De wereld weet zich geen raad met ontheemden

Hun aantal is vorig jaar nog met miljoenen gegroeid, maar vaak is er niemand die zich over hen ontfermt: de ontheemden. Anders dan vluchtelingen krijgen ze vaak geen aandacht.

In Soedan zijn het er zes miljoen. In Congo twee à drie miljoen. Oeganda: twee miljoen. En de lijst is nog veel langer. In totaal zijn er 25 miljoen ontheemden ter wereld: mensen die binnen hun eigen land op de vlucht zijn voor geweld, misbruik, burgeroorlogen of natuurrampen. Deze IDP's (Internally Displaced People), zoals ze in het jargon heten, staan in de humanitaire wereld intussen bovenaan de agenda. Hun aantal groeit snel, vooral in Afrika waar het er dertien miljoen zijn. Maar er is vaak niemand die zich over hen ontfermt.

,,Vluchtelingen krijgen alle aandacht, ontheemden niet'', zegt Dennis McNamara, directeur van een speciale Ontheemden-afdeling die in 2004 bij de Verenigde Naties in Genève werd opgericht. ,,Vluchtelingen zijn mensen die naar een ander land zijn gevlucht. Over de hele wereld zijn dat er 9,8 miljoen. Er is al sinds 1951 een speciale VN-organisatie die zich over hen ontfermt, de UNHCR, met zesduizend medewerkers en een jaarlijks budget van één miljard dollar. Voor 25 miljoen ontheemden, die géén landsgrens over zijn gevlucht, hebben we vijftien man personeel en een budget van 25 miljoen.''

Dat schrijnende verschil wordt duidelijk aan de hand van Soedanezen die het afgelopen jaar hun huizen in Darfur hebben verlaten, op de vlucht voor moordende regeringstroepen en rebellengroepen. Ruim 200.000 van hen zijn naar het buurland Tsjaad gevlucht. Zij worden opgevangen in UNHCR-kampen. Ze hebben water, eten, een dak boven hun hoofd. Ze zijn relatief veilig. Honderden ervaren UNHCR-medewerkers werken er samen met tientallen non-gouvernementele hulporganisaties.

Maar de ongeveer twee miljoen Soedanezen uit Darfur die in eigen land op de vlucht zijn (niet te verwarren met nog eens vier miljoen ontheemden uit Zuid-Soedan), valt een minder goede ontvangst ten deel. Omdat zij geen legale status hebben er zijn internationale verdragen over vluchtelingen maar niet over ontheemden vallen zij onder de verantwoordelijkheid van de Soedanese overheid, wier troepen velen van hen juist op de vlucht hadden gedreven.

VN-organisaties deden aanvankelijk weinig, omdat geen van hen de bescherming van ontheemden in het mandaat heeft staan. Toen ontheemden uit Darfur vorige zomer massaal werden vermoord, misbruikt en uitgehongerd, vroegen grote donoren als het Verenigd Koninkrijk aan UNHCR om zich over hen te ontfermen. Maar de grootste donor, de Verenigde Staten, was ertegen, en UNHCR weigerde. Buiten ieders medeweten sloot de International Organisation for Migration (IOM) toen een akkoord met de Soedanese overheid om de ontheemden op te vangen.

Maar de mankracht en middelen van IOM zijn beperkt. Door de vele restricties die Soedan IOM oplegt, kan zij ontheemden vaak niet beschermen tegen roof- of moordaanvallen. Gevolg is dat ontheemden die kampen weer ontvluchten. Sommige VN-organisaties en non-gouvernementele organisaties assisteren IOM nu.

Andere bekritiseren het akkoord met Soedan (omdat er een controversiële clausule over `terugkeer' instaat) en proberen op eigen houtje hulp bij de ontheemden te krijgen. Hulpverleners worden zélf vaak aangevallen. Iedereen is speelbal van iedereen, met de ontheemden als grootste verliezers.

Volgens de studie Protect or Neglect?, die onlangs werd uitgegeven door de Amerikaanse denktank Brookings Institution en het VN-coördinatiekantoor voor Humanitaire Zaken (OCHA), wordt het tijd dat de VN en hun lidstaten structureel in actie komen voor ontheemden. Hun legale status mag problematisch zijn, rechten hebben ze wel: die liggen, net als die van iedere andere wereldburger, vast in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. De auteurs schrijven: ,,Tien jaar na Rwanda hebben de VN de bescherming van burgers en het voorkomen van [hun] verplaatsing nog niet als cruciaal onderdeel van hun mandaat erkend. De bescherming van ontheemden gebeurt vooral ad hoc en meer op initiatief van individuen ter plekke dan van een institutionele agenda van de hele organisatie.''

De auteurs van de studie hebben veel veldonderzoek gedaan. Ze noemen geen namen naming and shaming is taboe bij de VN maar stellen vast dat veel VN'ers in het veld het lef niet hebben om een vuist te maken voor de ontheemden. Dit kan hun overige werk onmogelijk maken. Het `gastland' kan immers moeilijk gaan doen.

Ed Schenkenberg van Mierop, coördinator van de International Council of Voluntary Agencies (ICVA) in Genève, wil daar wél een concreet voorbeeld van geven. ,,Toen wij in 2002 aan de VN-Resident Coordinator in Indonesië vroegen wat de VN voor de 800.000 ontheemden deden, antwoordde de man: `De regering houdt zich ermee bezig'.'' Ook in Oeganda, zegt hij, ,,maakt de humanitaire coördinator van de VN er helemaal geen punt van''. Twee maanden geleden vroeg het VN-ontheemdenbureau aan UNHCR of zij niet wat voor de Oegandese ontheemden kon doen. Daar is nooit antwoord op gekomen.

Ook meningsverschillen tussen VN-organisaties en donoren onderling staan enige daadkracht vaak in de weg. Zo is er in Liberia, een jaar na de vredesakkoorden, nog niemand die zich inspant voor 200.000 ontheemden. Daardoor kunnen zij niet van de hoofdstad Monrovia naar hun verwoeste dorpen op het platteland terug. Een ruzie tussen UNHCR en OCHA daarover is nog steeds niet beslecht. De VS willen dat UNHCR het doet, de Europese Unie steunt OCHA. McNamara van het VN-ontheemdenbureau (dat onder OCHA valt) spreekt zich over dit dispuut niet uit. Over de gevolgen ervan wel: ,,Er is geen onderwijs, geen gezondheidszorg, geen politie. De ontheemden hangen op straat. Zo groeit de kans op nieuwe gevechten en nieuwe ontheemden.'' Door ,,een gebrek aan internationale politieke wil'' is de vier miljoen ontheemden uit Zuid-Soedan eenzelfde lot beschoren.

McNamara ziet niets in de oprichting van een aparte VN-organisatie voor ontheemden, onder meer omdat dit politieke bezwaren bij VN-lidstaten oproept. Een ploeg VN'ers opleiden die bij crises snel ter plekke kan zijn om ontheemden te huisvesten, te voeden en te beschermen tegen verder misbruik en geweld, noemt hij wel haalbaar mits de donoren een fonds instellen om dat ook snel te kunnen betalen. De Britse minister van Ontwikkeling, Hilary Benn, opperde laatst het idee van een humanitair donorfonds, dat mede gebruikt kan worden voor ontheemden. ,,Het wordt tijd'', zegt McNamara. ,,In Afrika zijn de ontheemden de nieuwe vluchtelingen geworden. Alleen al in 2004 zijn er rond de vier miljoen ontheemden bijgekomen. Niets doen is niet langer een optie.''