DE BLUNDER VAN DE BBC

Voor het Britse baken van journalistieke betrouwbaarheid, de BBC, was 2004 een rampjaar. Na de zelfmoord van wapenexpert David Kelly velde Lord Hutton een vernietigend oordeel over de onpartijdigheid van de omroep inzake Irak. De BBC-leiding stapte op. En de 'onafhankelijke staatsomroep' staat onder druk door de concurrentie van de commerciëlen. Soul-searching bij Auntie Beeb.

Stel, je bent een BBC-producer en je organiseert een discussie over de BMR-prik: het omstreden combi-vaccin tegen bof, mazelen en rode hond dat de kans op autisme zou verhogen. In je panel zitten twee voorstanders van de '3-in-1'-prik en twee tegenstanders. Vóór: een woordvoerder van het ministerie van Gezondheidszorg en iemand van de fabriek die het vaccin maakt. Tegen: een ethicus en een mevrouw van de actiegroep die meer onderzoek eist. Beiden willen dat kinderen ook tegen de drie ziektes afzonderlijk kunnen worden ingeënt.

Het belooft een mooie aflevering van You and Yours te worden. Dan slaat het noodlot toe. Het ministerie doet niet mee. Nu zijn de tegenstanders in de meerderheid. Wat moet je doen? Een paar opties: een lege stoel laten zien om duidelijk te maken dat de overheid wel is gevraagd, maar weigert mee te doen? Of de overheidswoordvoerder vervangen door een medicus die vóór de prik is? Een 'eigen' journalist met de gezondheidsportefeuille het standpunt van de overheid laten uitleggen? Of je blaast het programma af, omdat er geen evenwichtig debat mogelijk is.

Die lege stoel moet er komen. Het publiek mag zich best afvragen waarom de regering niet meedebatteert over zo'n belangrijk onderwerp. Maar het standpunt van de regering mag in het debat niet ontbreken. De medicus plús een lege stoel is de beste optie; een BBC-redacteur kan het regeringsstandpunt wel uitleggen, maar mag er niet zelf een mening over geven. Het debat afgelasten kan evenmin: in dat geval heeft de weigering van het ministerie als een veto gewerkt. 'En dat kan alleen in zeldzame gevallen worden toegelaten.'

Dit is geen vrijblijvende gedachteoefening. Het is een opdracht (met het goede antwoord) uit de opfriscursus die alle journalisten en programmamakers van de British

Broadcasting Corporation sinds begin dit jaar verplicht volgen. Het BMR-dilemma komt uit het cursus-blok Impartiality. Onpartijdigheid, het laten horen van alle relevante standpunten zonder er zelf één te kiezen, is het fundament van de Britse publieke omroep.

Dat betekent niet dat je geen confronterende vragen kunt stellen of je rug niet recht moet houden als je gemanipuleerd dreigt te worden. Het moet altijd samengaan met het presenteren van betrouwbare en zo compleet mogelijke feiten. Daarna mag het publiek een eigen oordeel vellen, in de wetenschap dat het op de omroep kan vertrouwen. 'Trust is the first of our values', zegt het handboek voor BBC-journalisten.

Maar als dat steeds vanzelfsprekend was geweest, zou zo'n opfriscursus niet nodig zijn. BBC-winkels met hun kalenders, tuinier-video's, hoorspel-cd's en theemokken-met-logo mogen het vertrouwde imago uitstralen van Auntie Beeb ('Tante Bieb'), zoals de BBC in de volksmond heet. Maar in de studio's en kantoren van de BBC is het crisis. Want een jaar geleden trok er een barst door het fundament met het oordeel van Lord Hutton dat de BBC rond de oorlog in Irak haar duurste bezit had verloren: de wereldwijde reputatie van onafhankelijkheid en betrouwbaarheid.

Hutton, een onkreukbare ex-rechter met veel ervaring in Noord-Ierland, was door premier Tony Blair gevraagd om de ruzie tussen Downing Street en de BBC te beslechten. Die rel brak uit op 29 mei 2003 om 6.07 uur. Toen suggereerde een journalist in het radioprogramma Today dat Blair het land de oorlog had binnengevoerd met een leugen.

De regering zou het gevaar van Iraakse massavernietigingswapens opzettelijk hebben overdreven, terwijl ze wist dat het bewijs daarvoor niet deugde. Defensie-expert David Kelly, zijdelings betrokken bij het omstreden dossier over de wapens, pleegde zelfmoord toen zijn naam als bron van het BBC-bericht naar buiten kwam.

Maar tegen alle verwachting in zuiverde Hutton in januari 2004 na wekenlange hoorzittingen de premier en zijn medewerkers van blaam. Onder wie Alastair Campbell, Blairs mediastrateeg en één van degenen die het dossier zou hebben 'opgesekst'.

De BBC daarentegen had volgens Hutton op alle niveaus gefaald. Today-verslaggever

Andrew Gilligan had zich op slechts één bron gebaseerd en niet bij Downing Street aan wederhoor gedaan. De hoogste toezichthouders van de BBC, de governors, hadden Gilligan en zijn directe chefs veel te lang de hand boven het hoofd gehouden. De BBC moest openbaar excuses maken, zei Hutton. Voorzitter Gavyn Davies trad af, een dag later gevolgd door Greg Dyke, de populaire directeur. Ze lieten hun bedrijf in shell shock achter.

