DE WITTE RAVEN VAN ROTTERDAM

Drie jaar geleden won Pim Fortuyn met Leefbaar Rotterdam 17 van de 45 zetels in de gemeenteraad. Het nieuwe college beloofde een veilige stad en wilde daarop over vier jaar worden afgerekend. Hoe staat het met die targets voor onveilige wijken? Acht bewoners van het Oude Noorden over de leefomstandigheden in hun buurt.

In het Oude Noorden van Rotterdam staat de Hildegardiskerk. Het is een katholieke kerk, die werd gebouwd in de tweede helft van de negentiende eeuw. De Hildegardiskerk is een van de oudste bouwwerken in het Oude Noorden, dat vanaf 1870 werd ontwikkeld tussen de rivier de Rotte (vandaar Rotterdam) en de Bergweg.

Eind vorig jaar gooiden opgeschoten jongens meer dan twintig keer een steen door de ruiten van de kerk. Toen zei de verzekering: dit betalen we niet meer, zet er maar ramen in die tegen een stootje kunnen. Het was na de moord op Theo van Gogh. De overwegend Marokkaanse jeugd in 'de kop' van het Oude Noorden had een excuus voor extra vandalisme gevonden.

Burgemeester Ivo Opstelten van Rotterdam bezocht de Hildegardiskerk in die bange dagen. Het kerkbestuur had de stenen op tafel uitgestald. Ook de stadsmarinier kwam bij het kerkbestuur langs. Een stadsmarinier is een speciale ambtenaar voor probleemgebieden. In Rotterdam heten die gebieden sinds 2002 'onveilige wijk' of 'veiligheidsrisicogebied'.

In dat jaar won Pim Fortuyn met Leefbaar Rotterdam in één klap 17 van de 45 zetels in de gemeenteraad. Zijn kiezers wilden een veiliger stad, waar iedereen zich weer netjes zou gedragen en de taal zou spreken. Veiligheid werd 'topprioriteit', schreven Leefbaar Rotterdam, CDA en VVD in hun collegeprogramma Het nieuwe elan van Rotterdam... en zo gaan we dat doen: 'Hoofddoelstelling van dit collegeprogramma is dat in 2006 Rotterdam meetbaar veiliger is.'

Om dat te kunnen meten, kwam het college met targets, doelstellingen waarop het na vier jaar kan worden afgerekend. Voor de onveilige wijken luidt de target: 8 onveilige wijken in 2002, 4 in 2004, 0 in 2006. Een onveilige wijk krijgt op een speciale veiligheidsindex het cijfer '3,9 of minder'. Zo'n wijk kan opklimmen tot 'probleemwijk' (3,9 tot 5), 'bedreigde wijk' (5 tot 6), 'aandachtswijk' (6 tot 7,1) of 'veilige wijk' (7,1 tot 10).

De cijfers van de veiligheidsindex zijn een combinatie van aangiften en meldingen (bij de politie, maar bijvoorbeeld ook bij de vuilnisophaaldienst) met de uitkomsten van enquêtes onder bewoners over diefstal, drugsoverlast, inbraak, vuile straten, vandalisme en dergelijke.

De stadsmarinier werd aangesteld om deelnemers aan het veiligheidsbeleid als politie, woningcorporaties, welzijnsinstellingen en gemeentelijke diensten tot 'een gezamenlijke inzet' (het collegeprogramma) te bewegen. Een stadsmarinier valt direct onder het college van burgemeester en wethouders. Hij heeft de bevoegdheid ambtenaren van gemeentelijke diensten te overrulen, als hij dit in het belang van zijn gebied nodig acht. De stad telt nu vijf onveilige wijken en negen stadsmariniers.

De stadsmarinier voor het Oude Noorden van Rotterdam heet Gerard Spierings. Hij heeft twee kantoortjes, één bij de deelgemeente en één aan de Zwaanshals, een langgerekte winkelstraat op de oude dijk langs de Rotte. Het kantoor aan de Zwaanshals noemt Gerard Spierings 'mijn operationele basis'. De 'mariniersgroep Noord' telt een stadsmarinier, een leerplichtambtenaar, een jongerenwerker en een wijkinspecteur voor 'schoon en heel'.

