat het echtelijke huis onder een witte lijkwade. De islamitische vrouw wordt dan twee keer in het wit gewikkeld.

Ten slotte, sinds ik definitief (op mijn zestiende) moest onderduiken, heb ik mijn moeder niet meer gezien. Zij stierf tien jaar geleden, drie dagen voor mijn verjaardag. Ik vier en herdenk in februari haar dood en mijn eigen geboorte.

Buiten sneeuwt het nog steeds. Al het gebeurde is niets meer dan een sneeuwvlok: khate-re (herinnering). Alleen kan de wil tot herinnering de vlokjes omtoveren tot eeuwige sneeuw. Welk tastbaar ding verbindt mij met haar? Niets dan een handjevol aarde van haar graf. Dat handjevol aarde in een plastic zak heb ik later van mijn zus gekregen.

Waartoe dient de aarde? Om datgene te verenigen wat het Opperwezen heeft gescheiden. We komen en gaan in den vreemde. De dichteres Ingerid Jonker (1933-1965) neuriet de dood en de geboorte in één adem dwars door een korreltje zand heen:

Kindje dat krijst uit de schoot

niks in de wereld is groot

stilletjes lacht het en praat

stilte in Doodloopstraat

(...)

Korreltje klein is mijn woord

Korreltje niks is mijn dood.