Het jaar 2004 was voor de BBC om nóg een reden cruciaal. Toen werden een paar andere existentiële vragen actueel. Waar blijft de 'universele' omroep van vroeger, die alle burgers bedient en verenigt, als diezelfde omroep en het wijdere medialandschap uiteenvallen in steeds meer digitale kanalen? Uit de license fee, de verplichte omroepbijdrage van 126,50 pond (177 euro) per huishouden wordt het budget van bijna drie miljard pond betaald. Het is een flink bedrag maar er bestaat betrekkelijk weinig weerstand tegen deze heffing. Toch dringt de vraag zich op of de fee wel kan overleven als de commerciële concurrent zonder staatssteun hetzelfde levert. En houdt de BBC haar zelfbestuur, of zal de regering de 'onafhankelijke staatsomroep' na zeventig jaar temmen?

Het antwoord op zulke vragen is bepalend voor het Royal Charter, het handvest van de BBC dat elke tien jaar wordt vernieuwd. Eind 2006 moet de nieuwe versie van kracht worden. Deze maand publiceert de regering-Blair in een 'groenboek' een voorlopig voorstel voor het Charter - of is het misschien een fait accompli? De onderhandelingen over dat handvest gaan nu de beslissende fase in. Ze bepalen de toekomst van de 'culturele multinational' en 'een van de grootste uitvindingen van de twintigste eeuw', waarmee veel Britten een haat-liefdeverhouding hebben.

Soul-searching

Het Hutton-rapport stortte de BBC in een van de ergste crises uit haar geschiedenis, zegt Michael Grade, de nieuwe voorzitter. 'Deze crisis kwam voort uit het falen van onze journalistiek. Eigenlijk is het een maat voor het gewicht en de betekenis die we daaraan hechten, dat één vergissing, in één verslag dat op de vroege ochtend werd uitgezonden, in staat is zo'n cataclysme te veroorzaken.'

Nigel Chapman, directeur van de World Service, de internationale radio- en online-poot van de BBC, zegt dat 'we niet zó getraumatiseerd [zijn] dat we ons werk niet meer kunnen doen'. De World Service heeft het gewraakte item zelf niet uitgezonden en stond evenmin in de schijnwerper van Hutton. Maar de schokgolven hebben zich volgens hem wel door het hele bedrijf voortgeplant. 'In elke organisatie die in korte tijd zijn voorzitter én zijn directeur verliest is soul-searching onvermijdelijk', zegt Chapman.

'Hutton was een heel nuttige waarschuwing dat we de strenge normen die we voor anderen hanteren ook op onszelf moeten toepassen', zegt Julian Marshall, presentator van Newshour, een actualiteitenprogramma van de World Service.

Ruim eenderde van de Britten zei de BBC sinds 'Hutton' niet langer te vertrouwen.

Al wint ze het nog steeds met gemak van de concurrentie en is de reputatie van de regering nog slechter, het betekende groot alarm. Grade en de nieuwe directeur, Mark Thompson, zijn begonnen de BBC op te schudden om nieuwe uitglijders te voorkomen en het vertrouwen terug te winnen door 'beter te luisteren'.

Zo is er een nieuwe klachtenprocedure om de 'transparantie' en 'het afleggen van verantwoording' te bevorderen. Er is een ombudsman met een eigen programma en een complete website (Newswatch) waar de BBC eigen fouten rechtzet. Redacties worden stelselmatig doorgelicht. Vorige maand kreeg de Europa-berichtgeving als eerste een veeg uit de pan: te simplistisch en over de hele linie te pro-Europees, luidde het oordeel.

Maar de grote schoonmaak moet ook duidelijker maken waar de publieke omroep verschilt van een commerciële. Zo verklaarde Grade de oorlog aan wat hij noemde 'triviale, sjabloonmatige, risicoloze' dramaseries. Die zijn 'onvergeeflijk' voor een medium dat Dennis Potters The Singing Detective heeft voortgebracht, zei hij. Een uitzondering waren de gemoderniseerde Canterbury Tales. Na Grade's oproep krijgen Shakespeare en Dickens nu dezelfde ambitieuze make-over. BBC One bewerkt Macbeth en nog drie stukken tot vrijmoedige filmversies, terwijl Dickens' thriller Bleak House een serie in soap-stijl wordt, te zien na EastEnders.

In hetzelfde licht staat de aankondiging van Mark Thompson, dat hij meer 'aansluiting [wil] zoeken bij gemeenschappen in het hele land'. Dat moet onder meer gebeuren door 1.800 BBC-banen uit Londen naar Manchester te verhuizen, waaronder een radiostation, alle sport, online-diensten en kinderprogramma's. Thompson zei ook 3.000 van de 27.000 banen te zullen schrappen en commerciële activiteiten, waaronder de lucratieve boekenbranche, te zullen verkopen.