Vuurwapengeweld

Het Oude Noorden werd op 21 mei 2003 onveilige wijk en op 1 september 2003 ook nog 'veiligheidsrisicogebied'. Dat is 'een gebied dat wordt gekenmerkt door een groot aantal incidenten met (vuur)wapengeweld en andere vormen van geweld', zoals het staat in de brieven waarmee de burgemeester de gemeenteraad op de hoogte houdt van deze door hem als korpsbeheerder aangewezen buurten. In een veiligheidsrisicogebied mag bijvoorbeeld preventief worden gefouilleerd.

Hoewel het Oude Noorden op 17 mei 2004 in de veiligheidsindex steeg naar 'probleemwijk' (van 3,0 naar 4,1), blijven de voorzieningen voor 'onveilige wijk' voorlopig van kracht: de situatie is nog te fragiel. Afgelopen maand nog maakte het stadsbestuur bekend dat sommige 'agressieve groepen jongeren aan de onderkant van de criminele ladder' in het Oude Noorden 'vatbaar zijn voor moslim-radicalisering'.

In de huis-aan-huisbladen voor Noord-Rotterdam, Maasstad en De Havenloods, verschijnt nu regelmatig de 'Resultatenteller Oude Noorden'. Daarop is dan bijvoorbeeld te zien dat de politie die maand twee fouilleeracties heeft gehouden, vijftien keer iemand heeft aangehouden voor verboden wapenbezit, dat er vijf hennepkwekerijen zijn opgerold en dat negentien bekeuringen zijn uitgedeeld voor overlast als hangen in portieken of verkeerd aangeboden huisvuil.

Vaak volgt dan nog een opsomming van de resultaten van 'schoon en heel', zoals het weer recht leggen van scheefgezakte stoeptegels, het weghalen van graffiti of het aanspreken van fietsers die op de stoep rijden.

In 2004 werden in het Oude Noorden (18.000 inwoners) zo'n duizend fietswrakken verwijderd en enkele tientallen autowrakken en aanhangers. Speciale 'interventieteams' belden aan bij huizen waar de sociale dienst bijstandsfraude vermoedde. De leerplichtambtenaar trok er eveneens regelmatig op uit.

Ook de coffeeshops (eerst zeven, nu nog vier) worden tegenwoordig harder aangepakt. Stadsmarinier Gerard Spierings ('Het beleid wordt op straat gemaakt') is er op een van zijn geregelde rondes door de wijk net weer langsgefietst. Hij laat de foto's zien die hij met zijn mobiele telefoon genomen heeft: 'Kijk, gesloten luiken. Die is nu ook dicht.'

Gerard Spierings woont op de Kop van Zuid. 'Maar eigenlijk vind ik het hier leuker. Hier heb je nog mooie geveltjes en oude pleintjes.' Het Oude Noorden is eind negentiende eeuw bebouwd met huizen van vaak niet meer dan twee lagen. Boven ramen en over gevels lopen witte, horizontale lijnen met ornamenten, veel bovenruiten hebben glas-in-lood. Nauwe straatjes komen uit op pleintjes. De combinatie van laagbouw en pleintjes geeft een zekere ruimtelijkheid aan deze 'stenigste wijk van de stad' (PvdA-deelgemeentevoorzitter Andries van der Wal van Noord).

Europees geld

De afgelopen twintig jaar is onder namen als stadsvernieuwing, grote-stedenbeleid, wijkaanpak of plan van herstel veel geld in de wijk gestopt. De Europese Unie stelde voor 2001 tot 2006 in totaal 9 miljoen euro beschikbaar. Samen met geld uit het 'investeringsfonds stedelijke vernieuwing' maakte dit het opknappen van pleinen, straten en gevels mogelijk.

In diezelfde twintig jaar veranderde de samenstelling van de bevolking. Die is nu voor tweederde (63,3 procent in 2004) allochtoon: 15 procent Marokkaans, 13 procent Turks, 11,5 procent Surinaams. Verder wonen in het Oude Noorden Kaapverdianen, Antillianen en allochtonen die in statistieken worden samengevat onder de noemer 'overig arm'. Van de 8.000 huishoudens ontvangen er 2.000 een uitkering. Eenderde van de bevolking (35 procent in 2004) is jonger dan achttien jaar.