De bezuinigingen geven voor een half miljard pond lucht. Maar het is ook uitgelegd als poging om de regering te laten zien dat er geen reden is voor straf na 'Hutton', bijvoorbeeld door de inkomstenbron uit de fee af te knijpen. Voor die vrees is nog een reden. De rechtvaardiging van de omroepbijdrage is dat de BBC een 'universele' omroep is: voor iedereen. Daar is nu al op af te dingen. Negen van de tien Britten kijken weliswaar ten minste één keer per week naar de BBC, en met nieuws en actualiteiten is er, zeker op de radio, een semi-monopolie. Maar de kijkcijfers blijven dalen. BBC One trok vorig jaar voor het eerst minder dan een kwart van het tv-publiek. BBC Two dook onder de tien procent (onder meer door het vertrek van The Simpsons naar het commerciële Channel Four). Het commerciële ITV trekt al langer bijna evenveel kijkers als One en Two samen.

Maar de cijfers weerspiegelen vooral de opkomst van digitale betaal-tv, waarover nu een kwart van de huishoudens beschikt. Met een schotelantenne, de kabel of via digital terrestrial, dat de bestaande antenne gebruikt met een decoder. De BBC heeft zich ook op die markt gestort, die wordt aangevoerd door

Sky van mediatycoon Rupert Murdoch. Maar als de overheid in 2012 volgens plan het analoge signaal uitschakelt, omdat elk huishouden dan digitale tv en radio heeft, en met de mogelijke komst van honderden extra kanalen, zou de BBC nog slechts een klein deel van het 'spectrum' beslaan. Waarom zouden de burgers dan verplicht blijven de BBC te betalen als ze op de vrije markt kennelijk hetzelfde kunnen vinden?

Positieve kanten

Niet alles is anders, een jaar na 'Hutton'. Anne Robinson, de strenge schooljuf die de quiz The Weakest Link presenteert en op wie veel Britse mannen stiekem verliefd zijn, hoeft zich bijvoorbeeld niet aangesproken te voelen. De makers van bekroonde comedies als The Office en Little Britain evenmin. Noch tv-kok Ainsley Harriott, tuinverkavelaar Alan Titchmarsh en natuurfilmer Sir David Attenborough. Het is de vraag of het jonge publiek van Top of the Pops zelfs wel wéét wie Hutton is.

De rel heeft de reputatie van de BBC bovendien ook goed gedaan. Uit peilingen blijkt dat veel Britten en buitenlanders de BBC juist méér zijn gaan waarderen, omdat ze 'het opnam tegen de regering'. Dat de massavernietigingswapens - Blairs casus belli - er niet bleken te zijn, heeft haar positie verder versterkt.

De omroep heeft weliswaar (gedeeltelijk) excuus gemaakt over de uitzending, die niet in die vorm had mogen plaatsvinden, en over de manier waarop ze de klachten van Downing Street heeft behandeld. Er waren namelijk geen aanwijzingen dat de regering wist dat de wapens er niet waren en daarover niettemin valse informatie had besteld, zoals Andrew Gilligan beweerde. En veel BBC-collega's zijn sowieso blij dat de notoir slordige Gilligan ontslag heeft genomen. Hij heeft de reputatie van de hele BBC-nieuwsvoorziening te grabbel gegooid, zei een omroeper. 'Hij is zelf schuldig aan wat hij de regering verwijt: het opseksen van zijn materiaal.'

Maar de kern - dat de regering de beschikbare informatie zo voordelig mogelijk voorstelde en dat daarover in inlichtingenkringen onrust bestond - staat een jaar later nog steeds overeind. Dat bleek vorige zomer bij een tweede officieel onderzoek naar de affaire, door Lord Butler. Blair was gedwongen zo'n onderzoek in te stellen, omdat 'Hutton' algemeen als te beperkt en te eenzijdig werd ervaren. Zo had Hutton angstvallig de vraag gemeden waarom de inlichtingendiensten de plank eigenlijk zo hadden misgeslagen in de aanloop naar Irak.

Dat moest Butler uitzoeken. Daarbij kwam meedogenloos aan het licht hoe spin doctor Campbell en de inlichtingendiensten het beschikbare materiaal steeds herschreven, zodat het 'completer en harder' in het dossier terechtkwam dan gerechtvaardigd was. De cruciale bewering dat Irak binnen drie kwartier massavernietigingswapens kon inzetten, had volgens Butler helemaal niet gebruikt mogen worden. Althans niet zonder de kanttekening dat het sloeg op een paar granaten met klein bereik in plaats van raketten, zoals werd gesuggereerd. De '45 minutenclaim', die intussen door de inlichtingendiensten volledig is ingetrokken, was bedoeld 'als blikvanger', zei Butler. Hij had ook kunnen zeggen: om het dossier op te seksen.

'Hutton deed een interessant onderzoek maar trok verkeerde conclusies', zegt voormalig directeur Greg Dyke, wiens kop door 'Hutton' rolde. 'Zijn rapport was fundamenteel fout. Maar uiteindelijk maakte het niks uit, want het publiek doorzag het meteen als bullshit. Butler heeft Gilligan en de BBC alsnog gelijk gegeven. Klopte Downing Street het dossier op? Ja. Was Kelly een belangrijke speler in deze kwestie? Ja. Er zijn niet veel mensen die het daar mee oneens zijn, behalve een paar van de allertrouwste volgelingen van Tony Blair.'