In zijn nieuwjaarstoespraak voor 2003 luidde deelgemeentevoorzitter Andries van der Wal de noodklok over het Oude Noorden. Het opknappen van pleinen, straten en gevels had de drugsoverlast niet verminderd. Ook het gevoel van onveiligheid was niet minder geworden. Andries van der Wal: 'De wijk is de afgelopen vijf, zes jaar vooruitgegaan. Er is veel geld gegaan naar de buitenkant. Maar op een gegeven moment bleek dat niet genoeg.'

Dat het Oude Noorden niet metéén na het aantreden van het 'Leefbaar-college' in 2002 onder het nieuwe veiligheidsbeleid viel, kwam ook doordat het er 'steeds net niet helemaal misging'. Andries van der Wal: 'Het Oude Noorden is de voorraadkamer van drugs in de stad. Maar toch is het er gezellig. Dat komt door de sociale structuren in de wijk. Die dekken de problemen toe. Er heerst nog altijd de oude saamhorigheid van mensen die er van generatie op generatie hebben gewoond. En daar is de nieuwe saamhorigheid bijgekomen van kunstenaars en jonge mensen die voor zo'n wijk kiezen.'

Het verschijnsel dat na een aarzelend begin geleidelijk weer meer welgestelden in een oud stadsgebied gaan wonen, heet gentrification. Vaak gaat het om karakteristieke, maar in verval geraakte gebieden waar de huizen goedkoop zijn. Het begint vrijwel altijd met studenten die er na hun studie blijven hangen, wat restaurantjes en boekwinkeltjes aantrekt. Daar komen dan weer nieuwe bewoners op af. Uiteindelijk krijgt het gebied een betere naam en verandert de bevolkingssamenstelling: een soort omgekeerde witte vlucht.

Eind vorig jaar heeft de gemeentelijke dienst die verantwoordelijk is voor de vastgoedontwikkeling, onderzocht of deze gentrification zich misschien ook voordoet in het Oude Noorden (en de aangrenzende wijken Liskwartier en Provenierswijk). Voor het onderzoek werden huizenprijzen en inkomens op een rij gezet. Ook werd bewoners gevraagd naar hun indruk.

De uitkomst was niet eenduidig: er is wel gentrification maar niet veel. Die zie je als je een wandeling door de wijk maakt met Max Jeleniewski, als 'programmamanager Europa' verantwoordelijk voor het binnenhalen van Europese subsidies voor het Oude Noorden. Net als Gerard Spierings had ook Max Jeleniewski wel in het Oude Noorden willen wonen. 'Het heeft een bijzondere uitstraling. Maar toen ik een huis zocht, was het hier nog te slecht.' Hij woont in Rijswijk.

De goede route

Max Jeleniewski kent feitelijk twéé wandelingen door het Oude Noorden: 'Je kunt de goede route doen, maar je kunt ook de slechte doen.' De slechte voert door 'de kop' van het Oude Noorden. Daar heeft de stadsvernieuwing uit de jaren tachtig sporen getrokken in de vorm van grote, vierkante huizenblokken. Hier en daar is leegstand. Er wonen veel Marokkanen. De kop van het Oude Noorden begint bij 'het muurtje van Coen Moulijn', een vergeten monument op het plein van de oude school van de beroemde voetballer.

Toch is ook op de slechte route zichtbaar wat je op de goede route ziet: ornamenten aan gevels, oude poorthuizen, schilderachtige straatjes. Zoals op de goede route zichtbaar is wat je ook op de slechte route ziet: renovatie met kunststofkozijnen, karakteristieke huizen met extra verdiepingen erbovenop die nog het meeste weg hebben van een bouwkeet. Een deel van deze ingrepen is nu teruggerestaureerd.

Beide routes voeren langs huizen van mensen die ondanks alles blijven wonen waar ze altijd woonden. Zoals Lenie Rietvelt, Burgemeester Roosstraat 29. Zij is in de straat geboren, woont er nog steeds en ook haar dochter met haar gezin woont er intussen.

Of GroenLinks-voorzitter Herman Meijer, Noordsingel 79. Zijn vader en moeder woonden toen ze jong waren in het Oude Noorden. Zelf ging hij er na zijn studie wonen, nu dertig jaar geleden.