Zwart publiek

De BBC was decennia lang: een blanke man met een das achter een bureau met een microfoon in Londen. Zijn uitspraak, gevormd op een public school en in Oxford of Cambridge, was de norm voor het land, ja, de halve Engelstalige wereld. Received pronounciation ('rp'), zeg maar Algemeen Beschaafd Engels, heette daarom ook wel BBC English.

Dat is lang geleden. Nu lijken dialecten en accenten de dienst uit te maken bij de publieke omroep. Kirsty Wark, een andere Newsnight-presentatrice, verpakt harde vragen in gezellig Schots. Mickey Clark, die een financieel radioprogramma voor vroege vogels heeft, spreekt Cockney alsof hij tegelijkertijd een zwarte taxi bestuurt. Als Today-anchorman John Humphries zich opwindt, en dat gebeurt nogal eens, kun je goed horen dat hij een Welshman is.

Zenab Ahmed, een Pakistaans-Engelse presentatrice van de World Service, geloofde zelfs dat ze was ontslagen omdat haar stem juist te afgemeten-Engels klonk. 'In het racistische Brittannië van de jaren '60 en '70 was posh praten in plaats van als een Paki voor mijn vader de manier om geaccepteerd te raken', schreef ze in een boze brief naar The Daily Telegraph. 'Dat nam ik over, maar het lijkt er op dat het me mijn baan heeft gekost.'

In een nondescript kantoorblok bij Regent's Park in Londen heeft 'BBC English' nog een nieuwe dimensie gekregen. Rythm spreek je uit als riddim en zo schrijf je het ook. Because wordt cos. Ludicrous (belachelijk) is ludacris. Tracks (muzieknummers) worden trax en 'een reactie geven' wordt 'terugschreeuwen' (to holler), zeg en schrijf maar holla.

Dit is 1Xtra, een radiostation voor nieuwe urban muziek; nóg een plek waar de naam 'Hutton' niet gek veel indruk maakt. Sinds twee jaar is het in de lucht. Al heeft 'in de lucht' hier ook een nieuwe betekenis gekregen. Want 1Xtra is uitsluitend te beluisteren via internet, op een radiokanaal van de digitale tv-tuner, of met een digitale radio. Die laatste techniek, die radio-ontvangst in ruisvrije cd-kwaliteit mogelijk maakt, wil in Nederland maar niet van de grond komen, maar is in omringende landen snel ingeburgerd. In Londen zijn nu tientallen zogeheten dab-stations te ontvangen.

1Xtra maakt deel uit van een reeks exclusief-digitale radio- en tv-kanalen waarmee de BBC de 'digitale revolutie' in de aanloop naar 2012 een impuls wil geven. 1Xtra dient nog een doel: het moet een jonger, multicultureel publiek bereiken met de muziek die ze tot voor kort alleen konden vinden in clubs of op een piratenzender. Zelfs Radio 1, de BBC-popzender die onder de vorig jaar overleden disk-jockey John Peel in de jaren '60 de succesformule van de toenmalige piratenzenders begon te kopiëren, slaagt er niet in genoeg jonge luisteraars te bereiken.

1Xtra negeert juist de oudere rocker en mikt op grotestadstieners en vroege twintigers. Met een bonte mix van zwarte, witte en koffiekleurige underground-muziekstijlen, zoals Hip Hop, RnB, Garage, Dancehall, Drum & Bass, Soca en Panjabi. Door ze aan te spreken in de taal van hun eigen straat in Londen, Liverpool, Birmingham, Manchester, Bradford, Bristol of Glasgow. En zonder reclame, want ook 1Xtra wordt geheel gefinancierd uit de license fee.

'Onze doorsnee luisteraar had aanvankelijk geen enkele relatie met de publieke omroep en kon misschien net één BBC-programma noemen: EastEnders', zegt Willber Willberforce, de programmadirecteur van 1Xtra, die met zijn hoofddoek en een arsenaal armbanden en kettingen niet uit de toon zou vallen op de filmset van Pirates of the Carribean. 'Ze betalen de fee, maar ze kregen er niks voor terug. Nu wel.'

Die revolutie, want dat is het, kwam tot stand onder Dyke, die in de vier jaar dat hij directeur was de omroep een natuurgetrouwer afspiegeling van de samenleving probeerde te maken. Zodat meer, en meer verschillende Britten zich er thuis zouden voelen. 1Xtra lijkt een schot in de roos. Van de vier onder Dyke gelanceerde digitale stations voor culturele en etnische minderheden is de zender de meest succesvolle. Wekelijks luisteren er 400.000 mensen naar. Dat is nog steeds weinig vergeleken bij de tien, respectievelijk twaalf miljoen Britten die wekelijks op Radio 1 en de lichtere muziekzender Radio 2 afstemmen. 'Maar het laat zien dat we onze plek in de jeugdmarkt hebben gevonden', zegt Willberforce.

'Nieuwe auto's worden nu standaard afgeleverd met digitale radio', lacht Letitia D, een van de 1Xtra-dj's tijdens een live-opname van RnB-bands in Café Royal, een Londense nachtclub. 'Over een paar jaar zeggen we: fm, wat was dat ook al weer?'

Bush House

Zap naar Bush House, een monumentaal eiland van grijs graniet, permanent omspoeld door rode dubbeldekkers en zwarte taxi's, vijf minuten van Trafalgar Square. Dit is het hoofdkwartier van de World Service. 'This is Londen', klinkt het vanuit hier nog steeds sonoor vlak vóór het hele uur. Gevolgd door Purcells mars Lillibullero en de zes pips - vijf korte en een lange - van de klok op de nul-meridiaan van Greenwich, die nog steeds de ware tijd aangeeft in het hele voormalige

Empire en daarbuiten.

Ik was er voor het eerst in 1987, om 24 uur door te brengen bij de actualiteitenrubriek

24 Hours, de voorloper van Newshour. Redacteuren waadden er toen nog kniediep door snippers geluidsband naast de montagetafels. Nieuwslezeres Pam Crighton rookte nog vrolijk ketting on air. En in de kelder was nog een atoombunker vol stalen ledikanten met gesteven lakens en paardendekens. Daar is nu een kantine met fancy stokbroodjes (al kun je er ook nog een gebakken ei en een mok thee krijgen). Roken mag nergens meer. En monteren van interviews doen de redacteuren met cut and paste in een Windows-applicatie op hun eigen pc.

Niet veranderd is de intercom in alle ruimtes waarop periodiek te horen is hoe BBC-correspondenten hun bijdrage doorbellen. Dat werpt een aardig licht op de vlekkeloze versie die uiteindelijk de zender haalt. In februari, toen ik een productiedag van Newshour bijwoonde, kreeg bijvoorbeeld de heilige John Simpson in Bagdad beleefd maar meedogenloos te verstaan dat zijn microfoontechniek nogal haperde: 'Het spijt ons vreselijk to mess you around, John, maar je hebt nog steeds erge bijgeluiden.' En de hyperactieve Rageh Omar, een andere coryfee die de val van Bagdad live versloeg voor de BBC-tv en die nu, aan de vooravond van de verkiezingen, bij de Moeras-Arabieren in Zuid-Irak was, moest tactisch tot kalmte gemaand worden.

De World Service mag aan Huttons aandacht zijn ontsnapt, de gevolgen van zijn onderzoek zijn ook bij Newshour merkbaar. Zo moeten alle redacteuren nu van minuut tot minuut bijhouden wie ze proberen te bellen. Dat 'log' kan later eventueel duidelijk maken dat ze hun best hebben gedaan om alle partijen te bereiken.

'To the Friendship of the English Speaking Peoples' staat er gehouwen in een granieten fries van Bush House. Maar de World Service lijkt hoe langer hoe minder Anglocentrisch. En niet alleen omdat de uitzendingen in 43 talen plaatsvinden. Tijdens een redactievergadering van Newshour rijst de vraag naar de gewijzigde tactieken van Iraakse opstandelingen. Ze rijden een auto vol explosieven naar het doelwit en springen er dan uit om te vluchten. Kan het zijn dat de zelfmoordenaars 'op raken'? Eén redacteur stelt voor om een Londense expert in de uitzending te vragen. 'Nee, dat zou de zoveelste English voice zijn', zegt een collega.

'Niet alle ideeën over terrorisme komen uit Londen', zegt World Service-directeur Nigel Chapman later. 'Het is wel makkelijk om iemand van King's College te vragen, omdat ze aan de overkant van de straat zitten. Maar uiteindelijk willen de luisteraars gevarieerde gezichtspunten horen, ook uit de Arabische wereld of de vs.'

Die instelling is relatief nieuw. Tot in de jaren '80 was er een stilzwijgende, maar niet minder echte druk op de programmamakers om vooral de 'pob' in het oog te houden, de Projection of Britishness. Het Foreign Office, het ministerie van Buitenlandse Zaken dat de belangrijkste geldschieter van de World Service is, meende daar recht op te hebben. Maar die houding is weggesmolten met de rol van het Verenigd Koninkrijk als wereldmacht. De World Service is niet langer de megafoon van het Empire. En toch blijft ze Britse belangen verdedigen, zij het subtieler.

'Wij vereenzelvigen ons niet met het Britse buitenlands beleid van de dag', zegt Chapman. 'Maar we reflecteren wel Britse waarden: fairness, dialoog en toegang tot informatie. Dat zijn geen uniek-Britse waarden; ook andere landen kunnen er aanspraak op maken. Maar ze bepalen wel al zeventig jaar onze media. Mensen zien dat het Verenigd Koninkrijk een unieke omroep met een geweldige historie financiert. Dat straalt af op het land als geheel. Zo steunen we toch de Britsheid', aldus Chapman.

Kofi Annan, secretaris-generaal van de vn, heeft de World Service ooit omschreven als 'het grootste Britse geschenk aan de wereld'. Andere omroepen, zoals het Arabische Al-Jazira of het Amerikaanse Fox mogen proberen hun eigen nis te claimen door hun eigen belangengroepen te bedienen, maar de BBC houdt inderdaad vast aan 'een vorm van altruïsme', zegt Chapman. 'We zijn een informatiebron, betaald door de Britse belastingbetaler, waar de wereld op kan vertrouwen. Hoe moeilijk of gespannen een situatie ook is, en hoe fragiel en gepolariseerd gemeenschappen ook zijn. Dat is ons territorium.'