De 'omgekeerde witte vlucht' van de gentrification is vooral te zien in de Pijnackerbuurt: Pijnackerplein, 1e, 2e en 3e Pijnackerstraat, Gerard Scholtenstraat. Daar zijn de afgelopen jaren mensen komen wonen omdat ze het een aantrekkelijke grotestadsbuurt vonden. Zoals Wimfred Grashoff en Petra Verheij, Pijnackerplein 37b. Ze zijn begin dertig en hadden werk buiten de stad toen ze hier hun huis kochten.

Anderen vonden het aangenaam dat in de buurt relatief veel kunstenaars wonen. Zoals Stefan Hoffmann, Gerard Scholtenstraat 114b. Hij woont in één van de huizen in die straat die de woningbouwcorporatie wilde afbreken, maar die na protest van de bewoners nog een tijd mogen blijven staan. Beeldend kunstenaar Stefan Hoffman deed mee aan het gentrification-onderzoek. Hij schreef te hopen dat hij en zijn buren mogen blijven wonen waar ze wonen: 'Dit kan bijdragen aan de politieke doelstelling van de gemeente om ruimte voor meer draagkrachtige bevolkingsgroepen in de oude stadswijken te scheppen.'

Niet kinderachtig

Wie zijn die oorspronkelijke buurtbewoners die ondanks alles blijven wonen in een veiligheidsrisicogebied? En wie vormen de omgekeerde witte vlucht van mensen die er tegen de stroom in zelfs komen wonen? Hoe ervaren ze hun woonomgeving? Vinden ze dat het beter gaat nu er meer politie over straat loopt?

Wij spraken met een aantal van hen. Ze bleken een groot aantal opvattingen gemeen te hebben. Zo vonden ze zonder uitzondering dat je niet kinderachtig moet zijn, als je in een dergelijke wijk wilt wonen. Stefan Hoffmann: 'Het is wel een harde wijk. Je voelt de spanningen. Maar je kunt hier gewoon wonen en wandelen, ook 's avonds.' Aan de andere kant: zo gevaarlijk als het klinkt is het er nou ook weer niet. Ton Rhemrev, Zwart Janstraat 85: 'Ik ben op een gegeven moment 's nachts gaan wandelen met de honden, om te zien of het nou echt zo erg was als de mensen zeiden. Tussen twaalf en twee, dus middenin de nacht. Maar er gebeurde niks.'

Op één na (GroenLinks-voorzitter Herman Meijer: 'Onveiligheid is een abstractie die indruk maakt op mensen die hier niet wonen') juichte iedereen het toe dat hun wijk nu onder het nieuwe veiligheidsbeleid valt. Tieneke Rhemrev: 'Het is natuurlijk jammer van het straatbeeld, al die uniformen. Maar er waren gewoon te veel mensen die verkeerd wilden en dachten: wie doet me wat.' Ze merken er ook de positieve gevolgen van. Kees Buckens, 2e Pijnackerstraat 3b: 'De boodschap is duidelijk: niet dealen op het pleintje waar mijn zoontje speelt. Dat gezeik is nu ook afgelopen.'

Tegelijk zijn ze het erover eens dat in een probleemgebied meer nodig is dan extra politietoezicht. Want wat schiet je met die politie op, als in de 1e Pijnackerstraat één van de opvanghuizen komt voor de 'dames van de Keileweg', die het college momenteel tegen de zin van vrijwel alle betrokken buurten verdeelt over de stad? Lenie Rietvelt: 'Die worden straks opgevangen in het oude wijkgebouw. Dan denk ik: dat doe je toch niet? In dat gebouw ging ik vroeger nog dansen.'

En de extra politie vervangt ook niet het onlangs afgeschafte toezicht op de speelplaatsen. Kees Buckens: 'Het toezichthuisje op het plein staat nu leeg. Het is van glas, dus dat zal binnenkort wel ingegooid worden. Verloedering gaat veel sneller dan een buurt er weer bovenop helpen.'

Gretha Pama is redacteur van NRC Handelsblad.

Hilbert Kraane is fotograaf in Rotterdam.