Ongeluk

'Hutton was een ongeluk', zegt algemeen directeur Mark Thompson. 'En de andere problemen waren dit jaar sowieso naar boven gekomen.' Maar de samenloop komt wel neer op the perfect storm, erkent hij. Het debat over de vernieuwing van het handvest is daarom cruciaal voor de toekomst. 'Het grote punt daarbij is om te bereiken dat je in zekere mate verantwoording moet afleggen, maar zonder de onafhankelijkheid van de BBC te benadelen', aldus Thompson.

Commerciële rivalen, aangevoerd door Sky, en politici uit het Tory-kamp ruiken bloed. Ze hebben hun aanval op de omroepbijdrage opgevoerd nu de BBC is verzwakt. Hun argument is dat de staatsomroep zo oneigenlijke subsidie krijgt. Niet alleen op de Britse eilanden, maar ook elders in de wereld waar de BBC zelf commerciële activiteiten ontplooit, zoals het 24-uurs tv-station BBC World, concurrent van Murdochs Sky News.

Voorzitter Grade is bang dat de Labour-regering de BBC wil aanlijnen. Dat kan bijvoorbeeld ook door de governors af te schaffen en de omroep onder een nieuwe toezichthouder te plaatsen. Hoe zelfstandig zo'n scheidsrechter zal opereren van regering of parlement is een open vraag.

De huidige governors hebben een dubbelfunctie: ze zijn boven het management geplaatst als toezichthouder, maar zelf óók bij het management betrokken, zie Grade's bemoeienis met de drama-afdeling. Juist tijdens de Kelly-affaire bleek hoe gevaarlijk die dubbelrol was. Als 'mede-managers' hadden ze zoveel begrip voor de nieuwsdienst, dat het hun oordeel als toezichthouder vertroebelde.

Grade vluchtte vorige maand naar voren met een eigen plan om management en bestuur strikter te scheiden. Als hij zijn zin krijgt, moeten de governors voortaan vooral programma's en zelfs complete tv- en radiokanalen beoordelen op hun public value.

Maar het is de vraag of de BBC kan vasthouden aan welke vorm van zelfbestuur dan ook. Grade's voorstel gaat nog steeds niet ver genoeg en het systeem blijft te ondoorzichtig, rapporteerde een commissie aan minister Tessa Jowell (Media). Dezelfde groep adviseerde om de omroepbijdrage 'voorlopig' met rust te laten. Jowell zelf heeft het bestaande toezicht alvast 'onacceptabel' genoemd en zei dreigend dat voor de toekomst 'alle opties open' zijn.

De impuls van de regering om de BBC te 'temmen' en Murdochs antipathie zouden elkaar zelfs kunnen versterken. Premier Blair heeft tot nu toe weinig nagelaten om de steun te behouden van de drie grote kranten uit Murdochs stal: The Times, The Sunday Times en The Sun, de grootste tabloid van het land. Met landelijke verkiezingen, verwacht in mei, en een referendum over een Europese grondwet aan de horizon heeft Blair geen reden zich de woede van Murdoch op de hals te halen.

Onze Volken

John Reith, de Schotse ingenieur die de omroep in 1922 oprichtte (toen nog als British Broadcasting Company), wilde dat zijn radio de hele natie zou 'opvoeden, informeren en vermaken, zonder commerciële druk of politieke bemoeienis'.

Koningin Elizabeth II zei het zo in het jongste Charter, waarop ze in 1996 haar Grootzegel drukte: 'Gezien het wijdverbreide belang dat Onze Volken hechten aan omroepdiensten en aan de grote waarde [daarvan] als middel om informatie, onderwijs en ontspanning te verspreiden, geloven Wij dat het in het belang is van Onze Volken in Ons Verenigd Koninkrijk en elders in het Gemenebest dat er [daartoe] een onafhankelijk lichaam bestaat.'

Maar een 'onafhankelijke staatsomroep' maakt haast per definitie een spagaat. Ruzie tussen de Britse regering en de BBC is dan ook niks nieuws. Vooral in oorlogstijd rijst nogal eens de vraag hoe het landsbelang, zoals gedefinieerd door de regering, zich verhoudt tot de onafhankelijkheid uit het handvest en de objectieve berichtgeving waarmee de BBC een wereldwijde reputatie heeft verworven.

De eerste botsing kwam al tijdens de algemene staking van 1926, die het land verlamde. Winston Churchill, toen nog minister van Financiën, was woedend dat de BBC stakingsleiders aan het woord liet en probeerde tevergeefs de omroep onder regeringsbestuur te plaatsen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef de verhouding met de regering moeilijk, vooral over het uitzenden van geallieerde verliescijfers. Hoewel de BBC zich in die tijd duidelijk met de geallieerde oorlogsinspanning identificeerde, werd haar reputatie voor eerlijke en precieze berichtgeving tijdens de oorlog definitief gevestigd. De BBC had de 'intellectuele invasie' van Europa gewonnen, zou Hitlers propagandaminister Josef Goebbels hebben gezegd.

Tijdens de desastreuze Frans-Britse actie in Suez (1956) riep de BBC de woede over zich af van premier Anthony Eden, toen de leider van de Labour-oppositie voor de radio mocht uitleggen waarom de invasie illegaal was.

Soortgelijke incidenten waren er rond de onafhankelijkheid van Rhodesië (1965) en berichtgeving over de Troubles in Noord-Ierland. Ook de Falklandoorlog van 1982 leidde tot een knallende ruzie, met premier Thatcher. Onder meer nadat Newsnight-presentator Peter Snow Londense regeringsbronnen simpelweg als 'de Britten' omschreef, kennelijk om duidelijk te maken dat ze als onafhankelijke bron net zo betrouwbaar waren als de Argentijnen.

De ruzie over 'Irak' kwam evenmin uit de lucht vallen: de affaire reet aan twee zijden oude wonden open. Tijdens de navo-actie in Kosovo (1999) had Alastair Campbell zijn theorie geperfectioneerd dat de overheid in een tijd van wereldwijde, 24-uurs nieuwsvoorziening een eigen 'media-oorlog' moet voeren. De feiten zo voordelig mogelijk presenteren, bijvoorbeeld door onwelkome informatie als het zo uitkwam achterwege te laten, was voor Blairs spin doctor toen al vanzelfsprekend.

De gevolgen van die houding ondervond BBC-veteraan John Simpson, toen Campbell hem ervan beschuldigde met zijn verslagen uit Belgrado president Milosevic in de kaart te spelen. 'Dat is Campbells goed recht', zei Simpson bij die gelegenheid, alleen uiterlijk koel. 'Maar het is ons goed recht om ons er niets van aan te trekken en ons werk te doen: het publiek informeren.'

Kruistocht

Toch was de Kelly-affaire een geval apart en een accident waiting to happen. Dat althans betoogt Financial Times-redacteur John Lloyd, auteur van het pamflet What the Media Are Doing to our Politics (2004). Hij voert sinds een paar jaar een kruistocht tegen wat hij de 'cultuur van de wederzijdse minachting' tussen politici en media noemt. Zijn redenering, die terrein wint, begint met de vaststelling dat de Britten er een hypercompetitieve geschreven pers op na houden, die grotendeels van de losse verkoop afhankelijk is. De beste manier om aandacht te trekken is door de regering en individuele politici zo hard mogelijk aan te vallen. Feiten doen er daarbij niet zo veel toe. Die cultuur, de vooronderstelling dat elke politicus in principe verdacht is, heeft volgens Lloyd ook de publieke omroep geïnfecteerd. Die verruilt daardoor zijn belangrijkste taak, burgers informeren, voor een misplaatste agressie.

Het programma Today is daarvan in zijn ogen een sterk voorbeeld: Gilligan, een defensiejournalist van de conservatieve Telegraph met een reputatie voor scoops, meestal ten nadele van de Labour-regering, werd uitdrukkelijk binnengehaald 'om rotzooi te trappen'. Maar Gilligan stond niet op zichzelf. Lloyd ziet dezelfde instelling bij andere prominente BBC-journalisten, onder wie John Humphries (Today) en Jeremy Paxman, de pitbull van Newsnight. Als Paxman een politicus tegenover zich heeft, stelt hij zichzelf altijd de vraag: Why is this lying bastard lying to me? Die cynische grondhouding is in zekere zin een sign of the times: gezagsdragers kunnen in het algemeen minder op respect rekenen. Maar het paste wonderwel bij de 'straatvechtersmentaliteit' die Dyke bij zijn aantreden als directeur in 2000 meenam van de commerciële omroep, waar hij fortuin had gemaakt.

Dyke schrapte veel van de bureaucratie die zijn voorganger John (nu Lord) Birt had ingevoerd. In de strijd om de kijkcijfers nam de BBC onder zijn bewind meer over van de commerciële zenders: reality-shows, spelletjes en series van dertien-in-een-dozijn. Zelfs nieuwsprogramma's kopieerden de stijl van e commerciële concurrent. De voorheen relatief gezagsgetrouwe BBC was altijd beter in het verspreiden en analyseren van andermans nieuws. Met Dyke schoof de zucht naar eigen breaking news naar de voorgrond.

Het zogeheten two-way-gesprek, waarbij een presentator een correspondent interviewt, is een voorbeeld van de nieuwe trend. In een two-way gaat het eerder om interpretatie van de feiten dan om de feiten zelf. In plaats van een politicus aan het woord te laten, laat je de journalist aan het woord om uit te leggen wat een politicus eigenlijk bedoelt. Zo doet de omroep potentieel aan dezelfde spin die ze de politici verwijt. Als het dan ook nog geïmproviseerd gebeurt, zonder een script, is een ongeluk gauw gebeurd. Gilligans fatale uitzending van 6.07 uur was zo'n two-way.

Dat Dyke en de toenmalige voorzitter Davies bevriend waren met Blair en geld hadden gestort in de Labour-kas, verergerde paradoxaal genoeg de rel over 'Kelly'. Beide mannen hadden zich eerder moeten verdedigen tegen de beschuldiging van de Conservatieve Partij dat ze Labour-zetbazen waren, Tony's cronies. Door de knieën gaan voor de protesten uit Downing Street zou ze opnieuw kwetsbaar maken voor de beschuldiging dat ze soft voor Labour waren. Daarom hielden ze wekenlang blind vast aan het gelijk van de BBC, hoewel ze hadden kunnen weten welke fouten Gilligan had gemaakt. 'Onafhankelijkheid werd gedefinieerd als verzet', aldus Lloyd.

De cynische reflex

Onze onafhankelijkheid is niet onderhandelbaar, zegt voorzitter Grade bij elke gelegenheid. Toch opende hij vorige maand de aanval op wat hij 'de cynische reflex' noemde. Paxmans wenkbrauwen, die gewoonlijk al hoog staan, kwamen daarbij ongeveer op zijn achterhoofd terecht. Of en hoe de BBC 'rigoureuze' journalistiek zal blijven bedrijven, inclusief de confronterende vragen, is voorlopig zelf een confronterende vraag.

De BBC hóéft helemaal niet door het stof, vinden sommigen. Ze zien de belofte om 'beter te luisteren' als angstige politieke correctheid. Het excuus dat de BBC heeft gemaakt voor de Kelly-affaire was 'weerzinwekkend kruiperig', zei natuurfilmer Attenborough. Op de dag van zijn vertrek kreeg Dyke 6.000 e-mails waarin zijn collega's hem smeekten aan te blijven (en één met de tekst: 'Fuck off, ik mocht je toch al nooit'). Een dag later kochten duizenden BBC'ers samen een pagina in de krant voor een steunbetuiging: 'Greg Dyke stond voor moedige, onafhankelijke en rigoureuze BBC-journalistiek, die onbevreesd was in zijn zoektocht naar de waarheid.'

De 'restjes bitterheid' die de ex-directeur nu zegt te voelen, hebben vooral betrekking op de governors die de handdoek in de ring gooiden. Gilligan had in essentie gelijk: dat is het beste bewijs van de noodzaak argwanende en confronterende journalistiek te bedrijven, denkt hij. 'Ik ben het niet oneens met Lloyd dat journalisten eerlijk en beleefd moeten zijn. Maar hij bouwt zijn redenering wél rond de veronderstelling dat politici óók eerlijke en beleefde mensen zijn.'

Paxman steunt dat. 'Dé manier om het cynisme onder de burgers weg te nemen lijkt me dat je een rechttoe-rechtaan antwoord geeft op een vraag die rechttoe-rechtaan is. Ik geloof niet dat iedereen liegt. Maar ik geloof dat je een vertegenwoordiger van een gevestigd belang met scepsis tegemoet moet treden en je moet afvragen: 'waarom zeggen ze dit' en 'is het aannemelijk dat het waar is'? Natuurlijk doe ik dat.'

Er is hoop dat het slappe knieën-tijdperk nog niet is aangebroken. Dat kan bijvoorbeeld ook worden afgeleid uit de beslissing van de BBC om de vermeend blasfemische musical Jerry Springer, The Opera ondanks kolossaal verzet gewoon uit te zenden. Omdat het een programma is 'dat je op geen andere zender tegenkomt' en omdat de kijkers 'altijd kunnen kiezen om de tv uit te zetten', argumenteerde de omroep.

Dat leidt meteen tot de andere vraag die voorzitter Grade en directeur Thompson voorlopig bezighoudt: wat betekent 'publieke dienstbaarheid' als onderscheidende factor? Kijkcijfers, Dyke's mantra, zijn geen ondubbelzinnige maatstaf. Zijn ze laag, dan krijg je het verwijt elitair te zijn. Zijn ze hoog, dan ben je kennelijk net zo populistisch als de commerciëlen.

De paradox van de globalisering is dat iedereen steeds gemakkelijker zijn eigen niche-medium kan vinden, van een betaald pornokanaal tot Al Jazira. Wat zijn in dat nieuwe fragmenterende, digitale medialandschap dan de 'nationale' waarden die het bestaan van een omroep voor alle burgers rechtvaardigt? Niemand weet welke van zulke vragen de belangrijkste is. Voor de BBC zijn ze nu in elk geval belangrijker dan ooit.

Auntie Beeb heeft meer crises overleefd, in de wetenschap dat élke regering paranoïde is over journalistieke onafhankelijkheid, en dat de liefde van de Britten voor de BBC het meestal wint van hun ergernis. Klagen over die malle oude maar kwieke tante hoort er nu eenmaal bij. Ja, ze heeft wel eens sterker gestaan. Maar ze zal de onderhandelingen over het Charter, die nu serieus worden, met opgeheven hoofd beginnen.

Hans Steketee was van 1 augustus 1998 tot 1 februari 2005 correspondent van NRC Handelsblad in Groot Brittannië.

Alex MacNaughton is fotograaf in Londen.

[streamers]

'Trust is the first of our values', zegt het handboek voor BBC-journalisten. 'In elke organisatie die in korte tijd zijn voorzitter én zijn directeur verliest, is soul-searching onvermijdelijk.'

Waarom zouden de burgers verplicht blijven de BBC te betalen als ze op de vrije markt kennelijk hetzelfde kunnen vinden?